Hoofdstuk 3

De eerste toneelsuccessen

Het is september 1925. De K.V. Het Nederlands Toneel heeft opgehouden te bestaan. Maar de belangrijkste acteurs en actrices slaan de artistieke handen ineen en stichten, alssocietaires, het Nieuw Nederlands Toneel, waarvan Louis Saalborn de artistieke leiding op zich nam. Verder Jacqueline Royaards-Sandberg, Magda Janssens, Oscar Tourniaire, John Gobau, Elias van Praag en Jacques Reule. En ook ik had het voorrecht deel te mogen uitmaken van dit nieuwe toneelgezelschap.

Wij bespeelden afwisselend de Hollandse Schouwburg aan de Plantage Middenlaan en het Paleis voor Volksvlijt op het Frederiksplein, beide natuurlijk in Amsterdam. En ons artistieke visitekaartje gaven wij af met een voorstelling van Vondels drama ’Jephta’ in de Hollandse Schouwburg. Nu brengen dergelijke artistieke paradepaardjes gewoonlijk weinig geld op en dat was ook met dit stuk het geval. Gelukkig rinkelde de kassa wel bij het volgende stuk dat wij uitbrachten: ’Blanke Ballast’.

Wij hebben dat stuk meer dan 500 malen gespeeld en voor mij was het daarom zo belangrijk, omdat ik met dit stuk inderdaad die brandende fakkel, die voor mij immers een soortOlympisch symbool was, verder kon dragen naarmeer opvallende prestaties. In Blanke Ballast speelde ik voor het eerst een rol waardoor ik opviel, de dronken scheepsmachinist, die een wilde dans ten beste geeft. Blanke Ballast was dus een groot kassucces en iedere keer weer, als er een nieuw toneelstuk ’de mist inging’, konden wij op dit tropendrama terugvallen. Blanke Ballast beeldde zo treffend uit hoe menig blanke in de binnenlanden van Afrika zijn ondergang tegemoet ging. Hij werd lichamelijk en geestelijk gesloopt door muskieten, cholera, hitte en soms door de fatale vrouw Tondeleyo, een glansrol van de Belgische actrice Julia de Gruijter.

Tussen 1925 en 1932 hebben de volgende acteurs afwisselend in dit stuk gespeeld: Louis Saalborn, Elias van Praag, Bart Kreeft, Oscar Tourniaire, Johan Tewechel, Jack Hamel, Rien van Noppen, John Gobau, Cruys Voorbergh en Julia de Gruijter. En dus ben ik de enige overlevende van dit bijzonder grote toneelsucces. Mijn eerste succesrol was dus de dronken scheepsmachinist in Blanke Ballast, maar er zouden nog twee belangrijke rollen volgen. Ten eerste de rol van de geestige en buitelende nar Biondello in Shakespears blijspel ’De Getemde Feeks’, met Magda Janssens en Louis Saalborn in dehoofdrollen.

En ten tweede was er dan nu een echte rol, de rol van een handwerksman die voor de hertog en de hertogin in het vrolijke stuk ’Pyramis en Thisby’ moet optreden. En aan deze rol waren twee pikante bijzonderheden verbonden. Ik speelde de vrouw Thisby en mijn tegenspeler Pyramis was niemand minder dan de grote acteur Oscar Tourniaire.

  • De Hollandse Schouwburg was in 1927 het toneel van 'Broadway', een stuk van Dunning en Abbot.
    Van links naar rechts Rien van Noppen, John Gobau, Frans als donkergeschilderde butler, Bart Kreeft en Flor la Roche.


Die zeven jaren bij het Nieuw Nederlands Toneel waren bijzonder mooie jaren in mijn leven, al zouden er nog vele andere, eveneens mooie jaren volgen. Want behalve het feit dat ik steeds meer rollen van enige betekenis kreeg, ontdekte ik bij een toneelclub in Amsterdam mijn aanleg voor het regisseren. En toen dearbeiders-toneelvereniging ’Kunst na Arbeid’ in Koog-Zaandijk op een aanbeveling van Jan Lemaire jr. mij vroeg om hun regisseur te worden, heb ik deze uitnodiging gaarne aanvaard. Ik ben vele jaren hun regisseur geweest,tot mijn grote voldoening met stijgend succes. Want gaven wij eerst maar één uitvoering van een bepaald stuk, al spoedig waren er twee tot drie uitvoeringen nodig om aan alle aanvragen van het publiek te kunnen voldoen.
En dat dankten wij natuurlijk ook aan de goede kritieken in de dagbladen. Ik regisseerde de stukken ’Onder één dak’ van Johan Fabricius, ’Het zevende gebod’ en ’Schakels’, beide van HermanHeijermans en natuurlijk het stuk, waarin ik zelf voor het eerst opviel, Blanke Ballast.

Maar in die periode 1925-1932 zou er nog meer gebeuren, waardoor het zulke bijzonder mooie jaren voor mij zijn geweest. Want in deze periode werd ik ook aangezocht door Kommer Kleyn, bekend acteur en tevens regisseur van de hoorspelen die door de AVRO werden uitgezonden. In menig hoorspel trad ik toen op en deze activiteiten bleven in de Hilversumse radiowereld blijkbaar niet onopgemerkt, want mijn aandeel in deze AVRO-hoorspelen zou in 1932 opnieuw een grote verandering in mijn leven teweeg brengen.

En weer was het toen de veel te jong gestorven acteur Jan Lemaire jr. die daartoe de eerste stoot gaf. Want hij was het immers ook die ervoor had gezorgd, dat ik regisseur werd bij Kunst na Arbeid in Koog-Zaandijk. En voor deze beide bemoeienissen zou ik hem mijn gehele leven dankbaar blijven.