Hoofdstuk 4

Een verbijsterende ervaring


Wij schrijven het jaar 1929, het vierde jaar van het bestaan van het Nieuw Nederlands Toneel. In dat jaar bespeelden wij het Paleis voor Volksvlijt op het Amsterdamse Frederiksplein. Maar in die maand april moesten wij het veld ruimen voor de Bouwmeester Revue en gingen wij op tournee door geheel Nederland. Dat deden we natuurlijk in hoofdzaak met ons grote kassucces Blanke Ballast.

En toen kwam die fatale nacht van de 17de april 1929. En dit zijn dan mijn persoonlijke herinneringen. Wij hadden Blanke Ballast die avond van de 17de april in de Buitensociëteit in Zwolle gespeeld voor een uitverkochte en laaiend enthousiaste zaal. Wij dronken die avond na afloop van de voorstelling met elkaar nog een glaasje en gingen daarna, tevreden en gelukkig met het opnieuw behaalde succes, naar bed. Want in die jaren gingen wij niet na afloop van de voorstelling met eigen auto’s of een bus naar huis, maar bleven wij logeren. Om zes uur in de ochtend van de 18deapril werd onze directeur Louis Saalborn gewekt door de hotelier, met de verbijsterende mededeling dat het Paleis voor Volksvlijt in brand stond. Louis Saalborn wekte ons toen allemaal en met de eerste trein die wij konden halen, reden wij terug naar Amsterdam.

En daar stonden wij dan allemaal in die kille ochtend van de 18de april… Huilend en totaal ontredderd bij de nog brandende resten van ons geliefde Paleis voor Volksvlijt. En niet alleen was ’onze’ schouwburg afgebrand, maar met onze schouwburg brandden ook alle decors, kostuums enrequisieten af van Shakespeares blijspel ’De Getemde Feeks’, het stuk waarvan wij in de maand mei de honderdste voorstelling zouden geven.

  • Het Paleis voor Volksvlijt brandde in april 1929 geheel uit, maar  was tot die tijd één van de twee Amsterdamse theaters, waar Frans Nienhuys regelmatig op de planken stond.
    Hier spelen Magda Janssens, Flor la Roche (midden) en Frans in 1927 in 'Boeven en Burgers' van François Pauwels en August Defresne.

En nog hoor ik Magda Janssens, die niet in Blanke Ballast had meegespeeld, maar natuurlijk ook ter plaatse was, tegen Louis Saalborn zeggen: ”Wat nu, Lou... Waar moeten wij nu de volgende maand gaan spelen?” En Louis Saalborn antwoordde, met die kalmte die hem in moeilijke omstandigheden nooit in de steek liet: ”Geen probleem Magda, weer in de Hollandse Schouwburg.” Zo gebeurde het ook en bovendien vond de honderdste voorstelling van De Getemde Feeks ook nog plaats en nog wel in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Zoals u nu weet, bespeelden wij dus afwisselend het Paleis voor Volksvlijt en de Hollandse Schouwburg. Beide gebouwen zijn op dramatische wijze verloren gegaan. Het Paleis voor Volksvlijt werddus door brand verwoest en de Hollandse Schouwburg werd onteerd door de Nazi’s, die deze tempel van kunst verlaagden tot een doorgangshuis voor vele tienduizenden joodse landgenoten, een doorgangshuis naar de dood.
Op de plaats waar eenmaal het Paleis voor Volksvlijt stond, verrees een monumentaal gebouw, dat ontzag moest inboezemen voor de macht van het geld: de Nederlandsche Bank.
En de Hollandse Schouwburg – en op deze dieptragische gebeurtenis kom ik laterterug – werd een eeuwigdurende rouwkapel, een ’Chapelle ardente’.