Hoofdstuk 5

Ontwikkelingen in de jaren dertig


Het is zomer 1932. Het Nieuw Nederlands Toneel heeft geen subsidie, geen schouwburg en zelfs geen eigen gezelschap. En het was in die zomer, dat de VARA voorbereidingen trof om als eerste omroep in Nederland een eigen hoorspelkern in het leven te roepen. Ik vertelde u al dat ik meerdere malen als hoorspelacteurhad opgetreden in AVRO-hoorspelen en dat dat optreden in de Hilversumse omroepwereld niet onopgemerkt was gebleven. En tenslotte resulteerde dat optreden inde AVRO-hoorspelen in een uitnodiging van de VARA via Jan Lemaire jr. om te solliciteren naar een plaats in de VARA-hoorspelkern.

Maar voordat ik dat deed, had ik eerst nog een gesprek met Louis Saalborn en ik zal hem mijn hele leven dankbaar blijven voor datgene wat hij toen tegen mij zei: ”Beste Frans, ik weet niet wat er in het aanstaande seizoen met het Nieuw Nederlands Toneel gaat gebeuren. Deze uitnodiging van de VARA is een nieuwe kans in je leven, grijp die kans. En als je er niet gelukkig mee bent en ik heb een gezelschap, dan kun jij altijd weer bij mij terug komen.”

Ik heb toen inderdaad die kans gegrepen en ik heb daar ook nooit spijt van gehad, want daaraan dank ik tenslotte mijn radioprogramma ’Men vraagt en wij draaien!’, dat bijna veertig jaren heeft bestaan.

Ik heb dus bij de VARA gesolliciteerd en werd na een kleine proef aangenomen als lid van de VARA-hoorspelkern onder leiding van ’Ome Keesje’, Willem van Cappellen, waardoor ik naar Hilversum verhuisde. En deze hoorspelkern bestond toen uit Willem van Cappellen, Adolf Bouwmeester, Carel Rijken, Jan Lemaire sr., Frans Nienhuys, Hetty Beck, Janny van Oogen en Rolien Numan.

  • Frans (derde van links) maakt van 1932 tot 1935 deel uit van de VARA-hoorspelkern.

En ook deze periode, die van 1932 tot 1935 duurde, was een heel belangrijke periode in mijn leven. In deze drie jaren dat ik aan het VARA-toneel was verbonden, ontdekte ik weer een nieuw facet van mijn mogelijkheden en wel mijn aanleg voor het schrijven van conférences, verbindende teksten en voordrachten.

En hoe ontdekte ik nu deze aanleg? Willem van Cappellen zou met Hetty Beck een hoorspel spelen dat getiteld was ’Acht Huwelijksdialogen’. Maar deze acht huwelijksdialogen hingen als los zand aan elkaar. En op zekere dag zei Willem van Cappellen tegen mij: ”Frans, dat lijkt mij nu echt iets voor jou. Maak jij daar nu eens een verbindende tekst bij, zodat de ene dialoog logisch overgaat in de andere.” Ik vond dat een eervolle opdracht, tegelijk een uitdaging en ben toen verwoed aan het werk gegaan. En het resultaat? De Acht Huwelijksdialogen moest op verzoek van de luisteraars nog enkele keren worden herhaald. En dit succes had nog meer consequenties, want daarna werd mij verzocht om conférences te schrijven – en die bovendien zelf uit te spreken – bij de vele ’Bonte Avonden’, die de VARA in die dagen uitzond.

Maar er zou in de VARA-periode nog meer gebeuren. Behalve het feit dat ik vele mooie hoorspelrollen kreeg toegewezen en dus ook verbindende teksten schreef, werden de leden van het VARA-toneel het land ingezonden om op te treden op VARA-propaganda-avonden en bij zomerfeesten in de openlucht.Behalve als conferencier om het programma aan elkaar te praten, moest ik ook als voordrachtskunstenaar optreden met voordrachten en monologen.

Mijn favoriete schrijvers waren in die jaren de geestige en puntige Charivarius (G. Nolst Trenité) en de vermaarde Franse schrijver Henri Barbusse. Maar ik wilde ook graag een eigen inbreng hebben en begon toen zelf voordrachten te schrijven, wat mij steeds beter ging lukken. Een activiteit waaraan ik korte tijd later – toen ik mijn eigen cabaretgezelschap had gesticht – nog heel veel plezier en voordeel zou beleven.

Enkele hoogtepunten uit die drie VARA-jaren... Ik speelde onder meer op 27-jarige leeftijd de oude zeeman Bart in de zondagsserie ’Het boze eiland’ en Barendje inHeijermans’ ’Op hoop van zegen’. Maar ook trad ik op met Eva en Ernst Busch (progressieve artiesten die Duitsland moesten ontvluchten, nadat Adolf Hitler in 1933 aan de macht was gekomen) in de onsterfelijke ’Drei Groschen Oper’ van Kurt Weil en Bertolt Brecht. En bovendien had ik nog het voorrecht om op te treden, zowel voor de radio als op enkele VARA-zomerfeesten, met de onvergetelijke zanger Joseph Smidt, die in 1943 in een Zwitsers interneringskamp aan longontsteking is overleden.