Hoofdstuk 9

Gouden tijd breekt aan


Wij waren dus eindelijk bevrijd en langzaam, heel langzaam kwam het normale leven weer op gang. En toen brak er een gouden tijd aan voor mij en voor al mijn collega’s in Nederland. Want overal in het land werden bevrijdingsfeesten georganiseerd, mijn Nederlands Cabaret Ensemble kwam weer tot leven, ik verzond duizenden folders en dag in, dag uit moesten wij optreden, zowel op middagen in de openlucht, als op avonden in zalen. En bovendien kwam eind1945 mijn verzoekplatenprogramma 'Men vraagt en wij draaien!' weer voor de VARA terug.

Ik vertelde al dat mijn huwelijk in die dagen ten einde liep. Mijn vrouw had het huis kort na de bevrijding verlaten en was bij een vriendin gaan wonen, terwijl mijn dochtertje, dat toen tien jaar was, bij mij bleef.
Maar intussen hadden wij een joodse vriendin, die als onderduikster gelukkig de oorlog had overleefd, in huis genomen zodat ik rustig op tournee kon gaan, omdat mijn dochtertje dan goed verzorgd achterbleef. Toen eind 1945 mijn vrouw was weggegaan, die immers als actrice en pianiste in mijn gezelschap optrad, moest ik natuurlijk een andere actrice en een andere pianist of pianiste engageren. Die nieuwe pianist en tevens accordeonist werd eerst de virtuoze Tonny Bakkenes en korte tijd later Cor van Veen, een zeer begaafd enconscientieus musicus, met wie het gedurende een lange reeks van jaren heerlijk samenwerken is geweest.

En die nieuwe actrice... is anno 1976 al ruim 28 jaar mijn vrouw! Op zekere dag in het begin van januari 1946 werd ik opgebeld en aan de andere kant van de lijn hoorde ik een warme en prettig klinkende vrouwenstem, die mij vertelde dat ze Lily Rost heette, toneelervaring bezat en gehoord had dat ik een actrice zocht voor mijn cabaretgezelschap en dat zij daar eventueel graag voor in aanmerking zou willen komen.

Wij maakten een afspraak voor maandagmiddag 7 januari en precies op tijd stapte er een zeer charmante en goed gebouwde jonge vrouw bij mij binnen. Het begin was dus al hoopvol, want stem en uiterlijk spraken mij al onmiddellijk aan. Maar uiterlijk alleen was niet voldoende voor mij, want ik stelde vooral ook prijs op karakter en beschaving en dus wilde ik ook wel iets van haar innerlijk leren kennen. Wij hadden een urenlang gesprek en tijdens dat gesprek ben ik heel veel van haar innerlijk te weten gekomen. Het bleek dat wij voor het overgrote deel dezelfde interesses hadden, zoals liefde voor muziek, toneel, film en ballet, goede boeken én voor dieren.
Maar we hadden nog meer punten van overeenkomst, want het was altijd haar liefste wens geweest, zoals dat ook bij mij het geval was, om toneelspeelster te worden. Al op 15-jarige leeftijd was zij leerlinge van de particuliere toneelschool in de Amsterdamse Plantage Middenlaan en kreeg zij daar lessen van twee grote toneelfiguren uit die jaren: Rika Hopper en Eduard Verkade.

En omdat deze leraren haar hadden aangeraden om een cursus in bewegingsleer te volgen, ging zij balletlessen nemen bij Daisey Goëtze, een zuster van de toentertijd zo befaamde semi-klassieke balletdanseres Hanzi Goëtze.
En toen Hanzi Goëtze haar tijdens de lessen had zien dansen, zei zij tegen haar – en ook dat was dus weer een punt van overeenkomst tussen ons, want Esther de Boer-van Rijk had immers, na de opvoering van Paljas aan de Middenweg in Amsterdam-Oost, ongeveer hetzelfde tegen mij gezegd – ”Meisje, jij hebt talent, je moet balletdanseres worden, ik zal je gratis opleiden en dan neem ik je op in mijn ballet.” En zo gebeurde het ook.

Zij heeft toen vijf jaar in het Ballet Hanzi Goëtze gedanst, waarvan zij twee jaren in Italië verbleef, een tijdje in Zwitserland en België en waarin zij alle grote theaters van Nederland aan deed. En daarna speelde zij als actrice mee in revues en cabaretvoorstellingen, met onder anderen Kees Manders, Corry Vonk en Ronald Wagter sr.

En niet alleen als actrice, maar ook nog als cabaretière. En ook dat was dus weer een pluspunt voor mij, want niet alleen had ik met haar weer een actrice die met mijsketches en eenakters kon spelen, maar bovendien kon zij nog optreden als cabaretière. Die middag van de 7de januari 1946 heb ik haar natuurlijk ook nog getest op vakbekwaamheid. Ik liet haar rollen voordragen uit door mij geschreven eenakters. Zij deed dit zo perfect, dat wij het nog diezelfde middag eens werden. Zij werd de vrouwelijke ster in mijn cabaretgezelschap.En om deze nieuwe episode in mijn leven af te sluiten, wij werden verliefd op elkaar en wij trouwden op 20 november 1946.

  • Frans treedt op 20 november 1946 in het huwelijk met de charmante actrice-cabaretière Lily Rost.

Mijn joodse vriendin had intussen een man leren kennen, met wie zij ging trouwen en verliet kort na ons huwelijk ons huis. En als mijn vrouw Lily en ik moesten optreden, dan waren het de ouders van Lily die zich over mijn dochtertje Nelleke ontfermden. En om volledig te zijn vermeld ik dan ook nog even dat Nelleke, na vier jaren bij ons te hebben gewoond, op 14-jarige leeftijd naar haar moeder in Blaricum ging en anno 1976 in Seattle in Amerika woont, waar zijbijzonder gelukkig is met haar man, een Amerikaanse piloot, en haar dochtertje Tia. En als zij steeds met haar man en dochtertje om de drie jaar naar Nederlandkomt, dan beleven wij met elkaar telkens weer een paar heerlijke weken.

En ook over deze periode in mijn leven zou ik twee boeken vol kunnen schrijven, maar ik volsta met enkele herinneringen aan deze heerlijke periode, die bijna dertig jaar heeft geduurd, namelijk van 1936 tot 1965. Eerst een feit dat voor mij persoonlijk een grote triomf was. Ik vertelde al dat ik zelf teksten ging schrijven, maar toen kreeg ik de roman ’Mensen in de oorlog’ van Andreas Latzko onder mijn ogen. Ik was zo gefascineerd door dit geweldige boek, dat ik een hoofdstuk daarvan bewerkte tot een gespeelde monoloog.

En deze monoloog van twintig minuten werd mijn grootste succes in deze dertig jaren Nederlands Cabaret Ensemble. Het was het verhaal van een gekverklaarde soldaat, die de gehele oorlog heeft meegemaakt en zijn afschuw daarover uitspreekt. Ik speelde deze scène, gekleed in een versleten uniform, in het decor van een krankzinnigengesticht en tot mijn grote vreugde werd dit stukje solotoneel een ’krankzinnig’ succes.