Hoofdstuk 10

Huldiging in Bellevue

September 1948. Ik ben 25 jaar artiest en mijn vrienden en collega’s organiseren een huldigingsavond voor mij op 18 september, in de grote zaal van Bellevue in Amsterdam. Velen, zeer velen van mijn collega’s hebben toen belangeloos aan deze jubileumavond meegewerkt, onder wie WillyAlberti, de Russische zanger Wassia Krimsky, het accordeonorkest onder leiding van Jan Vogel met de zanger Max van Praag, de goochelkunstenaar Balsamo en Aart Boenders’ WailanaHawaiians. En mijn conferencier was niemand minder dan Sylvain Poons.

  • Frans Nienhuys is 25 jaar artiest. Het jubileum wordt uitbundig gevierd in Bellevue in Amsterdam. Van links naar rechts:
    - moeder Rost
    - Nelleke, de dochter van Frans
    - Willy Alberti, nog net zichtbaar links achter Frans en Lily
    - Sylvain Poons, de conferencier van de avond
    - Alex Wins, de organisator van de jubileumavond
    - Wassia Krimsky, de Russische zanger
    - Cor Brak, tussen beide microfoons, later bekend als Gerrit Dekzeil

Dankzij ieders medewerking – en vooral van goochelaar Alex Wins in zijn hoedanigheid als penningmeester van mijnhuldigingscomité – werd het voor mij een grandioze avond. Zelf heb ik natuurlijk ook opgetreden en alsjubileumvoordracht had ik als grote dierenvriend één van mijn lievelingsvoordrachten gekozen, het prachtige jachtverhaal ’Hallali’ van HenriBarbusse, waarin de wreedheid van de jacht aan de kaak wordt gesteld.

En behalve het artistieke succes was deze avond ook nog een financieel succes voor mij, want niet alleen kreeg ik vele fraaie cadeaus, maar er was bovendien nog een batig saldo van duizend gulden. Een andere herinnering. Ik was eigenlijk de man die – na zijn beginperiode als 12-jarig zingend jongetje – het grote talent ontdekte van WillyAlberti, een heel jong en magerkereltje dat in zijn eerste jaren als jonge zanger regelmatig optrad in mijn Nederlands CabaretEensemble.

Zo had ik in 1951 een tournee door België afgesloten en natuurlijk was ook de ’tenore Napolitano’, WillyAlberti, daarbij. Hij had al heel lang zware maagklachten en ik herinner mij als de dag van gisteren hoeveel pijn hij leed, als wij over de toenmalige, beruchte Belgische ’kinderhoofdjes’ hadden gereden. En wij waren nog niet in de kleedkamer of hij stond al met zijn maag tegen de centrale verwarming aan, in de hoop daardoor de pijn wat te onderdrukken. Wat hij al veel te lang had uitgesteld, liet hij dan eindelijk begin december 1951 doen, een maagoperatie.

En het was op 12 december 1951, dat wij hem met mijn oude, vertrouwde Austin, een tien jaar oud wagentje dat wij een ’hoestbui op vier wielen’ noemden, maar dat ons toch maar zes jaren lang door heel Nederland en België heeft vervoerd, uit het Amsterdamse Binnengasthuis haalden en in triomf door Amsterdam reden.

  • Willy Alberti heeft een maagzweer-operatie ondergaan en wordt na zijn ontslag uit het Binnengasthuis door Frans Nienhuys in een triomftocht door Amsterdam gereden.

    Vanaf links: Ria Alberti (de vrouw van Willy), Frans, Willy en Lily met het hondje Happy.



En aansluitend ook nog een herinnering aan zijn dochter, onze niet minder talentvolle WillekeAlberti. Het is 5 mei 1950 en wij beleefden het eerste lustrum van onze bevrijding in 1945. Ik had de leiding van een middagfeest voor de kinderen en een avondfeest voor de volwassenen en beide evenementen vonden plaats op de Bevrijdingslaan in Amsterdam Zuid, waar een groot podium was opgesteld enwaarvoor zelfs het tramverkeer op deze laan werd stilgelegd.

Ik organiseerde op dat middagfeest een zangwedstrijd voor kinderen en het 5-jarige meisje dat toen met glans de eerste prijs won, was niemand minder dan de later zo populaire en gevierde... WillekeAlberti!

En dan ook nog een paar humoristische herinneringen aan deze dertig jaren Nederlands Cabaret Ensemble, waarin vele bekende artiesten optraden. Zoals de muzikale clownRexis, het accordeontrio De Drie Jacksons, Mieke Telkamp, het komische duo Johnny enJones, Annie de Reuver, het zangduo Christine Spierenburg en Wim Koopman, het cowboytrio De Chico’s en WillyAlberti.

  • Een voorstelling van het Nederlands Cabaret Ensemble op 15 maart 1950 in Bellevue in Amsterdam voor de kinderen van het kindertehuis Noorthey. Frans zingt vóór en mét zijn jeugdige publiek een 'meezing-potpourri'.


Januari 1946. Wij hadden een voorstelling gehad in Den Helder en reden na afloop daarvan weer terug naar Amsterdam, in diezelfde ’hoestbui op vier wielen’. Het was een vrij heldere nacht – dat dacht ik tenminste – en op een gegeven moment zeg ik tegen mijn collega’s in die ’hoestbui’, ”jongens, het is zo helder, ik zou zelfs zonder licht kunnen rijden”. Ik deed mijn lichten uit, maar die zogenaamde helderheid viel mij toen wel tegen. Na ongeveer een minuut deed ik de lichten weer aan... en wat zagen wij toen? Wij bevonden ons plotseling temidden van eenheleboel koeien, die in die stille nacht uit de wei waren gekomen en nu rustig over de verkeersweg kuierden. En dat ik tot mijn grote opluchting geen enkele koe heb geraakt, dankte ik alleen aan het feit dat zij op dat moment juist hun goedige koppen van mijn wagen hadden afgewend en ik precies tussen hen door kon rijden.

Op een avond in 1952 speelden wij in een klein, oud en bouwvallig feestzaaltje in Enschede voor een buurtvereniging. Als de voorstelling begon, de lichten in de zaalwerden gedoofd en het toneellicht ging aan, zette onze pianist Cor van Veen achter het gesloten voorgordijn de herkenningsmelodie in van mijn Nederlands Cabaret Ensemble. Na enige seconden ging dat gordijn dan open en riep ik van achter het toneel de bekende woorden, waarmee ieder radioprogramma van mij altijd begon: ”Dames en heren en nu...” en dan kwam ik van achter het toneel te voorschijn, liep tot vlak bij het voetlicht en zei dan nog ”…men vraagt en wij draaien!”

Maar die avond ging er iets mis. Ik zei u al dat we in een bouwvallig feestzaaltje waren. Het toneeltje maakte daar geen uitzondering op, evenmin als het luikje dat vlakbij het voetlicht het souffleurshokje moest bedekken, dat wij natuurlijk niet nodig hadden.

Ik heb achter het toneel geroepen ”Dames en heren en nu…” Ik kom naar voren, stap op dat luikje en zei toen… ”men vraagt...”, maar verder kwam ik niet, want op dat moment stortte met luid gekraak dat luikje in, waardoor ik in de diepte zonk en alleen mijn hoofd nog zichtbaar was. En tot grote hilariteit van het publiek, zei ik toen nog... ”en de rest zal ik u straks wel vertellen…” Doek, applaus! Mijn broek was gelukkig nog heel, ik moest alleen een pleister plakken op een bloedende wond aan mijn been, waarna de voorstelling verder vlekkeloos en zonder andere ongelukken verliep.

En dan nog deze herinnering aan deze dertig jaren Nederlands Cabaret Ensemble. Het is 1938. Ik werd geëngageerd om een week lang op te treden met mijn gezelschap in het Mabi-theater in Maastricht. Wij zouden dan het gedeelte voor de pauze vullen met een kleinecabaretrevue, na de pauze volgde dan het optreden van de toentertijd zo populaire violist Eddy Walis met zijn VARA-orkest Fantasia.

Er waren natuurlijk middag- en avondvoorstellingen en dus moesten wij, op de dag van de première, al betrekkelijk vroeg in de ochtend in Maastricht zijn, om met de directie van het Mabi-theater nog even enkele details te bespreken. Wij hadden afgesproken om elkaar in een café aan het Vrijthof te ontmoeten en toen wij daar binnenkwamen, zaten de heren al gezellig aan de borrel, een echte Limburgse gewoonte.

En omdat ik in die jaren behalve thee, melk en koffie nog bijna niets dronk – wat kan een mens toch veranderen, nietwaar? – keek ik wel een beetje verbaasd en heb de mij aangeboden borrel dan ook resoluut afgeslagen. Het werd natuurlijk een kopje koffie.

Tijdens deze bespreking werd mij gevraagd of ik er geen bezwaar tegen had, dat in mijn programma een optreden zou worden ingelast van eenamateurartiest, die in Maastricht en omgeving nogal populair was, de Limburgse ’Buziau’. Maar omdat ik vreesde dat het misschien wel erg amateuristisch zou zijn, heb ik toen gezegd: ”Goed heren, als u er op staat mag deze amateur in mijn programma optreden, maar dan moet u mij toestaan om in mijn aankondiging van zijn optreden duidelijk te zeggen dat hij niets met mijn gezelschap te maken heeft en apart door u werd geëngageerd.”

Het ogenblik is aangebroken dat ik de Limburgse Buziau moet aankondigen. Ik deed dat dus op de manier zoals wij hadden afgesproken en de pseudo-Buziau betreedt het toneel. Een daverend applaus voor hem en terwijl ik mijn hart vasthield, begon hij aan zijnBuziau-imitatie.

Ik stond meteen perplex. Dat was geen imitatie, dat was Buziau zelf; zo voortreffelijk getroffen en zo voortreffelijk getimed. En bij de volgende voorstelling in die week heb ik hem dan ook wel heel anders aangekondigd. En wie was nu deze LimburgseBuziau? Niemand anders dan de zo groot geworden… Toon Hermans!