WIND IN DE RUG
De zon zakt weg in de golven
verruilt zijn gezicht voor de maan.
De hemel in goud bedolven,
een nieuwe nacht breekt.
De zilte geur van verlangen
neemt alle gedachten mee,
die pijn en stress doet verbannen
naar de andere kant van de zee.
En waar je ook kijkt, slechts lucht zand en water
geen mensen, geen huizen,
geen auto's geen straten.
Geen drukte, geen haast
geen heen en weer terug,
alleen de zee voor mij uit en wind in de rug!
Kom me niet na,
ik denk niet dat ik ga,
hier voel ik dat ik besta!
Ver achter het duingras verborgen
ligt het land waar nog tijd bestaat.
Waar de onrust, de chaos en de zorgen,
mijn vlucht zien als doelloos verraad.
Maar wat men ook denkt, ik hoef mijn trein niet te halen,
niet te rennen, niet te werken
aan mijn eigen idealen.
Niet te zijn wie ik niet ben
geen trap omhoog of stap terug,
alleen te kijken naar de zee, met de wind in de rug!
Kom me niet na,
ik denk niet dat ik ga,
hier voel ik dat ik besta!
Als ik terug ga naar dat land,
zijn alle schepen achter mij verbrand,
is de storm gaan liggen, de hemel opgeklaard
zijn alle angsten, wrok en strijd
voor eventjes verleden tijd,
tot de realiteit me nieuwe zorgen baart!
De wolken voorspellen regen
't wordt donker en de wind wakkert aan.
Zelfs de nacht houdt me niet meer tegen.
Het is tijd om terug te gaan.
Het is om naar huis te gaan.
En waar je ook kijkt, slechts lucht, zand en water
geen mensen, geen huizen,
geen auto's geen straten.
Geen drukte, geen haast,
geen haven, geen brug,
alleen de zee voor mij uit
en de wind in de rug!
Kom me niet na,
ik denk niet dat ik ga,
hier voel ik dat ik besta!
Toos Ligtenberg