|
Curator: Jan Turkenburg Subject: Katholiek Jongerenkoor Vinkeveen NL december ± 1970 echo proloog english |
| 1. Geboortelied (Birthsong) (J. Duin/J. Stokkermans) 2. Het lied van de pottenbakker (Song of the potter) (H.Verbeek/J.Stokkermans) 3. Eens op de velden (Once in the fields) (onbekend/unknown) | |
| 4. Midden in de winternacht (In the middle of the winter night) (Instr. trad.) 5. Het lied van de sterren (The song of the stars) (H.Verbeek/J.Stokkermans) |
Ik zit bij mijn moeder op schoot en zij zingt: "Schuitje varen, theetje drinken" of was het "slaap, kindje slaap"? Nee, dat was als ik werd toegestopt. Ik weet het ... geloof ik .... het was iets met "hobbel in de weg" en ... "gat in de weg". Bij "gat in de weg" liet ze me op de grond zakken. Zoiets, maar hoe dat liedje verder ging.... ik ben het eigenlijk later nooit meer tegengekomen.
Een andere vroege herinnering is veel duidelijker: ik loop, nee, ren de trap af want mama riep net: "Jáááántje! De Bietols op de radio!!!" Wij dansen samen op "Obladie Oblada", luchtgitaar spelend zing ik mee: deddie ennie janno wia wio wee, joddie jaddie jiddie a oe wee... Nog een: ik zit achter in de tuin in zo'n felgekleurde klapstoel. De zon schijnt en ik sip aan een plastic beker oranje aanmaaklimonade, mijn beentjes bungelen heen en weer en uit de gloednieuwe transistorradio van papa klinkt: "Pennie leen". Ik wist heel goed wat "Bietols" waren: aardige jongens met lang haar, ze woonden in slaapzakken op de Dam en alle mooie liedjes op de radio waren van hen: no milk toedeei, Goser Djek, Haha zet de clown... Sommige grote jongens in Het Jongerenkoor hadden ook lang haar, maar lang niet zo lang als dat van de Bietols.... Iedere zondag onderging ik de angstaanjagende ervaring van het bezoek aan het katholieke huis van God. "Uren" stilzitten en luisteren naar een meneer in een jurk die zonder ophouden op één toon prevelde en soms moest je opstaan en hardop mee murmelen, dat je gezondigd had in woord en gedachte. Ik wist niet precies wat ik daarmee bedoelde, maar het voelde beangstigend. Er was langzame, trieste en soms zelfs verontrustende muziek bij. Die daalde van achteren op je neer. Ik was altijd blij als het afgelopen was. Nee, neem dan Het Jongerenkoor: ééns in de maand of zo. Die waren werkelijk gewèèèèèèèèldig! Een keer bleef ik met mijn vader na de kerk staan kijken en luisteren hoe Het Jongerenkoor voor Kerstmis repeteerde. Ze zongen niet alleen, ze studeerden ook bewegingen in en er was een orkest bij, met échte instrumenten: contrabas cello, klavecimbel, electronisch orgel, drumstel, gitaar, accordeon en bovenal: de dwarsfluit en de saxofoon! De twee mannen die daarop speelden waren verschrikkelijk goed! Je moest ook wel goed zijn om in de kerk te mogen spelen, toch? Wie ook heel goed was en bovendien oogverblindend mooi, was Wilhelmien. Zij was een wezen van een hogere orde, een engel die ik niet durfde aan te kijken. Als zij zong kregen sommige mensen in de kerk tranen in hun ogen, wat dan ook wel weer een beetje eng was.... Pas toen mijn helden vertrokken waren en ik zelf al een tijdje dwarsfluitist bij het jongerenkoor was, hoorde ik dat er kerstmis-opnamen waren uit die tijd. (aanvullingen) Welkom bij de proloog van het 52 dagen project. Dit is één jaar lang een kleine oase voor verguisde muziekverzamelaars. Een groepstherapie van 52 sessies. In het begin zal ik de behandeling een zetje geven, maar snel zal het moment komen dat één van jullie in het diepe zal moeten springen! Maar wees gerust: niemand zal genezen raken! |