De Havenzaten in Twente en hun bewoners   -  A. Gevers en A. Mensema  (Waanders)
EVERLO. (blz. 399 e.v.)                                                                                                                                            terug naar parentelen

In de nacht van 23 op 24 maart 1750 vond er een drama plaats op Everlo.

Verschillende knechten en boeren waren in het bouwhuis bijeen, onder wie Gerrit Rijkhof, de rentmeester van Everlo.

’s-Avonds laat na veel onenigheid en ruzie, waarbij het tussen diverse personen nog net niet tot handtastelijkheden was gekomen, gaf Rijkhof uiting aan zijn ergernis over de relatie tussen Van den Clooster (eigenaar van de havezate) met ‘zwarte Gerrit’ ( de jager Gerrit Mensink) en dreigde hem in hechtenis te laten nemen. In grote woede schoot Rijkhof met een geweer in de richting van Gerrit. Het schot hagel miste hem op een haar na – zijn hemd werd verschroeid – maar trof wel zijn eigen vrouw Anna Schrevelius, die ter plekke overleed.

Toen Rijkhof zag wat hij had gedaan, bedreigde hij de anderen met een degen en riep dat de Heer van Everlo en ‘zwarte Gerrit’ de oorzaak waren van de dood van zijn vrouw. Vervolgens vluchtte de dader naar het buitenland, waarschijnlijk het graafschap Bentheim.

……….

Om te voorkomen dat de geaardheid van Van den Clooster aan het licht zou komen, wat een grote schande voor de familie zou betekenen, lieten zijn ooms de generaal-majoor Balthasar van den Clooster en de majoor Jan Hendrik van den Clooster, hem gevangen nemen en opsluiten in de ‘Vurige Colom’ te Utrecht wegens liederlijk gedrag. Zijn goederen werden onder toezicht gesteld van de plaatsvervangende landrentmeester van Twente Hendrik Jan Bos.

Zie verder:

Drostamt Twente – inv.no. 681, toegang 33

Drostamt Twente - inv. no. 698, toegang 33
10 juni 1767

Samenvatting.

Gerrit Rijkhof is met vrienden naar Ootmarsum geweest naar het z.g. ‘maaksmaal’ van de familie Scholte Splinterinks.

Op de terugtocht naar Volthe, door drank verhit, begint Gerrit, zonder enige aanleiding, met een stok te slaan, waardoor Wense Rijnink aan het hoofd wordt verwond. Uit angst voor mishandeling loopt deze weg en wordt de volgende ochtend gevonden in een sloot, gewond en onderkoeld. Hij overlijdt enige tijd daarna.

Gerrit Rijkhof vlucht naar Duitsland; hij wordt bij verstek veroordeeld tot verbanning uit de provincie.

Bladzijde gevoegd bij het getuigenverslag inzake de doodslag van Wense Rijnink.

Gerrit Rijkhof

Hiet an kledagin mede genomen:

  • een blauwe korte broek met rode voeringe
  • een groenagtige met silvere knopen
  • een rood kammisool met silvere knopen
  • een leer kleur kammisool met de knopen overtrokken
  • een ligt kleurde jasch
  • een swarte paruck met twe bockels van agteren
  • een ib parucke
  • nog een met een korte steert met lind bewonden
  • een vierkant koffer enigsints met ruig leer overtrokken
  • effene hoed zonder kriel(?) of haarsel
  • een degen versilvert

van postuur is Gerrit Rijkhoff middelmatig, niet dick maar tenger, blank van wesen met roodachtige wangen, zwartagtige ogen en zwarte wijnbrauwen

Verslag van de brief van de advocaat van Gerrit Rikhof, eind maart 1750, aan de Ridderschap
 Bron: Oudheidkamer Twente  -  Verslagen Landdagen Ridderschap en Steden 

 Inv. nr.: D7 – A 21 – 3  (aanwezig in van Deinse Instituut – Enschede)

Transcriptie

Op de requeste van Doctor van Ludik, advocaat tot Nijenhuis (Neuenhaus) als last en procuratie hebbende van Gerhard Rijkhoff, rentmeester van Edzard Rudolph van den Clooster toe Everlo, houdende dat gem. deszelfs principael op den 23 Maart deses jaars (1750) ten zelven huisezodanig ware mishandelt, dat door 3 boeren en van deselve geschofden en geslagen, dat hij een snaphaan in een gemak deszelven huises staende, heeft moeten gebruiken tot deszelfs defensie tegen deselve boeren, welke geladen geweest zijnde, het ongeluk zoude gewilt hebben, dat door afgaan van deselve, deszelfs huisvrou in een ander gemak van den zelven huise zittende, zodanig ware getroffen, dat daer door ’t leven gelaten zoude hebben, hetwelk gem. Gerhard Rijkhoff als onmogelijk voorgecomen sijnde, egter sig had geabsenteerd .oog (?) soo vermeinde in staat wijl ook daer toe geen de minste redenen had gehad, zig dienaengaende in allen dele te cunnen verontschuldigen, als waarom deszelfs geblevene trouwen broeder de Capitain Mettenberg (m.i. Plettenberg) zig ook met hem, Gerhard Rijkhoff, wel had willen versoenen.Versoekende dat haar Ed. Mo. ten einde voorsr.: et ad finem usque litis (?) aen gem. deszelfs principael vrijgeleijde gelieven te verlenen.

Vermits de requeste gedestitueerd is van alle bewijs van depositie daer bij ter nedergestelt, so kan opt versoek bij deselve gedaen niet worden gedisponeerd.

 

Transcriptie van processtuk no. 1 uit Drostambt Twente          

Bron: inv. no. 747 -   toegang 33

1798 den 7 octbr heeft Geese in Riekhofs kaamer uit Volthe bij mij aangegeven, dat haar van den 5 op den 6 deezes des nagts in haar huisjen of kaamer gebroken is, met openbreking van het slot van de deur en dat uit haar kist, na het slot daar van was kortgeslagen, de volgende saaken ontstoolen sijn als:

Alle haare kleeren bestaande uit vier schorten, twee zwarte, een baayen strijpte en een sersien.

twee roodbaayen rokken. Een bruingroen jak. Drie hemdrokken. Een van bruin laaken, een zwart sersien en een van kapelstof. Een zwart regenkleed met een zilveren haken. 20 witte mutsen. vier elle doek. Een bovenbed boven van bonnesijde en onder van grijs linnen. Drie kussens met grijs linnen overtrokken. Een pöl boven van bonnesijde en onder van linnen, een onder bed van blauw strijpt linnen. twee linnen slopen. Drie bedlaakens het een getekend met L.A: M. 5 hemden. honderd guldens aan baar geld bestaande uit zestehalfen en tien enkelde guldens.

Informante zegt, dat zij nagts toen zij bestoolen is bij haar Dogter (Ale Rijkhof) op Borg Beuningen geweest is, en dat alzo niemand in het Huisjen des nagts geweest is, dat zij dog wegens deeze Dieverije prosamtie maakte op jan Damink in de Lemstege terwijl zijne beide kinderen des vrijdags tegen den avond nog aldaar geweest zijn te bedelen en aan beide olde Riekhofs huisen gekomen zijn, en gevraagd hebben of zij informante niet te huis was.

F. Wessels ( Rigter )

Het betreft hier Gezina Rijkhof, de zus van Gerrit en de tante van Jette Rijkhof, gehuwd met Jan Damink; Jette wordt ervan verdacht bij haar tante te hebben ingebroken.

Samenvatting:

Nalatenschap Esse Rikhof

Rechtbank eerste aanleg Almelo  -  Familiebesluiten van 1812-1821  -  Toegang 89 inv. 108  - akte no. 195 van 1818                                                                

21 november 1818

vrederechter: mr Lambertus Johannes Antonius Nieuwenhuis, Oldenzaal

Compareren bloedverwanten van Gesina RIJKHOF, geboren 29-01-1800 te Losser, als dochter van Albertus Rijkhoff, overleden, en Aleida TICHLER, landbouwster in de Lutte. Gesina is dienstmeid bij haar oom Gerrit Jan Tichler. De aanleiding tot deze bijeenkomst is de verkoop van onroerend goed.

Tot de aanwezigen horen, van vaderszijde:

  • Gerrit Rijkhof - volle oom, landbouwer in Beuningen
  • Gerrit Sombeke – aangehuwde oom, idem
  • Antoon Zeij – aangehuwde oom, oud-militair te Oldenzaal

En van moederszijde:

  • Gerrit Jan Tichler – volle oom, landbouwer in Tilligte
  • Albert Tichler - volle oom uit Beuningen
  • Lambert Kaverink – achterneef uit de Lutte

De toeziend voogd over Gesina Rijkhof is Gerrit Olde Hassink, landbouwer te Beuningen. (dit is Gerrit Rijkhof)

In het familieberaad wordt besloten dat de nalatenschap van Esse RIJKHOF, de grootvader van de minderjarige Gesina, die zijn z.g. Essenplaatsje met landerijen in Beuningen (ca 7 mudde lands) heeft nagelaten aan 9 ooms en tantes en Gesina (ipv haar vader), publiekelijk wordt verkocht, om de nalatenschap te verdelen.

Alleen Zeij ondertekent, de rest kan niet schrijven.

 

Zie ook:

Notariele akten 1818 - Oldenzaal no.130  -  Notaris Stork.  Deze akte vermeldt alle kinderen van Esse Rijkhof, de nalatenschap, familieberaad en openbare verkoop.

Zie ook:

Vonnis van de vrederechter mr Lambertus Joannes Antonius Nieuwenhuis – Oldenzaal - 6 september 1834

GEZINA BLOEMEN, weduwe van ESSE RIJKHOF, heeft LAMBERT EKELHOF, eigenaar van het Essenplaatsje, aangeklaagd, omdat de jaarlijkse uitgang niet is betaald. (twee mudde en vijftig koppen droge gedorste rogge en één en dertig kop boekweit.) De eigenaar laat zijn zuster MARIA EKELHOF en haar man GERRIT HOPMAN op het Essenplaatsje wonen.   (NB. De weduwe Rijkhof mag levenslang wonen in de "kamer" op hetzelfde plaatsje, maar heeft vorig jaar ruzie gehad met Maria Ekelhof, die nu niet meer wil betalen.)

Lambert Ekelhof wordt veroordeeld tot betaling van f.11, 10, zijnde de waarde van de niet geleverde goederen.

 

Vredegerigt Oldenzaal

Register van aangegeven dieverijen, misdrijven en overtredingen

RAO; toegang 66.1; inv.no.4

 

1769: 13 november

"Geeft Alefs Martin uit de Nijstad aan, dat zijn vrouw Fenne als vroedvrouw heeft geweest van Sondag op Maandag en nagt bij Hamse in de kamer in Volthe en heeft gen. vroedvrouw aldaar geholpen een vrouws persoon in de kamer wonende, welke dan ook bevallen is van een kind in presentie van Lamb. Hamse en Roes berend in Volthe, en heeft gemelde vrouwspersoon tot vader van ’t kind benoemd een Esse wonende in Rijkhoves (kamer doorgehaald) Huisken. Dit aan de Hoogheid laten bekend maken op de 17"

NB Dit aan den Heer Drost bekend gemaakt.

Opmerkingen.

Het betreft hier de geboorte van het eerste kind, ( gedoopt als Gerardus) van Gesina Tulks, dat buiten huwelijk geboren werd. De bevalling vond plaats in de kamer – een afzonderlijk woongedeelte – van de boerderij van Lambert Hampsink in Volthe. Een Berend Roesthuis was getuige. De vroedvrouw, in dit geval Fenne Alefs uit de buurtschap Nijstad in Weerselo, diende een buitenechtelijke geboorte te melden aan het Vredegericht, die het op haar beurt doorgaf aan de Drost (genoemd als Hoogheid). De Drost legde doorgaans, voor buitenechtelijke bevallingen, een boete op, waarvan een deel in eigen zak verdween. Of dat in dit geval ook is gebeurd, wordt uit de stukken verder niet duidelijk.

De vader, de toen 20-jarige Esse Rijkhof, woont op het moment van de bevalling, in het huisje van Rijkhof waarschijnlijk bij zijn tante Gesina Rijkhof.. Berend Roesthuis, getuige bij de bevalling, is een broer van Jan Roesthuis, met wie Gesina Rijkhof getrouwd was. Het kind is nog dezelfde dag gedoopt en Gesina Rijkhof is een van de doopgetuigen.

In het Register voor Hoofdgeld ( een provinciale belasting op volwassen personen) voor de marke Volthe in het jaar 1767, wordt Lambert Hamsink geteld voor twee personen. Hemzelf en zijn dienstmeid. Zijn echtgenote Johanna ter Linde is dan al overleden. De dienstmeid – ongetwijfeld Gesina Tulks – zal gezorgd hebben voor de vier nog kleine kinderen.

In het Register voor Hoofdgeld van 1765, woont er een Gese in Hamsink Kamer. Zij wordt geteld als trekkende van de Armenstaat, zodat geen Hoofdgeld verschuldigd is.

 

 (met dank aan Gerard Bekke)