Hij zei tot hen: "Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping." (Marcus 16:15)


DE HEIDELBERGSE CATECHISMUS

Historische Achtergrond

De Heidelbergse Catechismus wordt gebruikt als belijdenisgeschrift (belijden is: naspreken wat God in de Bijbel zegt) in o.a. de Gereformeerde kerken (Vrijgemaakt). De Heidelbergse Catechismus is vertaald in vele talen en is de invloedrijkste en meest geaccepteerde catechismus van de catechismussen die geschreven zijn ten tijde van de Reformatie. Deze Catechismus word veel gebruikt voor onderwijs in de christelijke leer aan de jeugd (catechesatie) maar ook aan de hele gemeente (d.m.v. de catechismus prediking).

De Heidelbergse Catechismus werd geschreven in opdracht van keurvorst Frederick III, die regeerde over de Duitse provincie de Paltz van 1559 tot 1576. In die tijd was er nogal veel discussie rondom de leer van het avondmaal. Frederick III, een aanhanger van Calvijn, nam het initiatief tot het samenstellen van een nieuwe catechismus. Hij gaf deze opdracht aan Zacharius Ursinus (1534-1583), een dogmatiek-professor voor de opleiding van predikanten aan de Heidelbergse Universiteit. Ursinus schreef eerst een Grote Catechismus, waaruit hij daarna een een uittreksel maakte, zijn Kleine Catechismus1. Ook heeft Caspar Olevianus (1536- 1587), voor korte tijd hoogleraar aan de Heidelbergse Universiteit en daarna hofpredikant, een deel gehad in de samenstelling van de Heidelbergse Catechismus.

Een soort commissie, bestaande uit de leden van de theologische faculteit en enkele vooraanstaande predikanten (waaronder Olevianus), moest het manuscript toetsen dat op basis van beide catechismussen was vastgesteld. In Januari 1563 werd de Catechismus door een speciaal bijeengeroepen synode officieel verklaard. Dit resulteerde in de publicatie van de Heidelbergse Catechismus met een voorwoord van keurvorst Frederick III in februari 1563. De eerste editie was binnen een paar weken uitverkocht. Op wens van Olevianus werd in de tweede editie vraag en antwoord 80 over de roomse mis toegevoegd. Als vierde editie (Nov. 1563) was de Heidelbergse Catechismus opgenomen in de nieuwe kerkorde van de Paltz. Dit was om kerkorderlijke redenen gedaan, met het oog op de catechismus prediking in de middagdiensten.

De Heidelbergse Catechismus werd meegebracht naar Nederland door Petrus Dathenus. Als predikant van de Nederlandse vluchtelingengemeente had Datheen al in het jaar 1563 een vertaling van de derde Duitse editie verzorgd, die hij achter zijn Psalmberijming opnam. In een tweede editie van zijn kerkboek (1566) nam de catechismus zo'n prominente plaats in dat de hele bundel er vaak naar genoemd werd. De beroemde synode van Dordrecht (1618-19) heeft de Heidelbergse Catechismus getoetst en besloot het gebruik van de Heidelbergse Catechismus in de kerken aan te bevelen2. Ook werden ondertekeningsformulieren aanvaard, die de ambtsdragers en hoogleraren moesten ondertekenen.

De Amsterdamse predikant Petrus Gabriel moet de eerste geweest zijn die een catechismus preek gehouden heeft. Catechismus prediking werd later voorgeschreven door de Noord-Hollandse provinciale synode van Alkmaar in 1573. Dat gebeurde ook door de synode van Dordrecht (1574), de nationale synode te Dordrecht (1578), de synode van Middelburg (1581) en die van Den Haag (1586)3. De Dordtse synode (1618-19) onderschreef deze regel. Ook vandaag is het nog steeds de gewoonte dat s'middags een catechismuspreek wordt gehouden (Artikel 66 van de Kerkorde).

Op de Dordtse synode (1618-19) werd de tekst van de Heidelbergse Catechismus niet vastgesteld4. Dus waren er voor lange tijd verschillende versies en uitgaven in gebruik. Volgens het besluit van de Generale Synode van Kampen (1975) werd een nieuwe, taalkundig gemoderniseerde tekst opgenomen in het Gereformeerd Kerkboek. De definitieve vaststelling van de taalkundig gemoderniseerde tekst van de Heidelbergse Catechismus (inclusief Schriftbewijs) heeft plaatsgevonden op de Generale Synode te Heemse (1984-85). Daarbij werd ook nadrukkelijk uitgesproken dat de schriftplaatsen alleen onderdeel van de belijdenis vormen wanneer ze in de tekst van de catechismus worden geciteerd5.



1 Ursinus schreef beide catechismussen in het Latijn. Als bronnen gebruikte hij:
De Catechismus van St. Gallen uit 1527,
de catechismus van Leo Judae (waarin de vragen door de leerlingen gesteld werden),
de Grote Catechismus van Geneve geschreven in 1542 door Calvijn,
de Kleine Catechismus van Maarten Micron (1552),
de Korte Onderzoekinge des geloofs van A Lasco (1553),
de Emdense Catechismus van A Lasco (1554).
Ook heeft Luthers Kleine Catechismus het eindresultaat van Ursinus' werk beinvloed.
2 In de Acta staat het volgende (in tegenwoordige spelling):
'De 147e zitting. 1 mei. Woensdagvoormiddag.
De EE. Gecommitteerden hebben verklaard, dat dit ook de wil was der Hoogmog. Heeren Staten-Generaal, dat de Catechismus van de Paltz, nu over lange tijd in de Nederlandse kerken aangenomen, en dus lang in dezelve geleerd, op dezelfde wijze onderzocht en overzien zou worden; en dat een ieder verklaren zou, of zij meenden, dat in deze Catechismus iets geleerd werd 'twelk met Gods Woord niet zou schijnen overeen te komen. Tot dit einde zijn alle vragen en antwoorden deszelven overlezen, en is ieder gebeden zijn gevoelen van de leer, daarin begrepen, oprechtelijk te willen verklaren.
De 148e zitting. Dezelfde dag namiddag.
Is met eendrachtige en overeenstemmende adviezen, zo der uitheemse als der inlandse theologen verklaard, dat de leer, in de Catechismus van de Paltz begrepen, in alles met Gods Woord was overeenstemmende, en dat in dezelve niets was begrepen, 'twelk zou schijnen, als daarmee niet overeenkomende, te moeten veranderd of verbeterd worden; en dat deze Catechismus een zeer wel gesteld kort begrip was der rechtzinnige Christelijke leer, zeer wijselijk in orde gebracht, niet alleenlijk naar 't begrip der tedere jonkheid, maar ook tot bekwame onderwijzing dergenen die tot hun jaren waren gekomen. En dat dezelve derhalve met grote stichting in de Nederlandse Kerken mocht geleerd, en in alle manieren behoorde gehouden te worden'.

3 De synode van de provincie Gelderland in 1583 ging zelfs zover dat uitgesproken werd dat de boeren, die onwillig waren om naar de middagdienst (waarin catechismus prediking gehouden werd) te komen, door de politie moesten worden gehaald en naar de kerk worden gebracht.
4 De tekst van de Nederlandse Geloofsbelijdenis wel.
5 Acta artikel 181.



Deze informatie is gebaseerd op het boek Ja en Amen (G. van Rongen, uitgever: Vereniging van Gereformeerde Kerkorganisten, 1998) en het Book of Praise van de Canadian Reformed churches.


Terug naar Inhoud Heidelbersge Catechismus