Igreja Senhora da Conceição, Porto

 

De enige kerk van Dom Bellot in Portugal is de Senhora da Conceição te Porto(1938-1947). 50 Meter lang, 20 meter breed, een dragend skelet van beton, de voorgevel van blokken graniet. Onder de gehele lengte van deze kerk bevindt zich een crypte, bereikbaar door deuren in de zijgevel en vanuit de kerk zelf. De hoge toren is in de onderbouw achtkantig en vertoont overeenkomsten met een eerder ontwerp van Bellot's leerling Hendrik van de Leur (St. Franciscuskerk, Bolsward, 1933).

 

Aan de voorzijde is een brede trap die leidt naar de drie hoofddeuren. Deze drie deuren worden geflankeerd door vier zuilen, waarop op zo'n 6 meter hoogte beelden van de Portugese heiligen Antonius van Padua, Johannes de Deo, Nuno Álvares Pereira en Johannes de Britto geplaatst zijn. Geheel bovenaan is in de gevel een halfplastiek verwerkt. De eerste steen is gelegd op 18 december 1938. De voorgevel is gewijzigd uitgevoerd, in vergelijking met de ontwerptekeningen van Bellot uit 1938. Deze wijziging betreft vooral de bekroning van de achtkantige toren en zijn gedaan onder verantwoordelijkheid van de Portugese architect Rogério de Azevedo.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Doordat de toren gebouwd is op één van de heuvels in Porto is het uitzicht over de stad adembenemend en de toren is dan ook te beklimmen.

 

Een betonnen wenteltrap, qua ontwerp identiek aan het trappenhuis van de abdij

Saint Benoit-du-Lac in Canada, voert naar de top van de toren, waar onderweg een carrilon en een historisch uurwerk bezichtigd kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het interieur van deze grote parochiekerk ademt onmiskenbaar ‘Bellot'..

De vormentaal van de bogen is identiek aan het oorspronkelijke plan uit 1938. In de uitvoering heeft het plan om gebruik te maken van baksteen echter plaats gemaakt voor beton en pilaren bekleed met marmer, dit op aandringen van de plaatselijke welstandscommissie. De Portugese architect Rogério de Azevedo heeft de plannen van Dom Bellot vertaald naar de wensen van de welstandscommissie, samen met architect Joseph Philippe (tot de Tweede Wereldoorlog medewerker van Dom Bellot). Uiteindelijk is op 8 december 1947 de kerk in gebruik genomen.

 

 

 

 

 

Net als in Suresnes heeft deze kerk over de volledige lengte van het schip een lichtbeuk.

 

Het maaswerk filtert het licht.

In de zijpaden verspringen de openingen tussen pilaar en buitenmuur taps toe,

om uiteindelijk boven in een keperboog

te eindigen.

 

De buitenmuur wijkt tussen elke pilaar naar buiten, om plaats te geven aan een zij-altaar of devotiekapel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het priesterkoor bevindt zich onder hetzelfde dak als het schip, en is binnen visueel van het schip afgescheiden door een lagere triomfboog.

Een binnenmuur van betonmaaswerk versmalt het priesterkoor ten opzichte van de kerkzaal.

Het hoogaltaar rijst net als in Comines hoog uit, en is zodanig een echte blikvanger.

 

 

 

 

 

 

Deel van de dakconstructie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto’s: A.A. Lukassen en A.W.A. Lukassen, juli 2019