Kei - De Molukse prehistorische rotskunst

Aan de noordkust van Klein-Kei bevinden zich de kliffen Ze strekken zich uit ten oosten van het huidige dorp Ohoidertawun, ongeveer een kilometer lang De kliffen laten een aantal richels zien, ontstaan door dat het eiland in de loop van de tijd enkele malen schoksgewijs is opgedrukt.

Op deze richels zijn talrijke rotstekeningen aangebracht. Bij eb kun je over het wad lopen , Hoewel bij vloed deze richels nog met enige moeite per prauw te bereiken zijn, worden de kliffen door de bevolking gemeden als plaatsen waar geesten rondwaren.

Druipsteengrotten

Bij het schoksgewijs opdrukken van het land, zijn er druipsteengrotten ontstaan. De holle druipstenen geven bij windvlagen - met name bij de westmoesson - geluid. Door het onverklaarbare van dit geluid, werd er gedacht dat dit werd veroorzaakt door de bovennatuurlijke krachten van onze voorouders die in deze grotten zouden zijn gehuisvest. Deze gedachte werd tevens gevoed door de mysterieuze tekeningen die werden aangetroffen. Deze mensachtige figuren,negatieve handrukken, maskers, zonsymbolen etc., hebben gelijkenis met tekeningen gevonden op Timor, Nieuw Guinea en Zuid Australië.

Oorsprong

De verwering van de rode figuren geeft aan dat de tekeningen zeker een paar duizend jaar oud zijn. De witte figuren dateren van rond de jaarteling tot 1000 jaar na Christus.

Tevens zijn er figuren die waarschijnlijk de eerste ontmoetingen met Europeanen aanduiden.

Op de Molukken worden de Alifuri als de oorspronkelijke bewoners gezien. Maar ook zij moesten ergens vandaan zijn gekomen. Dit is nog een van die talloze onopgeloste vragen waar archeologen en anderen nieuwsgierig naar blijven. Niet alleen de komst van de oerbewoners van de Molukken maar uiteindelijk ook de kolonisatie van de Polynesische eilanden heeft hiermee rechtstreeks te maken.

Anderhalf miljoen jaar geleden kwam de eerste mens al op Java voor. 30 Tot 50.000 jaar geleden was hij al in Nieuw Guinea en Australië. Dat wil dus zeggen dat de eerste Molukkers al drijvend (op vlotten) of varend Kei en ook Ceram - waar dezelfde soort tekeningen zijn gevonden - bevolkten. Dit op het moment dat in Europa de ijstijd nog heerste.

In deze periode kende men in Europa nog geen boten en geen landbouw terwijl de Molukkers de zeeën bevoeren tussen China en de oostpunt van Nieuw Guinea waar men al deed aan irrigatie

Daar uit de rotstekeningen blijkt dat Kei en Ceram resten herbergen van een ver gezamenlijk verleden. Ook de tekeningen zelf vertellen een stuk geschiedenis wat de moeite waard is om verder te onderzoeken.

Informatie bron van Stichting Malra


Deze rots tekeningen zijn te zien in Ohoidertawun

<< Terug