tuintips

Opgericht 17-11-1977

Tuintips voor uw tuin. 

 

Up Groente van de maand tuintips fotoos organisatie/bestuur

 

 

Tuintips in mei voor groenten van: André Rombaut, redacteur De Tuingids

 
 
Eindelijk is die lange winter voorbij. De meimaand is voor de moestuinder een prachtige maar drukke maand. Als de IJsheiligen half mei voorbij zijn, komt er geen nachtvorst meer. Waakzaamheid is toch geboden, luister goed naar de berichten van de weerman. In mei kunnen we nog heel wat groenten zaaien en planten. De belangrijkste activiteit is het planten en zaaien van ' zomergewassen '. Nu worden volop zomerprei, groene selder, knolselder, vroege herfstkool, bloemkool, pompoen, meloen, tomaat en kropsla geplant. Vergeet ook de struik - en staakbonen niet.

Zaaien in de volle grond
Nu zaaien we peterselie, broccoli, kropsla, alle boonsoorten, bewaarwortel, witloof, prei, krulkool op een wachtbed, kervel, radijs, pastinaak, knolselder, rammenas, andijvie, groene selder, rode biet, spinazie.
In mei moeten we toch rekening houden met de grillen van het weer dat nogal schraal, droog en koud kan zijn. Ook late nachtvorst kan nog optreden. Daarom is het raadzaam om alle zaaibeurten en plantingen die we begin mei uitvoeren met gaatjesplastic te bedekken.

Zaaitips
Als we nu andijvie zaaien is de kans op doorschieten gering. Geef het andijvieperceel niet te veel organische mest. Meestal wordt andijvie als nateelt uitgeplant.
Vanaf mei tot einde juli wordt ook Chinese kool gezaaid. Wegens het gevaar op aantasting van knolvoet is het raadzaam de plantjes op te kweken in een pot of bak. Daarna worden ze in de volle grond uitgeplant. Begiet Chinese kool niet teveel.
Wie nu nog erwten wenst te zaaien neemt het best lage donkergroene rassen. Vooral de late variétés maken een goede kans op slagen.
Vanaf mei zaaien we om de twee weken wat kropsla, Romeinse sla, bindsla en ijssla. Dit doen we om de oogst te spreiden maar ook om een gemengde sla te kunnen serveren.

Peterselie en postelein
Vergeet ook niet ergens nog een rij peterselie te zaaien. Peterselie schuwt overbemesting.
Postelein is een warmteminnend groentegewas. Rond half mei kan het buiten worden gezaaid. Maak de grond heel fijn want de zaden zijn zeer klein. Houd de grond voldoende vochtig. Bij arm weer kan het zaad al na een week opkomen. Dit is een heerlijke groente die spijtig genoeg niet altijd in de groentewinkel te koop is.

Bonen
Een klassieker onder de zomergroenten is natuurlijk de boon. Hierbij kunnen we kiezen voor de teelt van staakbonen of struikbonen. Staak - en struikbonen kunnen vanaf de tweede helft van mei buiten gezaaid worden. Staakbonen geven een hogere opbrengst per vierkante meter, en de oogstperiode duurt langer, maar de aanleg van een bed staakbonen vergt wel heel wat meer tijd. Als voordeel geldt dan weer dat het plukwerk niet zo lastig is.

Struikbonen van hun kant hebben - naast het feit dat de aanleg van een bed geen extra werk vraagt - ook nog het voordeel dat het onkruid op het perceel beter onderdrukt kan worden. Ook in de kwaliteit van de bonen is er een groot verschil: struikbonen hebben meestal een dikvlezige vruchtwand met kleine zaden, de oude rassen bevatten draden. Bij recente rassen werd aan dit euvel door selectie verholpen en nu hebben alle rassen het kenmerk dat zij zonder draad zijn.

Staakbonen echter hebben meestal een dunnere peul, waarin de zaden sneller uitpeulen, en moeten dan ook in een jong stadium geplukt worden.Welk van de twee soorten nu het beste is, moet elke liefhebber voor zichzelf uitmaken.
Als steunmateriaal voor de staakbonen kunnen we bamboestokken gebruiken, maar ook touw kan hier goed voor dienen. Plaats de staken op 70 cm van elkaar en leg aan de binnenkant van de staak een 5 - tal bonen. Struikbonen planten we uit op 50 x 10 cm. Bij bonen kunnen we nogal eens af te rekenen hebben met zwarte luis die de teelt volkomen doet mislukken. Tijdig passende maatregelen treffen hiertegen is zeker nodig.

Wortelen
Om gesplitste en vertakte wortelen te vermijden moeten we de grond voor het zaaien voldoende diep fijnmaken. De wortelgewassen zoals pastinaak, schorseneer, rode biet, witloof en de worteltjes zelf zaaien we best op een perceel dat vorig jaar compost kreeg, zodanig dat er voldoende reserve in de grond steekt. De halflate wortelen zaaien we van begin april tot eind juni. Laat hier tussen de rijen 20 cm en dun uit op 4 cm. Met het zaaien van late wortelen of bewaarwortelen wachten we best tot 15 mei. Wanneer we nu een partijtje late bewaarwortelen zaaien beschikken we tijdens de winter - en herfstmaanden over een heerlijke, waardevolle en voedzame groente.

Wie in de vorige jaren last had van maden in de worteltjes kan het perceeltje nu afdekken met tuinbouwgaas. Dit moet aangebracht worden voordat de eitjes gelegd zijn.

Uitplanten
Nu planten we aardappelen, kropsla, knolselder, augurken, en pompoenen uit. De laatste aardappelen worden, nu geplant, die oogsten we in augustus - september.

Plant knolselder uit op een flink bemeste, luchtige bewerkte grond eind mei. Neem als plantafstand 50 x 50 cm. Als we knolselder te diep uitplanten kan een slechte groei en een vervorming van de knol het gevolg zijn. Planten we vroeger dan eind mei dan treedt hoogstwaarschijnlijk groeistagnatie op.

Om prei uit te planten moeten de plantjes de dikte hebben van een potlood. Veel liefhebbers planten tussen de prei en selder Tagetes (Afrikaantjes). Deze houden de bodem gezond.

De eerste dagen van mei kunnen nog schraal, droog en koud weer geven, eventueel kan ook nog late nachtvorst voorkomen. Daarom houden veel liefhebbers eraan om hun zaaibeurten en plantingen de eerste helft van mei te beschermen met gaatjesplastiek.

Tomaten
Plant tomaten in de volle grond pas uit na de 20 stee mei. Plant ze op goed doorwerkte, niet te zware grond, waarin echter wel voldoende organisch materiaal aanwezig is. Geef het perceel 600 gram superfosfaat en 500 gram potassulfaat per 10 vierkante meter. Tijdens de groei voegen we aan deze meststof 200 gram ammoniaksulfaat per 10 vierkante meter toe. Plant bij voorkeur in lijnen ( 60 x 50 cm). Zet ze liefst onder een afdak.

Hiermee beschermen we de planten tegen regen, dit voorkomt een aantasting door de aardappelplaag en de grauwe schimmel. Het is aangeraden om voor elke plant een leistok te voorzien op een 5 - tal cm van de stengel. Geef na het planten enkele dagen water om een goede hergroei te bekomen. Graaf aan de voet van de plant een bloempotje in. Giet het water in die bloempot, op die manier voorkomen we het nat gieten van de stengel en de vruchten. Om de planten voldoende ruimte te geven nemen we als plantafstand 70 op 60 cm.

Onkruid bestrijden
Na zware regen moeten sommige grondsoorten oppervlakkig geschoffeld worden. Diep loswerken mag niet, want dat kan heel wat schade aan de gewassen veroorzaken.

Aangezien alles nu vlug tot groei komt, moeten we het onkruid heel snel te lijf gaan. Wie een tijdje niet met zijn tuin begaan is, kan verrast worden door de snelheid waarmee alles gegroeid is. Hak, schoffel en wied met de hand zo vroeg mogelijk,dus van zodra de rijen zichtbaar zijn. Wees er op tijd bij.
 

 

\