De hand in de hoofdrol      groep: onderbouw, middenbouw      Fried

Werkvorm:

Poppenspel

 

Doelen:

Leerlingen maken hun hand levend door middel van houding en bewegingen en met behulp van hun stem en geluid.

Leerlingen spelen korte scnes met hun hand als hoofdrol; alleen en in tweetallen.

 

Opstelling/ruimte:

Deze les kan in de klas gegeven worden.

 

 

Materiaal:

Grote poppenkast

 

Inleiding:

Een boze hand.

De leerlingen steken allemaal hun hand in de lucht. Ze maken er een boze hand van. Er mogen ook bewegingen mee gemaakt worden die er bij passen. Daarna mogen er ook geluiden en een stem bij gemaakt worden. Na deze hand komen ook vrolijke, verdrietige, bange, luie en gehaaste handen aan de beurt. De handen worden ook bij elkaar bekeken en besproken.

 

Kern:

Een boze hand achter de kast.

De kinderen bewegen n voor n hun hand van links naar rechts achter de kast. Ze proberen die hand een bepaald gevoel mee te geven. Er mag geluid bij gemaakt worden. ( dit wordt eerst droog geoefend)

Daarna doe de leerlingen hetzelfde maar dan gebeurt er in het midden van de kast iets waardoor het gevoel verandert.

Let er op dat de hand hoog genoeg gehouden wordt.

Deze oefening wordt telkens nabesproken met ( en door) de groep.

 

 

Afsluiting:

Twee handen achter de kast.

De leerlingen oefenen in tweetallen een situatie waarin twee handen spelen.

      Boze hand wordt opgevrolijkt door vrolijke hand

      Stoere hand neemt bange hand mee

      Verdrietige hand wordt getroost

      Luie hand wandelt samen met haastige hand

      Twee vrolijke handen ontmoeten elkaar en maken een dansje

 

Ze voeren dit uit achter de kast.

De rest van de groep kijkt en bespreekt na.