De koningin Huilt: Vertelpantomime.

Benodigdheden: petjes voor de clowns, instrumentjes voor de muzikanten en doekjes voor de dansers en danseressen. Twee kroontjes (eventueel mantels) en een speelgoedmuis. Feestmuziek.

 

Inleiding:

Verspreid in het lokaal.

We gaan vandaag een verhaal spelen, en dat verhaal speelt zich af op een kasteel.

Er worden rollen en handelingen uitgebeeld die de kinderen n.a.v. deze locatie aandragen. Komt er niets dan stel je hen vragen: wie wonen er in een kasteel? Wie maakt het eten voor de koningin, wie verzorgd de paarden, wie bewaakt de koningin, wie vermaakt de koningin, wat zou je doen als je zelf koning of koningin was….

In het begin van deze oefeningen laat je eerst één kleuter voorspelen, waarna iedereen het naspeelt. Als dat goed gaat mogen de kinderen eventueel direct beginnen met uitbeelden.

 

Introductie:

In een halve kring.

Vertel het verhaal beelden, d.w.z. staand, uit je hoofd en met gebaar terwijl je vertelt. Aan deze gebaren ontlenen de kleuters de betekenis en ze krijgen handvaten voor het uitbeelden van het verhaal.

 

Organisatie: volgens jouw eigen idee verdeel je de rollen. Kinderen krijgen petjes voor de clowns, instrumentjes voor de muzikanten en lichte doekjes voor de dansers en danseressen. Kies voor de koning en koningin kinderen uit die makkelijk spelen, dat is het beste voor het lesverloop.

 

Kern:

Vraag de muzikanten even om een voorspel te spelen waarna ze de instrumentjes onder hun stoelen te leggen totdat ze werkelijk nodig zijn.

Leg uit dat de kinderen precies moeten spelen wat het verhaal van hun vraagt. Vertel nu het verhaal nog een keer en kijk goed naar wat de kinderen doen. Ga niet droog door het verhaal maar ga in op de aspecten die zij leuk vinden. Geef continu complimenten en stimuleer groot spel (d.w.z. veel mimiek en handeling). Laat iedereen buigen, de koning op een paard naar het dorp rijden….

Kortom verzin er zoveel om heen als de kinderen leuk vinden.

Eindig in een echt feest met dans en muziek (tip: stop de muis dan weer weg, de kleuters zullen de muis namelijk erg interessant vinden).

 

 

 

Variatie.

Je kunt verschillende variaties maken op deze les. De sectie drama heeft veel leuke lessen binnengekregen. Van “Sinterklaas Huilt”, tot “de Circusdirecteur Huilt”… het kan allemaal.

 

 

 

 

Aandachtspunten bij vertelpantomime.

·      Niet zappen: geef de kinderen niet teveel verschillende rollen in het vertelpantomime. Dit remt de inleving van het kind en kan daarmee het verloop van de les negatief beïnvloeden

·      Probeer zo spannend, suggestief en uitdagend mogelijk ver­tel­len zodat de kinderen gestimuleerd worden om tot spel te komen, maar ook om door te blijven spelen (de spelmotor draaiende te houden). Beweeg en wees actief want dat straalt betrokkenheid uit. Speel op hen in, improviseer. Als men merkt dat een bepaald aspect uit het verhaal aanslaat, is het zaak daar verder op in te gaan, en gedetailleerder uit te werken.

·      Stimuleren bij vertelpantomime doet men o.a. door tijdens het vertellen complimenten en aanwijzingen te geven. Die complimenten en aanwijzingen (side coaching) zijn van groot belang voor de motivatie om door te spelen. Ook stimuleert de leerkracht door zelf actief in houding en gebaar deel te nemen aan het verhaal. De kinderen horen en zien dan wat de leerkracht bedoelt. Jonge kinderen hebben de eigenschap te imiteren tijdens hun spel. Dat geeft hun steun, het is hun manier van leren.

·      Als de leerkracht merkt dat één of meerdere kinderen niet reageren zoals zij dat wil (bijv. negatief gebruik maken van de anonimiteit die zo’n klassikale oefening met zich meebrengt) dan stapt zij niet uit de spelrealiteit. Dit werkt (vooral bij jonge kinderen) erg verwarrend voor de andere deelnemers, die erg abrupt uit hun spelfantasie worden gehaald. Probeer het binnen de fantasie van het verhaal positief op te lossen. En ook die laatste kabouter begreep dat het tijd was om op te staan en  met de rest mee te gaan. Hij had erg veel zin in pannenkoeken. De rest had hem al gemist en stond naar hem te zwaaien….

 

 

Het verhaal: De koningin huilt

Er waren eens een koning en een koningin... Die koning en die koningin zitten allebei op een troon. Op hun hoofd dragen ze allebei een kroon, en ze wonen in een groot kasteel. Maar de koningin is nooit gelukkig. Altijd moet ze huilen. Als de koning aan haar vraagt: "Waarom moet je nou weer huilen?", antwoordt de koningin: "Ik weet het niet, ik weet het echt niet. Ik ben het vergeten. Maar ik moet zo erg huilen." De koning heeft er schoon genoeg van. Er moet iets op de wereld zijn dat de koningin kan opvrolijken. De koning laat muzikanten komen. De muzikanten maken een diepe buiging en beginnen te spelen. De koningin luistert en ze vindt het heel mooi, maar na een tijdje begint ze toch weer te snikken. Dan laat de koning dansers komen. De dansers maken een diepe buiging en beginnen te dansen. Even stopt de koningin met huilen, maar na een tijdje, ja hoor, daar komen de tranen weer. Nu komt de clown tevoorschijn. Hij maakt een diepe buiging. Hij laat zijn ratel ratelen, en kietelt de koningin met een veertje onder haar kin. Even lijkt het of de koningin moet lachen. De koning kijkt heel blij naar de koningin. Maar dan begint ze toch weer te huilen. En deze keer heel hard. Zo hard dat iedereen mee moet huilen. Ineens is er een geluidje. Het komt onder de stoel van de koning vandaan. "Piep, piep, piep, piep, piep." Als de koning ziet dat het een muis is, springt hij op zijn troon en begint vreselijk te gillen. Als de koningin dat ziet, begint ze verschrikkelijk te lachen. Eerst heel zachtjes en dan harder en harder. De koning hoort natuurlijk dat zijn vrouw lacht. Hij vergeet zijn angst en komt weer tevoorschijn. Hij roept: "Je lacht weer!" En ze zijn zo blij dat ze feest vieren. Het feest duurt een hele week, en de koningin huilt niet één keer.

 

 

H. de Nooij