Drama-activiteiten
Maart 2003
Thema: dieren
Opwarming
1. Dieren uitbeelden
De kinderen zitten in de kring. Om de beurt mogen ze bij jou
komen om een kaartje te trekken. Ze mogen de afbeelding niet aan
de anderen laten zien. Het kind beeldt vervolgens het dier uit
dat op de afbeelding staat. De andere kinderen moeten raden welk
dier het is.
2. De praatstoel
Zet een stoel vooraan in de klas. Om de beurt mogen de
kinderen met een zogenaamd dier naar keuze plaatsnemen op de
stoel. In de manier waarop ze het dier vasthouden (op de arm, aan
de lijn) laten ze zien om welk dier het gaat. Ze mogen daarbij
praten. Als het kind op de stoel zit met zijn zogenaamde dier,
mogen de andere kinderen raden om welk dier het gaat. Als dit
geraden is, mag het kind wat over zijn dier vertellen. De andere
kinderen mogen vragen stellen.
3. In de dierenwinkel
Gebruik een tafel als toonbank. Een kind is de winkelier. Hij/zij
staat achter de toonbank. Een ander kind komt de winkel binnen en
vraagt aan de winkelier een bepaald dier: Ik had graag een............
De winkelier gaat achter de toonbank op zoek naar het dier, pakt
het op en brengt het naar de klant. Zowel de winkelier als de
klant laten in hun handelingen zien om welk dier het gaat. Zit
hij in een kooi of in een mand? Is hij groot of klein? Kun je hem
dragen? etc. Je kunt de kinderen hier aanwijzingen bij geven en/of
zelf starten als klant als voorbeeld.
Kernactiviteit
Groepen 3
Uitbreiding van de opwarmingsoefening: In de dierenwinkel.
Bedenk samen met de kinderen een korte scene in de dierenwinkel
door wie, waar, wat te bepalen (zie
kernactiviteit carnaval) en een duidelijk einde af
te spreken. Laat de kinderen vervolgens deze korte scene spelen.
Groepen 4 en M1
Lees het eerste verhaal voor over de mier en de eekhoorn. Laat
de kinderen het verhaal navertellen. Vervolgens verdeel je de
groep in tweetallen en laat je hen zelf een scene bedenken,
waarin dieren voorkomen, door middel van de begrippen wie,
waar, wat (zie kernactiviteit carnaval) en het
afspreken van een duidelijk einde. De tweetallen mogen er
ook voor kiezen het voorgelezen verhaal na te spelen. Na een
korte bedenk-/ oefentijd laten de tweetallen de scenes aan elkaar
zien.
Afsluiting
Groepen 3: lees een dierenverhaal voor (het
bijgevoegde verhaal is waarschijnlijk wat te moeilijk). Groepen
4/ M1: lees het tweede verhaal voor over de mier en de
eekhoorn.