Dramatische vorming; poppenkast
(lesduur 60 min.)
Beginsituatie;
De leerlingen zijn bekend met het gevoel
'verdrietig'. Ze hebben nog geen kennis gemaakt met de uitingen
van dit gevoel. Ze kunnen situaties noemen waarin je verdrietig
kunt zijn.
Doelstellingen;
- de leerlingen kunnen bij spel gebruik
maken van vingerpoppetjes
- de leerlingen kunnen bewust gebruik maken
van stem en taal
- de leerkracht zorgt voor structuur in de
les
- de leerkracht zorgt voor gevarieerde les
Materialen;
- gevoelsplaat 'verdrietig'
- zwarte watervaste stift
- Dromelito
- poppenkast
- verschillende vingerpoppetjes
Inleiding; (15 min.)
Ga samen nog even praten over verdriet.
Dromelito is erbij, hij vertelt dat hij erg verdrietig is, omdat
hij vanmorgen heel hard is gevallen. Wie weet er nog meer
verdrietige dingen. De verdrietige dingen schrijf je op de
gevoelsplaat.
Nu weten de leerlingen, wanneer je
verdrietig bent of kunt zijn. Maak groepjes van twee. Met zijn
tweeën gaan de leerlingen een verhaaltje bedenken over
verdrietig, wat ze in de poppenkast aan de anderen laat zien.
Kern; (30 min.)
Het eerste tweetal mag achter de poppenkast
gaan zitten. Zij kiezen de poppen uit die ze nodig hebben,
bespreken even het verhaal en beginnen met het spel. Dit mag niet
te lang duren (ongeveer 2 minuten is lang genoeg). De
andere kinderen zijn het publiek en kijken dus muisstil naar de
poppenkast.
Als alle groepjes zijn geweest, ruim je de
poppenkast op.
Afsluiting; (15 min.)
Praat nog even na over de les. Wat vonden we
ervan? Welke stukjes zijn er gedaan?