Dramales voor groep 1/ 2

Thema: herfst
Dramawerkvorm: verbeelden
Ruimte: speellokaal
Materiaal: klassieke muziek: Vivaldi, Bach, Strauss.

Doelen:
- de leerlingen ontdekken en ontwikkelen hun bewegingsfantasie
- de leerlingen kunnen zich inleven in ´bladeren´.
- Kinderen leren goed waar te nemen, vanuit deze waarneming fantaseren
- Kinderen leren te luisteren naar laag en hoog tempo van de muziek

Voorafgaand aan de drama les:

Het is herfst. Met de kinderen kunt u eventueel in de kring het thema herfst
verlevendigen door een leuk prentenboek te pakken met daarin een verhaal
over de herfst. Bijvoorbeeld van jip en janneke, of dagmar stam enz. u kunt
kort met de kinderen op de inhoud van herfst ingaan. Daarna vertelt u dat u
met de kinderen naar de gymzaal gaat, daar gaat u met de kinderen de herfst
zelf beleven.

De drama les

Inleiding
U heeft het kort met de kinderen gehad over de herfst. Wat zie je aan de
herfst als je naar buiten kijkt? Je ziet dat de bladeren van de bomen
dwarrelen, het regent veel, veel wind, af en toe een zonnetje. Je hebt als
leerkracht wat herfst bladeren van buiten meegenomen. u probeert de kinderen
in de sfeer van de herfstbladeren te laten komen door ze zachtjes in de
lucht te gooien, het is de bedoeling dat u alle aandacht van de kinderen
hierbij heeft het moet heel stil zijn. Om deze aandacht te versterken kunt u
een klassiek nummer opzetten. U speelt als het ware met de bladeren.
Kinderen letten vooral op hoe de bladeren zich door de lucht voortbewegen.
Wanneer u de muziek langzaam weg laat draaien vertelt u dat de kinderen zo
wanneer zij een plekje in de zaal mogen opzoeken, allemaal herfstbladeren
worden die dwarrelen door het bos.

Kern:
De kinderen zoeken een plek op in de gymzaal. Op u teken ( terwijl u de
muziek aanzet) dwarrelen de kinderen rond als bladeren. Er wordt nog niets
afgesproken qua beweging, u laat de kinderen eerst hier vrij in.  Als de
muziek wordt weggedraaid vallen de bladeren rustig weer op de grond (de
kinderen gaan dan rustig zitten op de grond, of laat ze een slaaphouding
aannemen). U kunt, waar nodig, nu eventueel bepaalde bewegingen die bij het
nadoen van de bladeren van toepassing zijn, voor laten doen door enkele
kinderen, daarna kan de hele klas dit imiteren. Wanneer de muziek weer wordt
gespeeld dwarrelen de bladeren langzaam weer omhoog.

U heeft rustige muziek gebruikt, nu is het de bedoeling dat het tempo van de
muziek wat wordt opgevoerd, immers in de herfst is er ook wel eens heel veel
wind, dan dwarrelen de bladeren zo hoog en ver de lucht in. U zet een
muziekstuk op met een hoger tempo en laat eerst de kinderen weer vrij
experimenteren met de verbeelding van een ´blad´. Hier geldt ook bij het
wegdraaien van de muziek, vallen de bladeren op de grond, zo ook de
kinderen.
De bladeren fladderen in de lucht, maar door de wind, regen rollen zijn ook
over de grond. U laat de kinderen als ´bladeren´ rollen over de grond
(opbouwend naar tempo). Kinderen oefenen zo de verschillende bewegingen en
proberen zich in te leven als echte ´bladeren

Afsluiting
U heeft de kinderen lekker vrij laten bewegen in de ruimte, nu is het tijd
voor een moment van rust, de afsluiting. U gaat met de kinderen in een grote
kring zitten, zorg ervoor dat de kinderen u goed kunnen zien. U zet een
rustig muziek op (eventueel die van Fur Elise). U doet bewegingen langzaam
voor, de kinderen moeten u nadoen.
Bewegingen zoals:
· het zacht waaien van de bomen
· de regen, met uw handen en vingertoppen
· de wind, met uw mond en hoofd.

Dit alles moet in een rustig tempo verlopen. Hierna kunnen ter afsluiting
nog ervaringen met de kinderen worden gedeeld:
· hoe voelde het om voor één keer een ´blaadje´ te zijn. Wat vond je fijner:
de storm of de zachte wind? Zelf kunt u nog eventuele vragen bedenken die u
belangrijk vind om te weten.