Hoorspel.

 

In de tijd dat er nog geen t.v.’s waren, was de radio veel populairder dan nu. Mensen zaten ademloos te luisteren naar bijvoorbeeld hoorspelen. Een hoorspel is als het ware een speelfilm voor op de radio. Je hoort geluiden en gesprekken en beleefd zo het verhaal.

 

Inleiding 1:

In de kring. Wie kan een geluid imiteren dat straks in het hoorspel gebruikt kan worden? Openen van een krakende deur, de wind die om het huis fluit….

 

Inleiding 2:

In de kring: geluidendecor. Een kwart van de klas krijgt een opdracht om al lopende door de klas geluiden te maken van een bepaalde plek. Wij houden onze ogen stijf dicht en proberen na afloop (na het applaus dus) te raden om welke plek het gaat.

Opdrachten kunnen mondeling op de gang gegeven worden, anders kunnen de kinderen het kort n.a.v. een opdrachtkaartje voorbereiden.

Bijvoorbeeld: het circus, de kermis, het schoolplein…..

Probeer de kinderen te stimuleren het rustig op te bouwen, doe met ze mee. Spraak mag, maar ze mogen het niet “weggeven” (“Mag ik een kaartje voor de dierentuin alstublieft?”).

 

Kern.

In groepjes bereiden de kinderen een hoorspel voor n.a.v. een door jou gemaakt hoorspelkaartje. Ze voeren het op buiten het zicht van het publiek (bijvoorbeeld achter een scherm) en het publiek sluit de ogen.

Tip: doe de gordijnen dicht.

Kinderen kunnen dingen verzamelen om geluiden mee te maken maar mogen het ook met alleen stemgeluid werken.

De hoorspelen worden gepresenteerd en nabesproken (vermeld de vragen op je lesformulier). Onderwerpen voor de kern kunnen locaties zijn (het station, het circus, een middeleeuws kasteel, het wilde westen….) maar ook sprookjes (Assepoester, Roodkapje, Sneeuwwitje, Vrouw Holle, Hans & Grietje, Doornroosje…).

 

Hoorspelkaart: een kaart waarop achtereenvolgens een aantal geluiden staan beschreven die het groepje kan gebruiken in hun hoorspel. Dit voorkomt dat het te breed wordt aangepakt (en daardoor vaak teveel wordt gediscussieerd) en geeft de kinderen een idee wat ze kunnen doen. Benadruk dat het een voorstel is, dat ze er geluiden bij mogen verzinnen en dat ze geluiden weg mogen laten.

Voorbeeld van een hoorspelkaart:

 

 

ROODKAPJE.

Theedrinken, afscheid, lopen door het bos, bosgeluiden, wolf, geklop aan de deur, oma wordt opgegeten, roodkapje binnen, ook opgegeten, schot van de jager, blijdschap alom.

! dit zijn tips, je mag er zelf natuurlijk nog geluiden bij verzinnen.

 

 

 

 

Aandachtspunten in de begeleiding.

 

 

 

H. de Nooij