Inspringspel 1

 

Waar?         in het ziekenhuis

Wie?        bange patient, bezorgde moeder of vader van patient, bazige dokter, lieve verpleegster of verpleger, en een boze andere patient.

Wat?        de bange patient moet geopereerd worden. De boze patient is het ergens niet mee eens en komt als laatste op het toneel.

 

 

Inspringspel 2

 

 

Waar?        op straat

Wie?        een voetganger, een a-sociale autobestuurder, een behulpzaam iemand van de ambulance, een domme politie-agent en een warrige getuige.

Wat?        De voetganger wordt aangereden, wat gebeurt er allemaal?

 

 

 

Inspringspel 3

 

 

Waar?        Op school, gymnastieklokaal

Wie?                 Een slaperige meester/juf, 1 kind met veel zin om te gymmen, 1 kind die helemaal geen zin heeft, 1 kind die het allemaal niet snapt, een kind dat ziek wordt onder de les.

Wat?        De meester/juf gaat met de kinderen een spel doen.


 Om uit te beelden

 

 

 

VERLIEFD ZIJN

 

 

 

 

BOOS ZIJN

 

 

 

VERDRIETIG ZIJN

 

 

 

 

BLIJ ZIJN

 

 

HONGER HEBBEN

 

 

 

 

DORST HEBBEN

 

 

SUF ZIJN

 

 

 

 

TELEURGESTELD WORDEN

 

 

SNEEUWWITJE

 

 

 

 

ROODKAPJE

 

 

 ASSEPOESTER

 

 

 

 

DE WOLF EN DE 7 GEITJES