Karel Kapitein & Pieter Piraat.

Benodigdheden: kapiteinspet, piratenpet, schatkaart.

 

Leerkracht: Het verhaal dat we gaan spelen speelt zich af op een bijzondere plek. Maar voordat we kunnen beginnen moeten we eerst zeker weten of we die plek wel goed genoeg kennen. De bijzondere plek is… een boot.

 

Warming up met de hele groep: Wat doe je op een boot? Roeien, zeilen hijsen, vissen, schrobben, door een verrekijker kijken, enz. enz.

 

Leerkracht: Het verhaal gaat over een kapitein, zijn naam is Karel. Karel is geen vrolijke kapitein en hij ziet er een beetje gevaarlijk uit. Hij heeft haar op zijn armen, op zijn grote schouders en in zijn grote gezicht. En hij heeft een harde stem… Karel heeft ook een groot probleem.

 

Karel: Morgen moet mijn grote schip uitvaren en mijn bemanning (de matrozen) die zijn niet komen opdagen (ze hebben vast de verkeerde boot genomen).  Maar mijn boot zit vol met spullen en die spullen moeten weggebracht. Matrozen, ik heb matrozen nodig….

 

Leerkracht: Zei Karel en ging naar het dorpje aan de haven. Hij ging naar het plein, trok aan de bel en alle mensen uit het dorp kwamen kijken wat er aan de hand was.

 

Kapitein: Willen jullie rijk worden en een groot avontuur beleven ? Dan moeten jullie op mijn boot komen werken, als matroos. Zijn jullie wel stoer genoeg? Als je door de matrozentest heen komt dan mag je op mijn boot.

 

Matrozentest: inspectie.

Karel: Kunnen jullie een grote rij maken? Zijn jullie sterk genoeg, laat je spierballen maar eens zien. Kunnen jullie ook sterk kijken, til eens iets zwaars van de grond. Hoe hijs je de zeilen? Kennen jullie een zeemansliedje ? Kunnen jullie salueren: als ik een opdracht geef, dan zet je je hand op je voorhoofd en zeg je “ai-ai, kapitein!”. Enz…

 

Leerkracht: Die avond gingen de dorpelingen naar huis. ’s Avonds moesten ze hun tas inpakken want ze gingen natuurlijk op een lange reis. In de kring: wat neem je allemaal mee op reis, ik neem bijvoorbeeld mijn [doe tanden poetsen na] na. Doe die maar alvast in je koffer. Wie weet ng wat om mee te nemen? [een kind doet voor, [1]het wordt geraden en/of door de groep nagedaan, de kinderen stoppen het in hun denkbeeldige koffer].[2]

’s Ochtends toen de haan kraaide stonden de dorpelingen op, ze pakten hun tas en gingen naar de haven waar Karel de Kapitein al met een nors gezicht op hun stond te wachten.

 

Karel: Hebben jullie er zin in, matrozen? [ai-ai, kapitein] Loop maar achter mij aan over de loopplank en pas op dat je niet valt (natte matrozen kan ik niet gebruiken). Met je armen een beetje wijd, voetje voor voetje en niet naar beneden kijken. Zet je spullen maar neer en pak maar meteen een emmer water en een dweil: de boot moet schoon [kinderen schrobben de boot, de kapitein geeft nors aanwijzingen]. Op mijn teken pak je een zwaar touw en gooi je die naar de wal (het land). Daar gaan we: trossen los [ai-ai, kapitein] !! Goed, nu moeten we de haven uit roeien. Ga maar zitten en pak een roeispaan, we gaan die kant op. Hee-hup ! hee-hup!…..

We hijsen de zeilen [ai-ai, kapitein]. Hou je goed vast aan de mast, want we gaan heel hard!

Luister matrozen. Ik ga benedendeks voor mijn middagslaapje, ga maar rustig op de boot zitten en wacht maar tot ik wakker wordt.

 

Leerkracht: En kapitein Karel verdween. De matrozen waren moe en hadden honger, dus ze pakten wat te eten en gingen eten [dit kun je uitbouwen]. Totdat ze over de reling (rand) van de boot een grote zilveren haak zagen, en aan die haak zat de arm van een piraat en die had van alles n. En oog, n been, n hand en n… neus.

De piraat keek naar de matrozen, en zei.

 

Piraat: Jullie zien er moe uit, zeg. Het is vast hard werken op de boot, of niet soms? [praat met de matrozen over hoe hard ze wel niet moeten werken] Hebben jullie al een dansje gedaan, en hebben jullie al gekke bekken getrokken, en hebben jullie al een flesje rum gehad…. Niet? Kom, dan gaan we eerst de piratengroet doen: trek een gemeen gezicht, maak van je vinger een haak. Als je elkaar tegenkomt dan zeg je “hallo piraat”, geef elkaar maar een piratenhaak [bij wijze van hand] en doe wie het raarste gezicht kan trekken.

Trek een flesje rum open (proost!) en neem een grote slok.

Ik leer jullie een piratendans, kom op!!!

 

Leerkracht: Maar het getrappel op het dek had de kapitein wakker gemaakt en daar stond hij ineens. De piraat had zich snel verstopt. De kapitein keek verbaasd, en zei….

 

Kapitein: Wat was dat voor een geluid, het leek wel of er iemand aan het dansen was. En [snuift] hebben jullie van de rum gesnoept?

[! Er zullen zeer trouwe kleuters tussen zitten die het hele verhaal van de piraat aan de kapitein willen vertellen. Ga daar een beetje langsheen met opmerkingen als “nooit naar piraten luisteren, die zeggen alleen maar onzin”, of “ik geloof niet zo in piraten, maak je maar geen zorgen”].

Ik ga weer terug, want ik ben nog niet uitgeslapen. Goed uitrusten jullie, want als ik wakker wordt moeten we weer hard aan het werk. Tot zo.

 

Leerkracht: En de kapitein was nog niet verdwenen of de piraat stond al weer op het dek.

 

Piraat: Wat een saaie man, die kapitein. Kijk eens wat ik heb…. [laat een schatkaart zien]. Ik stel voor dat de kapitein lekker zelf z’n boot mag schoonmaken en dat wij fijn de schat gaan opgraven. Kom toch gezellig met mij mee…. Ga maar in de reddingsbootjes zitten!!!

 

Leerkracht: En de matrozen gingen in de reddingsbootjes zitten en gingen met de piraat mee. Iedereen had er erg veel zin in, maar toch… Toen ze achterom keken en de boot van de kapitein werd steeds kleiner en kleiner gaf dat toch een beetje een raar gevoel…

 

De les is voorbij. Volgende keer vertel ik de rest van het verhaal over de kapitein en de piraat.

 

 

Karel Kapitein & Pieter Piraat deel II.

 

In de eerste les hebben we het gehad over een schip.

 

Warming up: wie kan er nog….

Vissen, de zeilen hijsen, salueren. Wie kan er nog lopen en kijken als een piraat, rum drinken, de piratengroet en de piratendans…

 

Vooraf: de matrozen op het schip van kapitein Karel waren met Pieter Piraat meegegaan om de schat te zoeken. Ze waren in de bootjes geklommen en gingen op weg.

We leggen de matten in het lokaal, dat zijn onze bootjes.

 

Piraat: Stap maar in de boten, mannen! De kapitein is veel te saai, jullie moeten veel te hard werken. Kom op.

Op mijn teken gaan we roeien [de kleuters zitten op de matten en roeien]. Maar wacht eens…. Doe je vingers en je tenen binnenboord, ik zie een grote zwarte vlek. Het lijkt wel een grote walvis. Niet gillen: roeien!!

 

Leerkracht: De piraten roeiden voor de walvis uit, en ze werden niet gepakt. Maar waren ze wel de goede kant op geroeid? Iedereen had honger en dorst, maar niemand had zijn tas met spulletjes meegenomen… Hoe kijk je als je honger en dorst hebt, en het is heel heet buiten?

En net toen de eerste matrozen spijt hadden dat ze met de piraat waren meegegaan stak er nog een wind op ook. Iedereen greep zich aan de zijkanten en aan elkaar beet (toe maar, laat maar zien hoe dat gaat). De bootjes werden van de ene naar de [3][4]andere kant gegooid, en de piraatjes sloegen overboord (kom maar van de matten). Gelukkig konden ze goed zwemmen, maar ze werden al gauw erg moe (ga maar liggen op de grond en doe je ogen dicht).

En toen ze wakker werden, voelden ze eerst met hun vingers…. Ze lagen op het strand. Toen deden ze hun ogen open en keken om hen heen: alle andere piraten waren er ook nog, ze waren aangespoeld op het schateiland: jippie![5]

In de halve kring: welke dieren wonen er op een eiland? Doe eens voor dan kijken wij of we hem kunnen raden en nadoen. Maak met z’n allen zo een groot oerwoud.

 

De piraten waren een beetje bang van het oerwoudgeluid, maar gingen er toch naartoe om wat te eten te zoeken.

 

Piraat: Het is bijna nacht en we moeten wel wat te eten zoeken. Loop maar achter mij aan, dan zijn jullie veilig. Kijk een boom met…. (piraat wijst een paar bomen aan en laat steeds een andere kleuter bepalen wat er in groeit. We klimmen in de boom of plukken de vruchten en eten het op. Als laatste wijst de piraat  een palmboom aan en laat de kinderen hun eigen manier spelen hoe ze de cocosnoten open krijgen).

 

Het is bijna donker, mannen! Ga maar in een kring zitten, dan maak ik een kampvuur. Goed zo, maak maar een kring. Ik maak met twee steentjes een vuurtje. Hou je handen maar voor je, dan worden ze lekker warm.

 

Gezichtenverhaal.

Bij een kampvuur hoort een verhaal. In mijn verhaal zitten heel veel gezichten. Piraten houden van gekke gezichten, en als je goed op mij let dan kun je de gezichten misschien wel meedoen [tijdens het verhaal trek je de gezichten die er bij horen en stimuleer je de kleuters mee te doen].

Op mijn vorige avontuur moesten we keihard werken, en daar werden we erg moe van. Op een dag keek ik erg verbaasd toen uit de zee een groen monster tevoorschijn kwam. Mijn manschappen waren erg bang, maar ik niet. Ik keek erg stoer. Het monster had drie koppen: een gemene kop, een gekke kop en een vriendelijke kop. Ik vroeg wat het monster van ons wou. Het monster zei dat een visser hem een speer door z’n staart had gegooid. Daar trokken we met z’n allen aan en dat was heel zwaar. Toen we de sfeer eruit hadden keek de gemene kop blij, de gekke kop blij, en de vriendelijke kop blij. En het driekoppige monster is mij nog vaak komen opzoeken.

 

Kom, met onze zelfgemaakte tandenborstels poetsen we onze tanden met cocosnotentandenpasta. Met onze piratenhaak wensen we elkaar welterusten.

 

Leerkracht: En de piraten gingen slapen, maar ze werden steeds geprikt door muggen (hoe doe je dan?). En ineens hoorden ze een geluid, en ze schrokken….

 

Piraat: Mannen ik hoorde een geluid. Het leek wel…. Een mens… Ga maar weer slapen, ik hou de wacht.

 

Leerkracht: En de piraten gingen rustig slapen. En toen de eerste zonnestralen in hun ogen prikten, stonden ze naast hun palmblad (dat ze als bed hadden gebruikt).

 

Piraat: Ik heb slecht nieuws mannen. De schatkaart die ik had, ben kwijtgeraakt toen we voor de walvis moesten roeien. Ik kan hem nergens meer vinden. De bootjes zijn lek en we hebben geen rum. Hoe kunnen we nou toch die schat vinden? [wat ideen uitproberen].

Het heeft geen zin, het eiland is te groot. Hadden we maar beter nagedacht en waren we maar op de boot bij de kapitein gebleven.

 

Leerkracht: En toen de piraat en de piraatjes daar zo op het strand zaten te balen. Zagen ze in de verte de witte pet van, jawel: de kapitein!! En de piraten waren blij!

 

Kapitein: Hier zijn jullie. Ik had vannacht al even gekeken of jullie veilig waren, maar gelukkig is dat zo. Ineens was iedereen weg en moest ik helemaal alleen varen.

Nou ging dat natuurlijk wel, maar ik vond het gezelliger toen jullie er nog bij waren. Ik zei dan altijd: goedemorgen matrozen! En dan zeiden jullie (ai-ai kapitein). Ik had nog zo gezegd: luister nooit naar een piraat.

 

Piraat: Het spijt me, kapitein. Maar u was ook zo saai….

 

Kapitein: Saai? Vind je dit [pakt schatkaart] saai? Ik vond hem in het water, zo heb ik jullie gevonden. Kom, we gaan hem opgraven.

 

Leerkracht: En dat deden ze. Iedereen begon te graven (laat maar eens zien hoe dat eruit ziet) en na een hele poos kwamen ze een kist tegen (haal je kist maar uit het zand, en doe hem maar open. Je mag zelf weten wat er in de schatkist zit: snoep, speelgoed, goud…. Laat maar zien wat jij kiest).

 

Kapitein: Dit vraagt om een feestje. Ik heb rum in mijn schip, en muziek!!

 

Leerkracht: Iedereen speelde met de schat, en danste de piratendans. En het feest duurde zo lang, totdat ze niet meer konden. De Kapitein en de Piraat werden goede vrienden, en de volgende dag voer iedereen terug naar het dorp waar ze vandaan kwamen.

 

Kapitein: Het was heel avontuur, mannen. En dat avontuur begon toen ik aan jullie vroeg of jullie rijk wouden worden. Ik heb niet gelogen: jullie zijn rijk. Nu nemen we afscheid en dat doen we zo: Goedemorgen, matrozen!!

 

Matrozen: Ai-ai Kapitein.

 

Leerkracht: En iedereen leefde nog heel lang en….. gelukkig.

 

 

 

H. de Nooij

 



 

Voorbeeldlessen drama tweedejaars voltijdopleiding IPABO Amsterdam/Alkmaar. www.hs-ipabo.edu

 

 

 

Voorbeeldlessen drama tweedejaars voltijdopleiding IPABO Amsterdam/Alkmaar. www.hs-ipabo.edu