Kikker en het vogeltje           Max Velthuijs

Groep:  Onderbouw

Werkvorm:

Dialoogspel

(d.w.z. het verhaal wordt verteld en de spelers zeggen zelf de dialogen (eventueel voorgezegd in de indirecte rede)

 

Wie:

Varkentje

Kikker

Een vogel (speelgoedbeest)

Eend

Haas

Waar:

Een open plek in het bos

 

Scène 1:

Varkentje is appels aan het plukken. Dan komt Kikker aanlopen. Hij zegt, dat hij iets gevonden heeft. Varkentje gaat met hem mee. Als ze bij de vogel aankomen, zegt Kikker, dat de vogel “kapot”is.

 

Scène 2:

Dan komt Eend eraan. Hij vraagt of er een ongeluk gebeurd is. Nee, zeggen de anderen. De vogel slaapt. Maar als Eend nog eens goed kijkt, denkt ie dat hij ziek is.

 

Scène 3:

Dan komt Haas voorbij. Hij ziet de anderen bij de “zieke”vogel staan kijken. Ook hij luistert, kijkt, voelt en zegt dan dat de vogel dood is.

Ze vragen wat dat is “dood zijn”. Haas weet het ook niet precies, maar hij wijst naar de blauwe hemel en zegt, dat je dood gaat als je oud bent.

Hij stelt voor om de vogel te gaan begraven.

 

Scène 4:

Ze leggen de vogel op een soort draagbaar en lopen er plechtig mee naar de heuvel. Daar graven ze een kuil. Ze strooien bloemen op de vogel en gooien de kuil dicht met aarde. Haas zegt plechtig: “Zijn leven lang heeft hij mooi gezongen, nu krijgt hij zijn welverdiende rust”.

 

Scène 5:

Als ze teruglopen begint Kikker opeens te rennen. Hij stelt voor om tikkertje te gaan spelen. Varkentje is hem.

Daarna gaan ze moe naar huis. In de verte horen ze een vogel fluiten.