Dramales voor groep 1/ 2

Thema: Lente
Dramawerkvorm: verbeelding/ vertelpantomime
Ruimte: speellokaal
Materiaal: muziek, Vivaldi (melodie lente van de 4 seizoenen), lenteverhaal.

Doelen:
- leerlingen leren hun bewegingsvrijheid te vergroten
- leerlingen leren hun fantasie en voorstellingsvermogen te vergroten
- leerlingen leren luisteren naar de muziek en maken van daaruit de beweging
- leerlingen kunnen zich in een bepaald dier inleven.


Vooraf aan de dramales:
Net als met het thema herfst kunt u in de kring de verschijnselen (vooral
uit de natuur) van lente bespreken met de kinderen. Ook hier kunt ervoor kiezen om een leuk prentenboek over de lente te behandelen (Dagmar Stam, Jip en Janneke, methode schatkist: anker lente)
U praat met de kinderen erover dat zij samen met u naar de gymzaal gaan om
de lente te gaan beleven.

De dramales

Inleiding:
In de gymzaal zitten de kinderen in een kring, u laat een aantal platen
zien, waarop te zien is hoe een krokusje tot bloei komt. Eerst als bol in de grond, die uitgroeit tot een mooie bloem.
U vertelt de kinderen dat u samen met hen het groeien van de bloem gaat
nadoen. Deze oefening is prima geschikt als warming-up. De kinderen zoeken een plekje in de zaal, u gaat voor in de zaal staan, zodat alle kinderen u kunnen zien. Om het groeien van de bloem samen met de kinderen uit te beelden kunt u vragen stellen om zo tot ideetjes te komen.

Zoals:
· hoe kunnen wij het beste een ´bol in de grond´ nadoen?
· Wat doen we met onze handen?
· Wat doen we met ons gezicht? (kijken we vrolijk, verdrietig)
Hierna kunt u met de kinderen aan de slag gaan. U kunt zich bijvoorbeeld
helemaal oprollen (baby in de buik houding) en langzaam omhoog komen, armen
gespreid, blij gezicht, bewegende vingertoppen enz. Dit kunt u naar eigen
zeggen eventueel ondersteunen met een vrolijk muziekje of met het versje:

Krokusbolletje, krokusbolletje
Kom eens uit je holletje
Met je bloempjes paars en geel
Op een dunne groene steel.

Kern:
De kinderen hebben in de inleiding zich ingeleefd in een ´bloemetje´. Nu
bent u de verteller en de kinderen beelden uit wat u verteld. Bij deze les
is een verhaalplaat toegevoegd, waarop het lenteverhaal staat die u kunt
voorlezen. In het verhaal komen een aantal dieren naar voren. U kunt dan het
beste groepjes maken. Groepjes voor onder andere:
· de vogeltjes
· egeltjes
· eenden
· bloemen
· 2 kinderen uit het verhaal

U verdeelt de rollen van de kinderen. Zo vertelt u het verhaal en beelden de
kinderen uit. U kunt de rollen af en toe omwisselen zodat iedereen een keer
aan de beurt komt. Herhaling vinden kleuters immers leuk en het is leerzaam,
u zult merken dat er al gauw kinderen zullen weten wat voor handelingen zij
moeten uitbeelden tijdens de tweede vertelling van het verhaal. Belangrijk
is dat kinderen goed naar datgene luisteren wat u verteld.
In het verhaal is met kleur aangegeven welk ´dier of persoon´ de handeling
moet uitvoeren.


Afsluiting
Ter afsluiting kunt u ervaringen met de kinderen delen over datgene wat ze
hebben uitgebeeld. Als slot kunt u kiezen voor een tikspel of iets anders.

Lente verhaal

Iris en Michiel willen vandaag naar buiten Het is prachtig weer. Het
lentezonnetje schijnt de kamer in. Iris en Michiel mogen vandaag zonder jas
naar buiten. Zingend lopen Iris en Michiel zonder jas naar buiten. Samen
zingen zij het versje:


Krokusbolletje, kom eens uit je holletje
Met je bloempjes paars en geel
Op een dunne groene steel

Bij de tuin stoppen ze. Wat zien ze daar? het egeltje dat daar zijn
winterslaap heeft gehouden is wakker. Het egeltje beweegt zijn koppie. Maar
het is niet één egeltje er zitten er wel meer. Ze kruipen bij elkaar,
knabbelen wat aan een blaadje sla. Die egeltjes hebben wel honger zeg! Ja ze
hebben natuurlijk de hele winter geslapen. Iris en Michiel blijven even
kijken naar de egeltjes. Dan lopen ze weer verder en roepen na: ´dag
egeltjes, eten jullie maar lekker hoor´. Overal waar Iris en Michiel langs
komen is het lente. Zelfs in de tuin van de school.  Iris wijst naar een
krokusje in de tuin. Het bloemetje is al goed gegroeid. Michiel zingt nog
één keer het versje:

Krokusbolletje, kom eens uit je holletje
Met je bloempjes paars en geel
Op een dunne groene steel

Iris kijkt goed en ziet dat de bloemen bewegen. Michiel ziet het nu ook.
´joepie´ roepen ze tegelijk, met de armen in de lucht. De bloemen blijven
bewegen, kleine bloemetjes lijken ineens groter te worden. Het versje van
Iris en Michiel hebben de bloemen wel gehoord!

Iris en Michiel lopen naar het park, ze rusten even uit en gaan op en bankje
zitten. Ze luisteren naar de prachtige geluiden om hen heen. Vogels die
fluiten en voorbij fladderen, vogels die nestjes maken in de boom, vogels
die takken zoeken voor hun nestje.

In het water zwemmen de eendjes, kwak kwak, kwek kwek, Wat hebben zij een
plezier!
Ineens bedenkt Michiel dat hij het brood is vergeten om de eenden mee te
voeren. Gelukkig heeft Iris er wel aan gedacht. Uit haar zak haalt Iris een
zak met brood tevoorschijn. Michiel gooit een stukje brood in het water. De
eenden komen al kwakend van alle kanten naar het brood toe zwemmen. Zo het
brood is op en de eenden hebben genoeg gehad.

Iris en Michiel zien dat het al weer tijd is om naar huis te gaan. Samen
huppelen ze naar huis.
Wat ruikt het lekker. Moeder heeft lekkere pannenkoeken gebakken. Dat is nog
eens een verassing. Wat ze over houden dat geven ze aan de eenden. Een
prachtige lente dag en ook nog eens pannenkoeken eten. Iris en Michiel
kijken elkaar aan en zijn super blij!