Anette                groep:  1 en 2        Maak me niet Boos!

Werkvorm:

Rollenspel

 

Doelen:

De leerlingen leren juist en onjuist gedrag te onderscheiden.

De leerlingen leren om een korte scne te spelen naar aanleiding van een conflict en de daarbijbehorende personen.

De leerlingen ervaren hoe ze zich voelen in een conflictsituatie.

 

Opstelling/ruimte:

We zitten in het speellokaal op het blauwe vierkant. In het midden staat de dramakoffer. De helper mag kijken wat er in de koffer zit.

 

Materiaal:

Dramakoffer

Het boek: Niemand zoals jij ( hoort bij de methode Leefstijl)

Versje: Maak me niet boos ( Uit: Niemand zoals jij)

Kaartjes jongen, meisje en juf ( zoveel als het aantal leerlingen in de klas)

 

Inleiding: 10 minuten

Hand of duim.

      Ik lees het versje: “Maak me niet boos”voor. Daarna praat ik erover met de kinderen. Wat doen de kinderen in het versje? Ik spreek geen oordeel uit over het gedrag van de kinderen in het versje.

      Ik lees het versje opnieuw voor en vraag de kinderen hun duim op te steken en te gaan staan als ze vinden dat de hoofdpersonen iets doen waardoor er geen ruzie komt. ( sorry zeggen, oplossing zoeken, samen delen)

Als ze vinden dat de hoofdpersoon iemand boos maakt ( schoppen, schelden, slaan, duwen, pesten, iets afpakken) steken ze hun hand op zoals een politieagent doet en gaan staan. Ze mogen er ook stop bi9j roepen.

 

 

Kern: 20 minuten

De vier stukjes uit het versje worden apart besproken.

Wat gebeurt er?

Wie maakt er ruzie?

Wie lost het goed op?

 

Het laatste stukje gaan we naspelen in een rollenspel.

Ik kies hiervoor drie kinderen uit die dit willen.

Hierdoor kan ik het naspelen nog een beetje sturen.

Daarna krijgen de kinderen allemaal een kaartje met daarop Teun, Lisa of de juf.

De kinderen gaan groepjes van drie maken. Ieder groepje moet bestaan uit drie verschillende rollen.

Met de rollen gaan de kinderen het stukje naspelen.

 

NB: De rol van Thijs heb ik veranderd in Lisa, omdat er een kind in de klas zit dat Thijs heet. Verder is het onderscheid in rollen zo duidelijker.

 

Afsluiting: 10 minuten

Een aantal groepjes mogen hun rollenspel laten zien aan de rest van de klas.

Er wordt steeds gevraagd of er ook een andere oplossing zou kunnen zijn. Degene die een andere oplossing weet mag mee spelen.

De “Goede” oplossingen worden nadrukkelijk besproken.

 

Bijlagen:

 

Maak me niet boos!

 

Marco maakte per ongeluk

Het autootje van Ali stuk

Ali riep boos: “Wat heb je gedaan?

Je bent boven op mijn auto gaan staan!”

Geschrokken zei Marco: “Het spijt me, wat dom!

Ik zag het niet liggen, dat vind ik echt stom!”

 

Drie meisjes wilden op de glijbaan gaan.

“Ik mag eerst!” schreeuwde Josien.

“Nee, ik was!” riep toen Katrien.

“Niks geen ruzie!” zei Celeste

“Om de beurt, dat is het beste!”

 

“Jij mag niet meedoen”riep Jerom

en duwde Joeri aan de kant.

“Wij spelen samen, jij bent stom,

ga jij maar naar een heel ver land.”

“Kom maar Joeri”zei Adoor

“Met ons mag je wel spelen hoor!”

 

Teun wilde aan Thijs zijn potlood niet lenen.

Thijs schopte Teun tegen zijn benen.

Teun trok Thijs aan zijn oor

En zo gingen ze nog een tijdje door.

Pas toen de juf riep: “Stop!”

Hielden ze eindelijk op.