Stok & Lap.

 

Benodigdheden: stok, lap, touw, emmer en krukje.

Je kunt ook andere voorwerpen gebruiken, maar niet meer dan 5.

 

Introductie:

Kort jouw huisregels bij het vak drama.

Doe dit in de kring, de voorwerpen liggen in het midden.

Je legt uit dat je de betekenis van een voorwerp kunt veranderen door er op een andere manier mee om te gaan.

Geef van n voorwerp een voorbeeld, dat mag worden geraden door de kinderen. Geef ook direkt aan dat dit d.m.v. het opsteken van de vinger moet gebeuren als de speler het voorwerp weer neerlegt, en dus klaar is met spelen.

 

Inleiding:  De kinderen maken een “rondje”.

Ieder kind verandert een van de voorwerpen in een ander gebruiksvoorwerp, het wordt dus geraden als het kind klaar is met spelen.

 

Kern: Jij maakt de groepjes (1, 2, 3, …) en geeft de volgende opdracht.

 

Jullie maken een kort toneelstukje waarin alle voorwerpen van betekenis veranderen Tijdens het repeteren blijven de voorwerpen liggen, ze worden pas bij het presenteren echt gebruikt.

 

Vr de presentaties de regels van het presenteren (zie theoriereader) vertellen.

Nabespreken op bijv: welk voorwerp is waarin veranderd? Wat ging er goed, wat was een leuk moment, was het te volgen… Hou de nabesprekingen kort.

 

Afsluiting: Naar eigen inzicht.

 

 

 

H. de Nooij