TOM, DE
TOVENAARSLEERLING les 1.
Benodigdheden:
pet voor Tom, kroon (kan van karton) en een fluitje aan een koord.
Leerkracht:
Tom is de leerling van tovenaar Kol. Tovenaar Kol is de
tovenaar van de koning en heeft het meestal erg druk. Hij gaat
vaak met de koning naar China om daar thee te drinken met de
keizerin. Dan zegt de Tovenaar altijd Daar is de kast met
boeken, die mag je lezen. En daar is de kast met potjes en
snuisterijen, daar mag je mee oefenen. Maar aan dat spijkertje
daar hangt het bevriesfluitje en wat er ook gebeurt, blijf er
vanaf. Iedereen die dat fluitje hoort vriest aan de grond vast.
Tom
vond het niet zo erg dat hij niet op dat fluitje mocht blazen,
want als de tovenaar weg was, dan was hij druk in de weer met
potjes en pannetjes en zorgde voor de dieren.
Soms
had een specht een stijve nek, dan weer had een haas een stekel
in zijn poot, of een hamster erge buikpijn.
·
De specht kreeg een zalfje en moest er drie keer langzaam
in ronddraaien terwijl Tom een spreuk zei.
·
De haas moest eerst flink met zijn poot schudden zodat de
stekel eruit vloog en er daarna onder kietelen tot hij er weer
beweging in voelde.
·
De hamster moest flink over zijn buikje wrijven en er dan
een kusje op geven.
Als hij dat niet kon, zei TOM "Geef het kusje maar op
je voorpoot en wrijf
dan over je buik.
Tom: Zo
beste dieren, eens even kijken of jullie wat hulp kunnen
gebruiken.
Zijn er toevallig spechten in de zaal ? En wat hebben jullie dan
?
! Zo laat
Tom de kinderen de dieren en de kwaaltjes herhalen. PER DIER:
IEMAND VOORDOEN EN DAARNA ALLEMAAL TEGELIJK.
Tom: Ik
verveel me, alle dieren zijn beter. Ik heb alle boeken gelezen,
met alle snufjes en snuisterijen geoefend, maar.... ik heb
nog nooit op het bevriesfluitje geblazen. Zal ik het doen ?
(Tom pakt het fluitje en laat het zien).
Leerkracht
vertelt dat je het nooit zeker weet met tovenarij-verhalen en dat
het fluitje voor de zekerheid eerst op Tom moet worden
uitgeprobeerd (je weet tenslotte maar nooit). Leerkracht vermeld
duidelijk dat als Tom bevriest je gewoon een tweede keer moet
fluiten, dan wordt de betovering verbroken. Eventueel laat de
leerkracht die regel door de kleuters nog een keer herhalen.
Tom
kiest een stoere kleuter uit en loopt door het bos. Tom bevriest
als het fluitje klinkt en ontdooit bij de tweede keer. Hij vraagt
aan de kinderen wat er gebeurde.
Leerkracht:
En Tom liep met zijn nieuwe speeltje door het bos. En ineens zag
hij rode puntmutsjes. En als je in het bos rode puntmutsjes ziet
dan weet je dat de kabouters op pad zijn. Groei eens even
kabouterbaardjes en kabouterstaartjes. Zet een puntmuts op je
hoofd en loop eens als kabouters door het lokaal.
Tom:
bevriest de kabouters op verschillende manieren. Ze zijn moe,
vrolijk, het regent, de zon schijnt weer, enz.
Leerkracht:
Ga snel in een drietellenkring zitten, want jullie hebben
de trompetten niet gehoord. Altijd als de trompetten in het bos
klinken dan gaat de koningin namelijk uit wandelen. Wie
weet wat je moet doen als je de koningin ziet ?
! leerkracht
oefent buigen: hand in de lucht, andere op je rug en als je buigt
deftig wuiven. Ik ga even kijken of ze eraan komt.
! Koningin komt verdrietig binnen, de
kabouters buigen. Het volgende kan als een dialoog met Tom
gespeeld worden.
Koningin:
Nou is mijn man (de koning) alweer op reis en ik ben zo alleen.
Altijd als ik opsta hoor ik alleen mijn eigen echo huilen, en
daar wordt ik dan weer verdrietig van want het is geen vrolijk
geluid. Tom, lieve kabouters, kunnen jullie niks voor mij doen ?
Tom:
Ik ben natuurlijk nog maar een leerling, maar ik doe wat ik kan.
Leerkracht:
De koningin verdween al wat opgewekter en Tom had een probleem.
Met het bevriesfluitje kon hij haar niet helpen en hij kon
moeilijk bij haar gaan wonen, dat vond de koning vast niet goed.
Kort worden
wat mogelijkheden besproken. Dan besluit Tom om naar het kasteel
te gaan. Hij neemt de kabouters allemaal mee door het bos, over
de ophaalbrug, schuilen voor de wachters, sluipend door het
kasteel.
Tom: Kijk hier, kabouters:
een spiegelzaal! Als je voor die spiegel staat en je
zwaait, wat gebeurt er dan ? En als je vriendelijk lacht, wat
gebeurt er dan? Daar moet toch iets mee te doen zijn
! Tom gaat
met één kabouter het spiegelen voordoen, de rest blijft in de
kring. De kabouter krijgt applaus, de kring krijgt een opening en
zo ontstaat een spiegelzaal. De kinderen maken zich plat als een
dubbeltje en glimmen als een spiegel. Tom oefent het spiegelen in
de kring.
Tom:
Volgens mij hoor ik de koningin aankomen. Snel kijken of mijn
spiegels stil staan (de koningin komt op)
Koningin:
Wat is dit ? Ik kom hier eigenlijk nooit
.
Tom:
Hallo, koningin. Ja, de kabouters en ik denken dat dit misschien
wel de oplossing is voor uw probleem.
Koningin[ze
gaat in de opening van de kring staan en zwaait]: Dit is
gezellig, er zwaaien allemaal mensen terug. Handig hoor, zon
spiegelzaal.
! koningin doet verschillende bewegingen
en maakt een hoop lol.
Koningin: Beste Tom, beste kabouters:
wat een geweldig idee van jullie. Vanaf nu ga ik hierheen als ik
me verdrietig voel. Als dank geef ik een groot feest!
[De kabouters dansen de kabouterdans op de
door jou meegebrachte kaboutermuziek].
TOM, DE
TOVENAARSLEERLING DEEL II.
Benodigdheden:
pet voor Tom, kroon (kan van karton), tip voor spiegelen in
tweetallen: aantal kleuterkroontjes, gezellige speelmuziek.
Leerkracht:
Wie weet nog hoe Tom de koningin blij maakte in het verhaal
van de vorige les ? Laten we de spiegelzaal nog eens oefenen.
·
Spiegelzaal wordt geoefend. Eén kleuter krijgt een kroontje op
en neemt de rol van koningin (aangever) over.
Met zn allen is het makkelijk, maar kunnen jullie het ook
met zn tweeën ?
·
Er worden tweetallen gemaakt. Om de aangever duidelijk te maken
is het handig om daarna ieder tweede kind een kroontje op te
zetten. De kinderen spiegelen in tweetallen. Eerst alleen het
gezicht, daarna wisselen (ook van kroontje !) en met de armen en
het hele lichaam. De kroontjes worden ingeleverd.
Leerkracht:
Het verhaal van Tom en de koningin is nog niet
afgelopen. Zullen we eens kijken hoe het verder gaat ?
Op
een dag liep Tom door het bos. En ineens zag hij rode puntmutsjes.
En als je in het bos rode puntmutsjes ziet dan weet je dat de
kabouters op pad zijn. Groei eens even kabouterbaardjes en
kabouterstaartjes. Zet een puntmuts op je hoofd en loop eens als
kabouters door het lokaal. Vertelpantomime:
·
Tom zag hoe de kabouters van hun werk kwamen: met grote
zakken met edelstenen liepen ze door het bos. Ze moesten over de
plassen springen (het had net geregend), over de afgewaaide
takken kruipen, moeizaam door de modder lopen, de takken opzij
duwen als ze door de bosjes lopen enz.
Leerkracht:
Ga snel in een drietellenkring zitten, want jullie hebben de
trompetten niet gehoord. Altijd als de trompetten in het bos
klinken dan gaat de koningin namelijk uit wandelen. Wie
weet nog wat je moet doen als je de koningin ziet ?
!
leerkracht oefent buigen: hand in de lucht, andere op je rug en
als je buigt deftig wuiven. Ik ga even kijken of ze eraan
komt.
Koningin:
Ah, kabouters, vergeten jullie niet te buigen ? Jullie vragen je
vast af waarom ik zo verdrietig kijk. Er is toch zoiets ergs
gebeurd. Toen ik in de kamer van de prins naar binnen keek, was
zijn speelgoedkist verdwenen ! Jullie moeten me helpen, en Tom
ook, want als de prins straks thuis komt en hij heeft niets om
mee te spelen dan zal hij ontroostbaar zijn.
Tom:
Nou, koningin, het zal niet zo makkelijk zijn maar ik zal doen
wat ik kan. Ik zal u roepen als het is gelukt.... Dag majesteit (zwaait),
dag !
Daar
heb ik mooi een probleem, want ik ben nog maar een leerling en de
tovenaar die is niet thuis !
! Er worden wat mogelijkheden besproken
en eventueel uitgebeeld.
Tom:
Wacht eens even, ik ken nog wel een oude toverspreuk met
het woord speelgoedkist erin. Die kunnen we op zich wel
uitproberen. Doe allemaal je ogen dicht en denk aan het midden
van de kring, want daar komt de kist straks te staan.
!
Ook Tom sluit de ogen.
Ouwe
sokken, snottebel
Appelflap
met pekelgist
wat
ik wil dat weet jij wel:
een
hele nieuwe speelgoedkist.
! Iedereen opent de ogen.
Tom:
En daar is het..... helemaal mislukt.
! Tom loopt teleurgesteld naar het midden
van de kring, en stoot zijn teen. Met de handen voelt hij aan een
grote (pantomime)kist. Eventueel samen met een kabouter wordt de
kist naar de plek van Tom geduwd.
Tom:
Zat daar net het woord kleur in de toverspreuk ? Dan moet
het daar fout zijn gegaan... Toch eens even voelen wat er
allemaal in zit.
!
Tom laat verschillende dingen zien die de kabouters raden (bijvoorbeeld
een jojo, een teddybeer, een autootje, een gitaar).
·
Als laatste komt er een bal uit en daarmee wordt in de kring
overgegooid.
Tom:
Lieve kabouters, de kist is leeg en dat is veel te weinig
speelgoed. Weet je wat ? Bedenk nu eens wat je het liefste aan de
prins zou willen geven ? Je hoeft het niet eens te zeggen want we
gaan allemaal onze eigen speelgoedkist toveren. Denk aan het
plekje voor je neus want daar komt hij zo.
·
Zin voor zin herhalen de kabouters de toverspreuk van Tom.
Doe je kist maar open, blijf op je plaats en laat maar zien wat
je de prins zou
willen geven.
·
Een paar kinderen laten het zien, het wordt met vingers geraden.
Tom:
Ohjee volgens mij hoor ik trompetten, volgens mij komt de
koningin kijken hoe ver we zijn. (de koningin komt op).
Koningin:
Hoe ver zijn jullie ? Laat jij eens zien wat je voor de prins
hebt, lieve kabouter. Zeg, dat is leuk ! Zo kan de prins zelf
bepalen welke kleur zijn speelgoed heeft !
! Er worden een paar kabouters uitgekozen
om het speelgoed voor te doen.
Weten
jullie wat ? Voordat jullie het speelgoed inleveren kun jullie er
best zelf nog even mee spelen. Je mag nu ook nog ruilen (A
laat aan B zien wat hij heeft, B laat aan A zien wat hij heeft
daarna ruilen) en spelen zolang de muziek duurt.
Er
wordt gespeeld en geruild. In het speellokaal of het eigen lokaal
wordt de les afgesloten. Iedereen doet het eigen stuk speelgoed
in de grote kist en de koningin (en de prins) zijn weer gelukkig.
H. de Nooij