Anette                groep: Middenbouw/bovenbouw  

Werkvorm:

Dialoogspel

 

Doelen:

      De leerlingen leren bepaalde klanken op steeds weer een andere manier uit te spreken.

      De leerlingen leren een dialoog te voeren zonder echt een gesprek te houden, maar wel geluiden, gebaren en mimiek te gebruiken.

      De leerlingen leren een korte begroeting in dialoog uit te voeren, waarbij ze zich inleven in een rol, situatie, emotie en bedoeling ( wie-wat-waar-waarom en hoe)

Opstelling/ruimte:

We spelen in het gymnastieklokaal.

Inleiding:     Kring en U-vorm ( op het speelvlak staat een bank)

Kern:           Twee rijen in de lengte aan weerszijden van de gymzaal

Afsluiting:   Kring

Materiaal:

Bank

Gevoelskaartjes ( zie pagina materialen)

Sportkaartjes ( zie pagina materialen of uit de methode Leefstijl))

 

Inleiding: 15 minuten

      In de kring geef ik een klank gekoppeld aan een beweging ( stap naar voren). De kinderen doen de klank en de beweging na. Ik gebruik als klanken cijfers, letters en djabbertalk.

      Twee spelers gaan op een bankje zitten en krijgen de opdracht met elkaar een dialoog te voeren in djabbertalk, cijfers of letters. Ik geef de kinderen als opdracht een “gevoel” mee. De andere kinderen raden nadien om welk gevoel het ging. De eerste keer speel ik met een kind een dialoogspel als voorbeeld.

 

Kern: 25 minuten

      Tweetallen maken met behulp van de sportkaartjes ( zie pagina materialen of uit de methode Leefstijl). De kinderen met hetzelfde kaartje zijn een duo.

      Begroeten: Aan de lange kanten ban de zaal staan leerlingen. Deze lopen naar elkaar toe en begroeten elkaar in het midden op de manier zoals de leerkracht aangeeft. De opdracht is om een korte dialoog met elkaar te voeren.

Waar: In een drukke winkelstraat, op een receptie, op het strand, op de speelplaats.

Wie: Vrienden die elkaar al lang niet meer gezien hebben, buren, vijanden, bejaarden, drukke zakenmensen.

Stemmingen: slecht nieuws overbrengen, verliefd, ontwijkend, gehaast, bedroefd.

Beperkingen, aanleidingen, bedoelingen: Te laat, ruzie, je krijgt nog geld van de ander, lang niet gezien, slecht nieuws, alle tijd.

 

Voorbeelden:

      Je loopt in de winkelstraat en je komt iemand tegen die je nog geleend geld terug moet betalen.

      Je loopt in de winkelstraat, je hebt haast, maar je hebt de persoon in kwestie al lang niet meer gezien.

      Je bent op een receptie, je komt je buurman daar tegen en je moet slecht nieuws overbrengen.

      Je komt op het strand en hebt een leuk plekje op het oog, maar daar wil ook iemand anders net gaan zitten.

 

Afsluiting: 5 minuten

 

Een aantal kinderen mag wat ze geoefend hebben aan de klas laten zien. Eventueel wordt een andere oplossing besproken of uitgespeeld.