Les: Elkaar overtuigen en je standpunt vast blijven houden!

De a-tjes komen aan de deur om iets te verkopen of te verkondigen.

De “gewone”, dus 1,2 enz. die zijn thuis en doen de deur open als er gebeld wordt.

Je mag elkaars kaartje niet zien!!! Na het toneelstuk mag je je kaartje wel aan elkaar laten zien.

 

1a Jij bent:

Een student die voor metselaar studeert, wil zijn boeken erg graag verkopen.

 

1 Jij bent:

Een jongen aan de deur wil absoluut geen boeken van de student kopen.

 

2a Jij bent:

Een vrouw die tijdschriften wilt verkopen.

 

2 Jij bent:

Een meisje aan de deur, ze heeft zelf al veel tijdschriften en heeft geen behoefte aan nog meer tijdschriften.

 

3a Jij bent:

Een jongen die pech heeft met zijn brommer en wil persť binnen bellen om iemand hem op te laten halen. Hij heeft geen geld bij voor een telefooncel.

 

3 Jij bent:

Een vrouw die open doet, heeft geen tijd om iemand binnen te laten, want ze wil net in bad gaan.

 

4a Jij bent:

Een meisje die de weg kwijt is en wil persť even de weg vragen.

 

4 Jij bent:

Een man die open doet, is een beetje chagrijnig en wil de weg niet uit leggen aan het meisje.

 

5a Jij bent:

Een kunstenaar die zijn super mooie schilderij wil verkopen aan de eerste vrouw die hij ziet.

 

5 Jij bent:

Een vrouw die moe is en wil absoluut geen schilderij kopen, want ze heeft toch al zoveel schilderijen.

 

6a Jij bent:

Een behanger, je komt de kamer behangen, je weet overigens 100% zeker dat je bij nummer 10 moet zijn.

 

6 Jij bent:

Een man die de deur open doet, heeft pas zijn kamer behangen en weet dus 100% zeker dat hij geen behanger heeft gebeld. Hij woont wel op nummer 10. Je probeert de ander te overtuigen dat hij het verkeerde adres heeft.

 

7a Jij bent:

Een pizzaverkoper en je komt de pizza brengen die besteld is, je wilt ook graag je geld ontvangen.

 

7 Jij bent:

Een meisje die open doet, heeft geen pizza besteld, je lust niet eens pizza. Je wilt geen pizza kopen.

 

8a Jij bent:

Een jongen die heel graag met dit meisje wilt trouwen, waar je aan de deur komt. Je vraagt of zij met je wil trouwen. Jij wilt heel graag met haar trouwen, je probeert haar toch te overtuigen.

 

8 Jij bent:

Een meisje die open doet, wil absoluut niet met die jongen trouwen. Je zegt dat je niet met hem wilt trouwen en blijft dit volhouden hoe aardig hij ook is.

 

9a Jij bent:

Een meisje die arm is en bijna geen geld meer heeft, je vraagt aan de deur of de ander nog wat geld of brood overheeft. Je bent erg zielig en hebt erge honger.

 

9 Jij bent:

Een vrouw doet de deur open, ze houdt er niet van dat mensen om geld vragen en dus wil niets geven.

 

10a Jij bent:

Een meisje die haar zelfgemaakte koekjes wil verkopen aan het eerste huis waar ze komt. Jij hebt de allerlekkerste koekjes van de hele wereld.

 

10 Jij bent:

Een man die open doet, wil absoluut geen koekjes kopen, hij lust geen koekjes.

 

 

11a Jij bent:

Een jongen die zijn auto wil verkopen, het is een mooie auto en goedkoop. Je wilt hem meteen verkopen.

 

11 Jij bent:

Een vrouw die open doet, wil absoluut geen auto kopen, je hebt zelf nog een redelijk goede auto.

 

12a Jij bent:

Een meisje die langs komt voor de kindertehuizen in RoemeniŽ. Je wilt erg graag dat anderen ook geld geven voor het goede doel.

 

12 Jij bent:Een man die open doet, heeft een hekel aan kinderen en kan zijn geld wel ergens anders aan besteden. Hij wil niets geven.

 

13a Jij bent:

Een kind die kinderpostzegels wil verkopen, je kan het erg zielig brengen.

 

13 Jij bent: Een chagrijnige man die eigenlijk geen zin heeft om de deur open te maken maar doet het toch. Je wilt geen postzegels kopen.