Onderwerp van de les:

Emoties en improviseren

 

 
Lesdoelen:

De kinderen leren emoties uit te beelden.

De kinderen leren improviseren.

De kinderen leren hoe een emotie heftiger kan worden, en kunnen dit uitbeelden.

De kinderen leren gericht naar een houding te kijken en deze overnemen.

 

Beginsituatie:

De kinderen hebben iedere week drama, en binnenkort begint groep 8 met de musical.

 

 

Lesopbouw Tijd
 

Inleiding:

Ik begin met een kort spelletje om de kinderen op te warmen.

Ik vertel de kinderen dat we emoties uit gaan beelden.

Ik begin met de emotie: opgewonden. Ik beeld het uit en de kinderen mogen het raden.

Dan zijn de kinderen aan de beurt. Ik ga hier alleen uit van vrijwilligers, als die er geen zijn wijs ik een kind aan.

Het kind haalt een kaartje bij mij met een emotie erop, en beelden deze uit. De rest probeert de emotie te raden.

Emoties: bang, verlegen, verliefd, blij, bedroefd, boos, kwaad, verdrietig, woedend.

 

Kern:

De kinderen werken nu in groepjes, de groepjes waar ze ook in zitten in de klas. Ieder groepje krijgt een kaartje met een emotie erop. Deze emotie moet heftiger worden gemaakt. Bijvoorbeeld blij: een glimlach, schaterlach, huilen van het lachen, springen omdat je heel erg blij bent. Zo moet ieder groepje een emotie heftiger maken. de rest van de klas mag het raden als het hele groepje klaar is.

Vervolgens gaan we een improvisatiespel doen. Het heet: bankje in het park. Er staan 3 stoelen op een rijtje. Één kind krijgt van mij een kaartje met hierop een rol, bijvoorbeeld: sjieke dame. Ze neemt plaats op het bankje. Dan komt er een tweede persoon die van mij ook een rol krijgt, bijvoorbeeld, nette meneer. Hij neemt plaats op het bankje en knoopt een gesprek aan met de mevrouw. Niemand weet wat voor rol het kind heeft, alleen het kind zelf. Wel moeten ze in hun rol blijven. Zo gaat dan steeds het eerste kind weg, het tweede blijft zitten, en een derde komt er weer bij. Verschillende rollen: sjieke dame, nette meneer, asociaal persoon, skater, zwerver, klein meisje/jongetje, depressief persoon, doofstom persoon, blinde persoon, een overspannen huisvrouw, iemand die net ontslagen is, een nieuwsgierig iemand.

 

Afsluiting:

Vervolgens gaan we een houding nadoen. 4 Kinderen gaan in een rijtje staan, nummers 2, 3 en 4 zien nummer 1 niet. Nummer 1 neemt een houding aan. Nummer 2 mag een paar seconden kijken, en nummer 1 gaat dan weer op zijn plaats zitten. (hij moet zijn houding wel precies onthouden) Nummer 2 neemt de houding over. Zo doen we het bij alle 4 de kinderen. Als nummer 4 staat, kijken we in hoeverre de houding veranderd is.

Als er nog tijd over is, kunnen we het volgende spel nog doen. Één of meerdere kinderen worden in een bepaalde houding gezet. Een kind bestudeert deze kinderen aandachtig, en gaat dan uit de klas. Er wordt iets verandert aan het kind of de kinderen, en dan mag de persoon terugkomen. Hij moet dan kijken wat er verandert is.

 

 

5 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10 minuten

 

 

 

 

 

 

10-15 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 minuten