Onderwerp van de les:

Improviseren, houding overnemen en nadoen

 

 

Lesdoelen:

De kinderen leren goed naar een houding kijken en deze overnemen

De kinderen leren improviseren

De kinderen leren reageren vanuit hun rol

De kinderen leren een klein stukje uit een houding te accentueren en te overdrijven

 

Beginsituatie:

De kinderen hebben allemaal al vaker drama gedaan in de klas.

Een klein groepje heeft de improvisatie oefening al een keer gedaan.

Verder weet ik niks van de beginsituatie.

 

 

Lesopbouw Tijd
 

Inleiding:

Ik maak groepjes van 6 kinderen. Ik zet de eerste 6 kinderen op een rijtje, nummers 2 t/m 5 mogen nummer 1 niet zien. Het eerste kind mag een houding aannemen (een houding die iedereen aan moet kunnen nemen). Nummer 2 mag zich omdraaien, 5 seconden kijken en dan loopt nummer 1 weg. Nummer 2 moet de houding overnemen. Nummer 1 moet zijn houding goed onthouden. Zo draaien de kinderen zich omstebeurt om, en nemen de houding over. Dan wordt er bij nummer 6 gekeken hoe de houding veranderd is.

 

Kern:

We gaan een improvisatiespel doen. Het heet: bankje in het park. Er staan 3 stoelen op een rijtje. Één kind krijgt van mij een kaartje met hierop een rol, bijvoorbeeld: sjieke dame. Ze neemt plaats op het bankje. Dan komt er een tweede persoon die van mij ook een rol krijgt, bijvoorbeeld, nette meneer. Hij neemt plaats op het bankje en knoopt een gesprek aan met de mevrouw. Niemand weet wat voor rol het kind heeft, alleen het kind zelf. Wel moeten ze in hun rol blijven. Zo gaat dan steeds het eerste kind weg, het tweede blijft zitten, en een derde komt er weer bij. Verschillende rollen: sjieke dame, nette meneer, asociaal persoon, skater, zwerver, klein meisje/jongetje, depressief persoon, doofstom persoon, blinde persoon, een overspannen huisvrouw, iemand die net ontslagen is, een nieuwsgierig iemand.

De kinderen moeten zelf inschatten wanneer ze uit het spel moeten stappen, ook laat ik ze op den duur zelf een rol kiezen. Wel geef ik nog aan wanneer een kind in kan springen. Merk ik dat dit heel goed gaat, dan mogen de kinderen het spel geheel zelfstandig draaien.

 

Afsluiting:

Dit spel kan alleen als er een goede sfeer in de klas heerst. Dit om te voorkomen dat iemand belachelijk wordt gemaakt.

1 Kind loopt een rondje in de kring. 3 Kinderen lopen er achter aan. Het tweede kind pakt een klein accent uit het loopje en overdrijft dit. (zwaaien met de armen, huppeltje) Kind 3 overdrijft nog iets meer en kind 4 overdrijft nog meer. Als je eenmaal een loopje hebt aangenomen, blijf je dit aanhouden. Dus aan het eind heb je 4 verschillende loopjes.

 

 

10 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 minuten