Drama-activiteiten
December 2002
Thema: Kerstmis
Opwarming
De opwarming heb ik bedacht in het teken van
de donkere dagen voor kerst.
Ter inleiding zou je hier met de kinderen
over kunnen praten.
1. Leiden volgen
Je wijst een tweetal aan. Een kind krijgt
een blinddoek om.
Het ander kind leidt dit kind aan de hand
door de klas. Wissel van rol en laat daarna een ander tweetal aan
de beurt. Als er voldoende plaats is in de klas, kunnen er
meerdere tweetallen tegelijkertijd door de klas lopen.
Let op: Bespreek van te voren
met de kinderen hoe ze op een veilige manier het geblinddoekte
kind kunnen leiden. Hand goed vasthouden, niet trekken of duwen,
tempo aanpassen etc. Je kunt de kinderen uitleggen dat degene die
geblinddoekt is, moet kunnen vertrouwen op de ander.
2. Zoek het geluid
Je wijst opnieuw een tweetal aan. Een kind
krijgt een blinddoek om. Het andere kind zoekt een plaatsje in de
klas een eindje van het geblinddoekte kind vandaan. Dit kind
maakt een kerstgeluid (bijvoorbeeld het rinkelen van belletjes of
het zingen van de eerste woorden van een kerstliedje).
Het geblinddoekte kind gaat op zoek naar dit
geluid.
Let op: Geef van te voren
duidelijk aan dat het geblinddoekte kind rustig moet lopen met de
handen naar voren zodat hij of zij eventuele obstakels op tijd
opmerkt. Schakel tevens een extra maatje in die erop let dat er
niets gebeurt en eventueel op tijd ingrijpt.
3. Zoek het voorwerp
Opnieuw een tweetal, een kind geblinddoekt.
Een kind legt een kerstvoorwerp ergens in de klas.
Het geblinddoekte kind moet dit voorwerp
gaan zoeken. Het andere kind leidt hem of haar naar het voorwerp
toe door warm of koud te zeggen.
Let op: Wijs de kinderen ook bij deze
oefening op rustig bewegen met armen naar voren en schakel een
extra maatje in.
4. Het Op-de-tast-spel
Een kind legt een kerstvoorwerp ergens in de
klas. Twee kinderen worden geblinddoekt en moeten tegelijkertijd
op de tast op zoek naar dit voorwerp. Ze starten beiden op een
andere plaats en krijgen geen aanwijzingen. Degene die het
voorwerp het eerste gevonden heeft, heeft gewonnen.
Let op: Deze oefening kun je alleen
uitvoeren als de andere oefeningen goed en vooral veilig verlopen
zijn. Geef de kinderen van te voren duidelijk aanwijzingen.
Kernactiviteit
Ik heb een kort verhaaltje bedacht. Een
verhaal met een open einde. Het is de bedoeling dat de kinderen
zelf een einde bedenken.
Je kunt het beste eerst het verhaaltje 1 of
2 keer voorlezen. Daarna laat je de kinderen het verhaal
navertellen. Je kunt daarbij gebruik maken van de volgende vragen:
Wie: welke personen komen in het
verhaal voor?
Waar: waar speelt het verhaal zich
af?
Wat: wat gebeurt er in het verhaal?
Daarna kun je de kinderen vragen hoe zij
vinden dat het verhaal moet aflopen en waarom.
Vervolgens laat je ze het verhaal naspelen
met hun zelfbedacht einde.
Het verhaal: De kerstengel
Het is de eerste dag van de kerstvakantie.
Marja is bezig met het versieren van de kerstboom.
Ze heeft zich al weken op deze dag verheugd.
Ze vindt kerstmis namelijk het leukste feest van het hele jaar
omdat zij van haar moeder de kerstoom mag versieren. Ze doet erg
haar best de kerstboom zo mooi mogelijk te maken, zodat het in de
woonkamer extra gezellig wordt.
Aan het einde van de middag is ze klaar.
Trots kijkt ze naar de boom. Hij hangt helemaal vol met
kerstballen, kerstklokken en natuurlijk de lichtjes. Onder de
boom staat een klein stalletje met het kindje Jezus, Maria en
Jozef........................(kinderen kunnen dit aanvullen).
Marja is tevreden. Ze zoekt de dozen, waar
de kerstspullen ingezeten hebben, bij elkaar en brengt ze naar
boven.
Terwijl Marja boven is, komen haar twee
broertjes Max en Bob de woonkamer in. Ze zien de mooie kerstboom
staan. Ze zijn jaloers op Marja omdat zij dit jaar de kerstboom
mag versieren en zij niet.
Max, de oudste van de twee, zegt tegen Bob:
Ik heb een plannetje. We halen de
versieringen uit de boom en hangen ze op een slordige manier
terug. Ook gooien we het stalletje om. Dan zal mama denken dat
Marja niet versieren kan en dan mogen wij het alsnog doen !
Bob luistert altijd heel goed naar zijn
oudere broer en knikt:
Dat is een goed idee Max, laten we
beginnen.
Snel voeren ze hun plannetje uit.
Als ze bijna klaar zijn, komt Marja naar
beneden. Ze ziet eerst haar broertjes die bezig zijn bij de
kerstboom. Ze loopt naar hen toe en schrikt. De hele kerstboom is
verknoeid. De versieringen liggen overal en het stalletje ligt
helemaal door elkaar.
Wat hebben jullie gedaan ?
roept ze.
Dan horen ze mama de trap afkomen. De
broertjes rennen snel naar buiten. Maar Marja blijft staan. Ze is
zo boos dat de tranen in haar ogen springen. Mama komt de kamer
binnen en ziet de kerstboom. Ze kijkt naar Marja en weer naar de
kerstboom. Ze wordt heel boos. Marja wil uitleggen wat er gebeurd
is, maar Mama wil niet naar haar luisteren.
Ga jij maar naar je kamer, ik laat
Max en Bob de kerstboom wel versieren. Die kunnen dat vast veel
beter.
Het is 17.00 u. Marja zit nog steeds op haar
kamer. Ze is heel verdrietig.
Plotseling is er heel veel licht in de kamer
en in het licht verschijnt een engel.
Afsluiting
Ter afsluiting kun je met de kinderen
kerstliedjes zingen in de kring.
Je kunt dit doen door middel van een
spelletje. In een zak stop je allerlei kerstvoorwerpen.
Een kind haalt een voorwerp uit de zak en
bedenkt een kerstliedje waar dat voorwerp in voorkomt.
Dit liedje wordt gezongen. Zo kun je de hele
kring rond gaan.