Drama-activiteiten
April 2003
Thema: lente/pasen
Opwarming
Lentekriebels
1. In de lente is iedereen weer vrolijk. Het is mooi weer
waardoor we lekker naar buiten kunnen. We krijgen de
lentekriebels. Zet vrolijke muziek op en laat de kinderen
lentekriebels uitbeelden.
2. Als de kinderen zich even hebben uitgeleefd, laat je ze in
een kring op de grond zitten. Ze doen allemaal de schoenen uit en
zetten deze voor zich neer. Vervolgens laat je ze op hun knieeen
zitten. Alle kinderen steken hun beide handen in hun schoenen en
kijken naar jou. Je zet de muziek aan, gaat ook op je knieeen
zitten met je handen in je schoenen en laat jouw schoenen
allerlei eenvoudige bewegingen maken. De kinderen doen jou na.
3. Je doet nu niet zelf bewegingen voor, maar laat de kinderen
om de beurt een beweging met de schoenen voordoen die de andere
kinderen na moeten doen.
Kernactiviteit
Je leest de kinderen onderstaande verhalen een voor een voor.
Na elk verhaal laat je de kinderen het volgende aangeven: wie (de
rollen), waar en wat (wat gebeurt er). Dit schrijf je van alle
verhaaltjes op het bord (dit is al een paar keer aan bod gekomen).
Vervolgens verdeel je de groep in groepjes van drie. Elk groepje
kiest een verhaaltje uit dat ze gaan uitbeelden. Ze mogen zelf
verzinnen hoe het verhaal afloopt. Je kunt ze dit eerst in
groepjes zelfstandig laten oefenen of ze het meteen laten spelen
met jouw hulp. Let erop dat de kinderen er een duidelijk einde
aan maken; dat het verhaal niet te langdradig wordt.
1. Het is nacht. De paashaas loopt door de tuin van Bob en Kim.
Hij heeft een mand bij zich, die vol zit met paaseieren. Een voor
een verstopt hij de eieren op een donkere plaats, zodat de
kinderen morgenvroeg heel goed moeten zoeken. Na een half uur,
wordt de Paashaas moe, maar zijn mand is nog lang niet leeg.
Heel even een dutje doen, denkt hij. Hij gaat tegen
een boom zitten. De mand met paaseieren zet hij naast zich neer.
Al gauw valt hij in slaap........................................................
De volgende morgen staan Kim en Bob al vroeg op. Ze kleden zich
snel aan en rennen naar buiten. Allebei hebben ze een mandje in
hun handen. Ze gaan paaseieren zoeken. Ze zoeken overal: achter
een boom, tussen de bloemen, in het gras. Al snel hebben ze
allebei 5 eieren gevonden, maar ze willen hun hele mandje vol
hebben. Dan horen ze gesnurk. Wat was dat? , vraagt
Bob. Hij en Kim kijken om zich heen. Het komt daar vandaan
, zegt Kim en ze wijst naar de grote boom achter in de tuin.
Samen lopen ze er naar toe. Onder de boom ligt de paashaas......................................................
2. Bob en Kim hebben de hele morgen eieren gezocht. Ze hebben
een hele mand vol. Moe gaan ze naar binnen. Ze zetten de mand met
eieren op tafel, die mama heel mooi heeft gedekt.
Zo, zegt mama, Jullie hebben goed jullie best
gedaan. Ga maar vlug jullie handen wassen en kom dan aan tafel
zitten. Bob en Kim wassen hun handen en gaan aan tafel
zitten. Ze hebben een reuzenhonger. Ze willen meteen beginnen en
pakken allebei een ei uit de mand, maar mama ziet het en zegt:
Even wachten totdat papa beneden is, dan eten we gezellig
samen. Bob en Kim leggen hun eieren teleurgesteld terug in
de mand. Ze wachten en ze wachten en ze wachten..................Het
duurt wel erg lang, vinden ze. Bob kijkt eerst Kim aan, dan kijkt
hij naar mama, die met de rug naar hen toe staat. Hij kijkt Kim
opnieuw aan en dan kijkt hij naar de eieren. Kim begrijpt meteen
wat Bob wil. Ze knikt. Stiekem, zonder geluid te maken, pakken ze
allebei een ei. Zachtjes halen ze de schaal eraf. Opnieuw kijken
ze naar mama, maar die is druk in de weer met de thee. Bob en Kim
kijken elkaar aan en bijten tegelijkertijd in hun ei. Mmmm, dat
is lekker. Maar dan draait mama zich plotseling om. Kim en Bob
schrikken zich een hoedje en stoppen de rest van het ei vlug in
hun mond. Met volle monden kijken ze mama onschuldig aan.............................................................................................................
3. In de tuin van Bob en Kim liggen al heel veel eieren
verstopt. De Paashaas is al naar het volgende huis gegaan, maar
het is nog nacht en Bob en Kim slapen nog. Of toch niet...........?
De achterdeur gaat voorzichtig open. Er komt iemand naar buiten.
Het is Kim. Ze heeft haar pyjama nog aan en in haar hand heeft ze
een mandje. Ze sluipt door de tuin op zoek naar de eieren. Ze
vindt ze bijna allemaal, legt ze in haar mandje, gaat weer naar
binnen en verstopt het mandje onder haar bed. De volgende morgen
maakt Bob haar wakker. Wakker worden Kim, we mogen eieren
gaan zoeken. Mama zegt dat de Paashaas is geweest.
Ja, ik kom zo , zegt Kim slaperig, maar Bob heeft het
dekbed al van haar afgetrokken en staat met haar kleren in zijn
hand klaar naast het bed.
Kim zucht, stapt uit bed, trekt haar kleren aan en loopt met Bob
mee naar beneden, de tuin in.
Bob rent door de tuin, hij zoekt overal. Ja, ik heb er een,
roept hij enthousiast en hij steekt het ei in de lucht.
Goed hoor , zegt Kim weinig enthousiast. Ze doet net alsof
ze ook naar eieren zoekt.
Na tien minuten komt Bob naar Kim toe: Hoe kan dat nou? Ik
heb maar 1 ei kunnen vinden. De Paashaas zal er toch wel meer
hebben verstopt?...................................................................................
Afsluiting
Voor de afsluiting heb ik een leuk rollenspel met geluiden
gevonden op het internet. Dit heb ik in zijn geheel aan deze
activiteiten toegevoegd. Er zijn waarschijnlijk te veel rollen te
verdelen. Je kunt deze rollen of zelf doen of een aantal kinderen
twee rollen geven. Je kunt deze rollen natuurlijk ook zonder
geluid laten voorkomen in het verhaal.
EEN BEZOEK AAN DE BOERDERIJ
Rollenspel voor minstens 16 personen.
Voor dit rollenspel moeten de
kinderen in een grote kring gaan zitten.
De familie Bouwman wordt door minstens twee kinderen uitgebeeld,
de andere personages en dieren steeds door een. Zijn er meer dan
16 spelers, dan maken we de familie Bouwman gewoon wat groter.
Ook alle dieren kunne drie of vier keer uitgebeeld worden. Hoe
groter de groep, des te gezelliger het wordt! U moet er op letten
dat er geen rollen overblijven!
Vervolgens legt u uit wie wat moet zeggen, of maak van tevoren
papiertjes klaar waar de rol op geschreven staat. Dan vertelt u
wat er eigenlijk gaat gebeuren: de spelleider leest een verhaal
voor en iedereen moet goed luisteren. Want zo gauw je aan de
beurt bent, wordt er van je verwacht dat je iets zegt. Als
iedereen het goed begrepen heeft, kunnen jullie beginnen. Alle
kinderen zitten gespannen te wachten tot zij aan de beurt komen.
Het verhaal wordt langzaam en duidelijk voorgelezen en als de
kinderen iets moeten zeggen, krijgen ze daar ruimschoots de tijd
voor.
Personages en hun tekst:
Familie Bouman: 'Hallo, hier zijn we'
Boer: 'Gezellig dat jullie gekomen zijn!'
Boerin: 'Kom binnen. Ik heb verse melk en koekjes.'
Kat: miauw, miauw
Muis: piep, piep
Geit: meh, meh
Varken: oink, oink
Mesthoop: poeoeoe
Haan: kukelekuuu
Hond: waf, waf
Tractor: ratatata, ratatata
Paard: uuhuuhuuh
Koe: boe, boe
Ezel: iaa, iaa
De spelleider begint
langzaam voor te lezen:
Op een mooie zomerdag brengt de familie Bouwman een
bezoekje aan een boerderij.
De kat ligt lekker in het warme zonnetje. Ze
ziet een muis en wil hem vangen. Maar die
trippelt langs de geit en het varken en
verstopt zich vlug achter de mesthoop. En daar
kan de kat niet bij. Op de mesthoop zit
de haan te kraaien. De boer en de
boerin zijn blij dat de familie Bouwman
er is. Met de tractor rijden de boer, de
familie Bouwman en de hond door de wei.
Daar zien ze paarden en koeien. De hond springt
als eerste van de tractor en begroet zijn grote
vriend, de ezel.
De familie Bouwman
stapt van de tractor af en voert de
koeien, de paarden en de ezel
worteltjes en appeltjes.Te paard rijdt de
familie Bouwman weer terug naar de boerderij. De
boer rijdt samen met zijn hond met de
tractor naar huis. Daar heeft de boerin al
de tafel gedekt voor de familie Bouwman. En de
kat krijgt een schoteltje melk. 's Avonds in bed, denkt de
familie Bouwman nog met plezier aan het bezoek terug:
aan de boer, de boerin, de kat, de haan, het varkentje,
de ezel, de hond, het paard, de geit, de tractor, de mesthoop, de
muis en de koe.