Anette                          groep:  6                                                                   26   kinderen  

Werkvorm: Dialoogspel
Beginsituatie:

 

Doelen:
  • De leerlingen leren bepaalde klanken op steeds weer een andere manier uit te spreken.
  • De leerlingen leren een dialoog te voeren zonder echt een gesprek te houden, maar wel geluiden, gebaren en mimiek te gebruiken.
  • De kinderen leren een korte begroeting in dialoog uit te voeren, waarbij ze zich inleven in een rol, situatie, emotie en bedoeling ( wie-wat-waar-waarom-hoe)

Opstelling/ruimte:

We spelen in het gymnastieklokaal.

Inleiding:   Kring en U-vorm (op het speelvlak staat een bank)

Kern:         Twee rijen in de lengte aan weerszijden van de gymzaal

Afsluiting: Kring

Materiaal:

Bank, Gevoelskaartjes, Sportkaartjes

Inleiding: 15 minuten
  • In de kring, ik geef een klank gekoppeld aan een beweging (stap naar voren) De kinderen doen de klank en de beweging na. Letters, cijfers, jabbertalk.
  • Twee spelers gaan op een bankje zitten en krijgen de opdracht met elkaar een dialoog te voeren in jabbertalk, cijfers of letters. Ik geef hun als opdracht een “gevoel” mee. De andere kinderen raden nadien om welk gevoel het ging. De eerste keer speel ik met een kind een dialoogspel als voorbeeld.

 

Kern: 25 minuten
  • Tweetallen maken met behulp van sportkaartjes. De kinderen met hetzelfde kaartje zijn een duo.
  • Begroeten:  Aan de lange kanten van de zaal staan leerlingen. Deze lopen naar elkaar toe en begroeten elkaar in het midden op de manier zoals de juf aangeeft.  Opdracht is om een korte dialoog met elkaar te voeren.

     Waar: In een drukke winkelstraat, op een receptie, op het strand, op de speelplaats.  

     Wie: Vrienden die elkaar al lang niet meer gezien hebben, buren, vijanden, bejaarden, 

              drukke zakenmensen.

     Stemmingen: slecht nieuws overbrengen, verliefd, ontwijkend, gehaast, bedroefd.  

     Beperkingen, aanleidingen, bedoeling: Te laat, ruzie, je krijgt nog geld van de ander,

                                                                    lang niet gezien, slecht nieuws, alle tijd.

 

Voorbeeld:

  • Je loopt in de winkelstraat en je komt iemand tegen die je nog geleend geld terug moet betalen.
  • Je loopt in een winkelstraat , je hebt haast, maar je hebt de persoon in kwestie al lang niet meer gezien.
  • Je bent op een receptie, je komt je buurman daar tegen en je moet slecht nieuws overbrengen.
  • Je komt op het strand en hebt een leuk plekje op het oog, maar daar wil ook iemand anders net gaan zitten.


 

Afsluiting:  5 minuten

Een aantal kinderen mag wat ze geoefend hebben aan de klas laten zien. Eventueel wordt een andere oplossing besproken en uitgespeeld.

Evaluatie: Ik had verwacht dat de inleiding met jabbertalk e.d. wel erg lacherig zou worden, maar dat gebeurde helemaal niet. De kinderen hadden wel lol, maar het was niet overdreven.

Het spelen op de bank ging ook erg leuk. Soms was het moeilijk het gevoel te ontdekken, maar we bespraken dit en kwamen samen tot de conclusie dat sommige gevoelens dicht bij elkaar liggen en op verschillende manieren uitgebeeld kunnen worden.

De kern ging fantastisch. Er ontstonden echte dialogen en ook heel veel verschillende bij één opdracht. Afgesproken was dat er geen handen en voeten gebruikt mochten worden, maar de kinderen kwamen soms spontaan met een oplossing voor een conflict. Dit kwam in de afsluiting dus ook goed naar voren.