Anette groep: 1 en 2 27 kinderen |
|
Werkvorm: Improvisatie |
|
Beginsituatie: Deze les
is gekoppeld aan sociaal emotionele ontwikkeling, thema, verdriet en
troosten. |
|
Doelen: De leerlingen krijgen
inzicht in het hebben van verdriet en het troosten van elkaar. De leerlingen leren goed
naar elkaar te kijken en op elkaar te reageren. De leerlingen leren met
twee vaststaande gegevens zelf een scène te bedenken. |
Opstelling/ruimte:
De les vindt plaats in
het speellokaal. Het blauwe vierkant, waarvan een zijde is vrijgelaten dient
als basisopstelling. |
|
Materiaal: Verhaal: Blijbeer en Huilbeer Dierenkaartjes |
|
Inleiding: 5 minuten Ik lees het verhaal van
Blijbeer en Huilbeer twee keer voor. De tweede keer krijgen de kinderen van
mij gerichte luisteropdrachten zoals: Waarom is huilbeer verdrietig? Hoe komt
het dat huilbeer later weer blij is? Wat doet Blijbeer voor huilbeer? |
|
Kern: 5 minuten Gesprekje over het
verhaal van Blijbeer en Huilbeer, naar aanleiding van de luisteropdrachten. Zijn jullie ook wel eens
verdrietig? Waarom? Hoe word je dan weer
blij? Wat is troosten? Hoe kun je iemand
troosten? Vind je het prettig als
iemand je troost ? |
|
Afsluiting: 20 minuten Ieder kind krijgt een
kaartje met een dier erop. Er zijn van ieder dier twee dezelfde kaartjes. De
kinderen gaan hetzelfde dier opzoeken. Zo ontstaan er tweetallen. Ieder tweetal spreekt
samen af wie er verdrietig is en wie er gaat troosten. Bedenk ook waarom
iemand verdrietig is. Samen gaan ze een korte
scène spelen. Tenslotte mogen een
aantal groepjes hun scène aan de andere kinderen laten zien. Deze scène worden direct
nabeproken. Wie was er verdrietig? Waaraan kon je dat zien? Waarom was het kind
verdrietig? Hoe werd er getroost? |
|
Evaluatie: Een onderwerp sociaal
emotionele ontwikkeling is prima te combineren met drama. De leerlingen
ervoeren in dit geval een bepaald gevoel. Het verdelen van de kinderen in
tweetallen, was al een leuk spelletje op zich. Verder krijg je hierdoor
willekeurige tweetallen, en dus verrassende combinaties. Het verwoorden van waarom iemand verdrietig was kwam als verwacht niet helemaal naar voren. Iedere scène werd nabesproken en daardoor werd toch duidelijk hoe het stukje in elkaar zat. |
Blijbeer en Huilbeer
Blijbeer ging ’s morgens vroeg op pad
Dwars door het grote bos
Langs bomen en langs struiken
Hij vond de bloemen lekker huilen
Hij zong en danste in de zon
Wat fijn dat de dag zo mooi begon
Even later kwam hij Huilbeer tegen
Die liep met tranen op haar wangen
Huilbeer mopperde heel nukkig
’t is waar, ik ben echt niet gelukkig
al die bloemen die daar hangen
kriebelen op mijn wangen
en die vervelende zon prikt in mijn ogen
zo zullen nooit mijn tranen drogen
Kom, wees niet verdrietig, zei Blijbeer
De lucht is blauw
En Huilbeer, zeg, ik hou van jou
Is dat echt waar? Zei Huilbeer toen
En Blijbeer gaf haar snel een zoen
En zei:
’t is niet gelogen, droog je ogen
als je wilt huilen, huil ik mee
maar ’t is leuker om te lachen met z’n twee