Anette                groep:   Midden- en bovenbouw

Werkvorm:

Poppenspel

 

Doelen:

De leerlingen leren goed te kijken naar het karakter van de pop.

De leerlingen oefenen welke bewegingen een (hand)pop kan maken

De leerlingen oefenen in drietallen een verhaal met poppen die bij elkaar horen, wb karakter, uiterlijk, achterliggend verhaal.

 

Opstelling/ruimte:

Kring en klaslokaal

 

Materiaal:

Voor ieder kind een (hand) pop of knuffel

Tafeltjes waarachter gespeeld kan worden.

 

Inleiding:

 

Ieder kind heeft een (hand)pop of knuffel en gaat verschillende stemmen en manieren van bewegen uitproberen. Daarna laten ze aan elkaar zien wat ze hebben bedacht.

 

Kern:
  1. De pop wordt voorgesteld: De leerkracht stelt de pop voor. Er wordt hierbij verteld in de ik-vorm.
  2. De andere poppen stellen zich voor: De leerlingen vertellen in de ik-vorm iets over de pop alsof ze die zelf zijn. De leerkracht gebruikt stimulerende vragen.
  3. Groepjes vormen: Welke poppen passen bij elkaar qua uiterlijk, kenmerken of achterliggend verhaal. In 3-tallen wordt een kort poppenspel bedacht. De groepjes oefenen de stukjes tegelijkertijd. De leerkracht loopt rond en ondersteunt de groepjes

 

 

Afsluiting:

De groepjes laten aan elkaar hun poppenspel zien

Het publiek benoemt de positieve elementen uit het spel.