Anette                groep:   bovenbouw 

Werkvorm:

Schimmenspel met groot doek

Beginsituatie:

 

Doelen:

De leerlingen ervaren wat voor effect de lamp, het doek en een object of speler op elkaar hebben.

De leerlingen leren met rekwisieten en een verhaal een scène uit te spelen achter een groot wit laken.

 

Opstelling/ruimte:

De leerlingen zitten in een halve kring. De les wordt gedaan in het speellokaal.

 

Materiaal:

Groot wit doek

Diaprojector of andere felle lamp

Kam en schaar

Hamer en spijker

Pan en pollepel

Helm en stofzuigerslang

 

Inleiding: 5 min.

Het laten ervaren wat voor effect de lamp, het doek en een object of speler op elkaar hebben.

Een van de kinderen gaat achter het doek staan. Het licht gaat aan. Wat verandert er?

 

Een kind gaat en-face en en-profile achter het doek staan. Wat zijn de verschillen?

 


 

Kern: 30 min.

Ø      Drie kinderen gaan achter het doek staan. Het licht gaat aan: Wie is wie? Waar zie je dat aan?

Ø      Een kind gaat achter het doek zitten en een ander tegen het doek staan. Laat het staande kind langzaam naar achter lopen, zodat hij groter wordt.

Ø      In een groepje van drie construeren de kinderen een meerarmig en – benig monster en presenteren die.

Ø      Een kind gaat achter het doek op de grond liggen en komt langzaam bij het doek overeind, het lijkt nu alsof hij uit de grond komt.

Ø      Twee kinderen lopen achter het doek langs en ontmoeten en begroeten elkaar.

Ø      Een kind verricht achter het doek een handeling. Bijvoorbeeld ijsje likken, Haren kammen, touwtje springen. Bespreek wat de kinderen doen.

Ø      De kinderen lopen om de beurt achter het doek langs en doen een handeling.

 

In groepjes van drie ( verteller en twee spelers) bereiden de kinderen een korte scène met materialen voor.

Kam en schaar: een kappersscène

Hamer en spijker: een timmermansscène

Pan en pollepel: een kookscène

Helm en stofzuigerslang: een brandweerscène

 

De verteller houdt de spelers in de gaten en de spelers improviseren op hun manier. Eventueel is de leerkracht de verteller.

 

Afsluiting: 15 min.

De scènes worden uitgebeeld en nabesproken. Geef het publiek eventueel kijkopdrachten.