Voorbeeldles tableaus in de middenbouw: beroepen (variëren kan bijv. ook thematisch met bijv. circus, sprookjes enzovoort).

 

Introductie.

We gaan vandaag levende schilderijen maken, soort foto’s waarin we zelf helemaal stilstaan. De foto’s gaan over beroepen.

Bijvoorbeeld een…. [ga als een persoon met een bepaald beroep in tableau staan].

 

Inleiding (warming up waarin kernvaardigheden worden getraind).

Geef een aantal spelhandelingen. Wanneer je een signaal geeft (blaas op een fluitje of klap in je handen) dan ‘bevriezen’ de kinderen. Wanneer ze dat hebben gedaan benoem je sterkte punten en geef je een compliment vóór je de volgende spelopdracht geeft. Die sterke punten fungeren als aandachtspunten.

Benoem gaandeweg de belangrijkste aandachtspunten wanneer die verder niet aan de orde zijn gekomen. Noteer die voor jezelf.

Spelopdrachten bijvoorbeeld: je bent een houthakker die een boom omhakt, je bent een brandweerman die een brand blust, je bent een chirurg die een orgaan verwijdert, je bent een kok die een pannenkoek bakt…. (verzin er minimaal zes).

 

Kern (in groepjes werken).

Je krijgt een kaartje met daarop een beroep. Het is de bedoeling dat je met je groepje één tableau maakt waaruit duidelijk wordt om welk beroep het gaat.

 

Variaties:

Afhankelijk van het niveau van je groep kun je kiezen voor een variatie.

 

Beroepen zouden kunnen zijn: bouwvakkers, brandweerlieden, musici, beroepen uit het restaurant, uit de trein….

 

Afsluiting.

Strandfoto’s met de hele klas (ook hier kan een variatie op worden bedacht).

In het lokaal wordt aangegeven waar de zee stopt en het strand begint. De leerkracht geeft een spelopdracht en een signaal wanneer de klas in tableau moet gaan staan zoals ze op dat moment zijn. Er worden vier tableaus gemaakt, de kinderen moeten ze zo precies mogelijk onthouden.

De vier spelsituaties en tableaus: het is erg mooi weer, er komt een klein wolkje voor de zon, er valt een klein beetje regen, er valt een stortbui. Wat doen de mensen op het strand?

Probeer tijdens het spelmoment handelingsgericht te side coachen. Als alle vier de tableaus zijn gemaakt worden ze op volgorde herhaald, daarna roept de leerkracht door elkaar de nummers van de tableaus.

De kinderen dienen vlot van het ene naar het andere tableau te komen.

 

 

Aandachtspunten in de begeleiding van tableaus (algemeen).

 

 

·        Het is belangrijk dat de speler zijn boodschap “groot” overbrengt: een grote fysieke houding en een duidelijke mimiek die de inhoud van het tableau helder weergeeft.

·        De speler dient op twee benen te staan. Bij sport- of bijvoorbeeld danstableaus staan kinderen vaak op één been waardoor het echte verstillen nogal lastig wordt.

·        De speler dient rustig door te ademen, er mag wel met de ogen worden geknipperd anders gaat men staren, wat teveel focus trekt.

·        Het tableau dient een aantal tellen helemaal stil te staan. Een kleine beweging haalt de spanning uit het beeld waardoor de spanningsboog voor de kijker eigenlijk weer opnieuw moet worden gestart om het beeld goed tot zijn recht te laten komen.

·        Een tableau dient inzichtelijk te zijn voor het publiek. Publieksgerichtheid betekent in dit geval dat wanneer een speler informatie geeft, hij ook echt goed te zien moet zijn. Staan de spelers te veel voor elkaar (afschermen), dan wordt het publiek vaak onrustig en wil van de zitplaats af komen om alle “standbeelden” te kunnen zien.

·        Bij tableaus gaat het om de fysieke ervaring van het “bevriezen”. Draag in de dramales zorg voor een gedegen inleidende oefening (warming up) voordat men aan de kinderen vraagt om deze techniek in een kern van de les toe te passen.

·        Als het tableau wordt voorbereid voor presentatie, sluit het publiek de ogen. De leerkracht geeft een teken wanneer het tableau klaarstaat en de kinderen de ogen kunnen openen, zodat iedereen tegelijkertijd het tableau als één kernachtig beeld te zien krijgt. Ziet het publiek het tableau ontstaan dan krijgt het vaak al ideeën en kunnen er rommelige situaties ontstaan. Ook is het een helder en rustig startpunt van de eigenlijke presentatie.

·        Zorg dat de klas in stilte naar het beeld kijkt voordat het wordt besproken, geef dus duidelijk aan wanneer de kinderen hun vinger mogen opsteken en de presentatie ten einde is. De spelers staan stil voor de klas en zijn dus een “makkelijk doelwit” voor eventuele grappenmakers. Hou de groepsconcentratie dus extra in de gaten.

 

 

Tableaus kan men onder andere met de volgende vragen nabespre­ken:

·        Vragen m.b.t. de aandachtspunten die zijn gegeven.

·        Vragen m.b.t. de inhoud van het tableau.

·        Wie heeft welke rol in het tableau?

·        Kan dit tableau meerdere betekenissen hebben (zo ja, welke en hoe komt dat ?)?

·        Hoe kunnen we dit tableau eventueel verduidelijken?

 

 

H. de Nooij