Les tableaux vivants bovenbouw

 

Inleiding :

 

‘Klap, draai om !’

 

de leerlingen staan in een kring met de ruggen naar het midden. Ik noem een emotie / gebeurtenis, op het moment dat ik in mijn handen klap springen de leerlingen om en gaan in een beeld staan n.a.v. mijn woorden.

VB:

-razend

-verliefd

-heel verdrietig

-nodig naar de wc

-een miljoen gewonnen!

-een hele enge spin

-haast

-trein gemist

 

Beeldhouwen

In tweetallen: beeldhouwer en klei. De beeldhouwer maakt een beeld voor in een tuin. L.k. komt langs als potentiŽle koper.

 

Kern:

 

Tableaus

 

De leerlingen worden verdeeld in groepjes van 3 Š 4 kinderen. Elk groepje krijgt een papiertje met een titel (zie bijlage). N.a.v. de titel mogen de leerlingen even overleggen. Dan maken ze als groepje een tableaus. Elke leerling moet hier een plek in krijgen. Als iedereen voorbereid is (+/- 5 minuten) laten ze de tableaus aan elkaar zien.

 

Spreekwoorden

 

De leerlingen bedenken in tweetallen een spreekwoord of gezegde en overleggen kort hoe ze dat in een tableau gaan neerzetten. De leerlingen die zelf niets kunnen bedenken mogen naar mij toekomen voor een spreekwoord.

Dan laten de tweetallen hun tableau aan de groep zien. De groep raad welk spreekwoord er wordt uitgebeeld.

 

Afsluiting:

 

Nabespreken

 

 

 

 

 

 


 

 

 

De ruzie

 

 

 

 

 

 

Het ongeluk

 

 

 

 

 

 

De bruiloft

 

 

 

 

 

 

De verhuizing

 

 

 

 

 

 

Het circus

 

 

 

 

 

 

 

De verjaardag

 

 

 

 

 

 

Op vakantie

 

 

 

 

 

 

De overval

 

 

 

 

 

 

Een slecht rapport

 

 

 

 

 

 

Het afscheid