Anette                groep:   1 en 2                          27       kinderen  

Werkvorm:

Afspreekspel

Beginsituatie:

De les sluit aan bij het thema tandverzorging

Doelen:

De leerlingen leren een stukje uit een gedicht in een andere sfeer/emotie te spelen.

De leerlingen leren met rekwisieten en een thema een korte scène te spelen.

 

Opstelling/ruimte:

De leerlingen zitten in een halve kring. De les wordt gedaan in het klaslokaal.

 

Materiaal:

Gedicht Annie M.G. Schmidt: naar de tandarts. Uit: het fluitketeltje.

Rekwisieten die bij de tandarts horen.

 

Inleiding: 5 min.

Voorlezen van het gedicht: Naar de tandarts

 

Kern: 15 min.

Het gedicht wordt besproken. Hoe voelt Jan Hein zich nu hij naar de tandarts moet?

Voelt iedereen zich zo als je naar de tandarts moet?

Hoe kun je je ook voelen? ( Blij, bang, boos, verdrietig, stoer)

Hoe speel je dit op verschillende manieren?

Hierover worden afspraken gemaakt. Steeds drie kinderen mogen de tandarts, de tante en Jan Hein spelen. Steeds wordt er een andere emotie gebruikt.

 

Afsluiting: 15 min.

Spel naar aanleiding van een rekwisiet.

De dramakoffer op de gang wordt ontdekt. In de koffer zitten allemaal tandartsspullen.

Ook dingen die er zijdelings mee te maken hebben ( Appel, lolly)

Met deze rekwisieten worden er scènes bedacht die over de tandarts gaan. Een kind mag een rekwisiet uitkiezen, een ander kind kiest iets wat er bij past. Samen bereiden ze een korte scène voor. Zo doen alle tweetallen dit. Na afloop worden een aantal scènes bekeken in de groep. 

 

 

 

Gedicht:

 

Naar de tandarts.

Nu heb ik een verrassing, zei tante van Jan Hein

We gaan gezellig naar de tandarts, is dat even fijn?

De tandarts moet dat kleine gaatje in jouw kiesje vullen

Nou? Vind je het niet énig? Maar Jan Hein begon te brullen!

En tante moest hem bij z’n oren naar de tandarts sleuren.

Hij jammerde van BOE! En WOE!, maar ja, het moest gebeuren.

De tandarts zei: Kom jongetje, ik schiet je toch niet dood…

Je doet net of je drie bent, en je bent toch al zo groot

Er zijn hier geen tijgers en geen beren en geen leeuwen!

Maar och, Jan Hein bleef gillen, krijsen, jammeren en schreeuwen.

 

Eerst schreef de tandarts, keurig net, Jan Hein z’n naam in ’t boek

Maar toen hij opkeek van dat boek….toen was Jan Heintje zoek.

 

Ze zochten onder het tapijt en achter het bureau,

Ze keken in de boekenkast en in de radio

En in de la met tangetjes….waar was nou toch die jongen?

En tante zei: Misschien is hij wel uit het raam gesprongen!

Toen hoorden ze ineens: Hatsjie!  En kijk, daar zat Jan Hein,

Daar zat hij boven op de kast, heel zielig en heel klein.

Nu was er niets meer aan te doen, nu moest hij op de stoel:

De boor die ging van zzzzzzt en rrrrrrt. Toen zei de tandarts: Spoel!

Je bent een grote jongen hoor!  Jazeker, zei Jan Hein.

Ik ben een grote jongen en ’t deed helemaal geen pijn!