Drama-activiteiten

Januari 2002                                        

Thema: Winter

 

 

Opwarming

 

Als inleiding op deze oefeningen zou je met de kinderen kunnen praten over de winter en dan met name over vriezen en dooien.

 

1. Laat de kinderen vrij bewegen op muziek naar eigen keuze.

Als je de muziek stop zet, moeten de kinderen blijven staan (bevriezen) in de houding die ze net aangenomen hadden. Als je de muziek weer aanzet, mogen de kinderen weer bewegen (ontdooien).

Je kunt er een spelletje van maken door de kinderen die niet goed stil staan, af te laten zijn.

Op die manier blijft er dan uiteindelijk een winnaar over.

 

2. Bespreek met de kinderen in de kring wat je allemaal kunt doen als het winter is. Het gaat daarbij om handelingen die de kinderen kunnen uitbeelden. Bijvoorbeeld: skieen, schaatsen, sneeuw vegen.

Vervolgens zet je de muziek weer aan. De kinderen voeren de verschillende besproken handelingen uit op de muziek. Als je de muziek uitzet, bevriezen ze opnieuw tot standbeelden.

Ook van deze oefening kun je een spelletje maken.

 

3. Je laat de kinderen vrij bewegen op de muziek. Als je de muziek stop zet, moeten de kinderen snel van zichzelf een standbeeld maken, terwijl ze een handeling uit de vorige oefening uitbeelden

 

4. Je laat de kinderen vrij bewegen op muziek. Als je de muziek stop zet, mag een kind een standbeeld van zichzelf maken wat te maken heeft met het thema winter. Dit kind blijft stil staan.

De andere kinderen mogen opnieuw vrij bewegen. Je zet de muziek uit en het tweede kind maakt een standbeeld van zichzelf dat past bij het eerste standbeeld. Op die manier ontstaat er een groot standbeeld (een tableau). Je laat de kinderen als het ware een foto samenstellen van de winter.

 

Kernactiviteit

 

Lees het verhaal ‘ Sneeuw ’ voor aan de kinderen (zie einde van deze les).

Bespreek samen met de kinderen welke illustraties er bij dit verhaal gemaakt zouden kunnen worden. Bij welke momenten in het verhaal zouden de kinderen graag een illustratie zien?

Schrijf of teken de ideeen van de kinderen op het bord in de volgorde van het verhaal.

 

Laat de kinderen vervolgens deze illustraties maken door middel van het maken van standbeelden, zoals ze geleerd hebben tijdens de opwarmingsoefeningen. Je kunt dit klassikaal doen, waarbij je de kinderen om de beurt de illustratie (het tableau) laat opbouwen.

 

Voorbeeld

 

Moment uit het verhaal: Papa trekt Saskia en Hans op de slee het hele dorp door.

Vraag: welke personen hebben we nodig?

Antwoord: papa.

Vraag: wat doet papa?

Antwoord: papa trekt de slee?

Vraag: wie kan dat uitbeelden in een standbeeld?

Vraag: welke personen hebben we nog meer?

etc.

 

Je kunt de kinderen ook in groepjes zelfstandig aan het werk laten gaan, waarbij je elk groepje een tableau laat maken dat hoort bij een moment uit het verhaal. De verschillende groepjes laten hun

tableau in volgorde van het verhaal aan elkaar zien.

 


Variatie: tableau vivant (levend standbeeld)

Laat de kinderen drie momenten kiezen uit het verhaal: het begin, het midden en het einde.

Laat de kinderen van deze momenten tableaux maken. Vervolgens laat je ze het gehele verhaal

uitbeelden met behulp van deze tableaux afgewisseld met spel. Ze starten met een tableau, spelen het verhaal tot het moment van het tweede tableau; ze bevriezen in het spel. Na een aantal tellen ontdooien ze weer en spelen ze het verhaal tot het eindtableau. Op deze manier ontstaat er een soort stripverhaal.

 

Tip: de momenten van bevriezen en ontdooien zou je als leerkracht kunnen aangeven door bijvoorbeeld in je handen te klappen.

 

Afsluiting

Je laat de kinderen het uitgebeelde verhaal tekenen in de vorm van een stripverhaal.

SNEEUW

Saskia en Hans zijn al vroeg wakker geworden. Net als elke morgen.....
Maar vandaag hoeven ze niet zo vroeg op te staan. Het is zaterdag en dan hoeven ze niet naar school! Ze weten nog niet dat het buiten wit is. Sneeuwwit.
Het heeft de hele nacht gesneeuwd. Mama ziet het, als ze de rolluiken omhoogschuift.
'Saskia en Hans, kom eens vlug! Er ligt sneeuw, een heel dik pak!'
'Sneeuw! Sneeuw!' roepen de kinderen. Papa is wakker geworden van het geschreeuw van Saskia en Hans. Papa komt zijn bed uit. Hij zet zijn bril op. Anders ziet hij niets....
Papa ziet de sneeuw nu ook. 'Dat wordt sleetje rijden,' zegt hij. Saskia en Hans juichen. Maar ze moeten eerst ontbijten. Sleetje rijden kun je niet met een lege maag.

In de straat van de familie Blik wordt de sneeuw niet weggeveegd. De mensen van de gemeente komen met de sneeuwveegauto niet in de straat waar de familie Blik woont. Gelukkig niet, vinden Saskia en Hans. Dan gaan ze met de slee naar buiten. Mama zwaait hen na. Het is nog rustig op straat, veel mensen slapen nog. Papa trekt Saskia en Hans op de slee het hele dorp door. Af en toe stopt papa even om zijn neus te snuiten, dan gaan ze weer verder.

Papa heeft Saskia en Hans nu twee keer door het dorp getrokken. Er zijn nu ook enkele andere papa's en mama's met een slee. Papa, Saskia en Hans zijn terug voor hun huis. Papa wil even naar binnen.
'Bakje koffie,' zegt hij. Met de handschoen veegt hij langs zijn neus. Maar Saskia en Hans willen nog niet naar binnen. Ze gooien sneeuwballen naar papa. Dat vinden ze leuk. Maar papa gooit terug. Hij trekt zijn handschoenen uit en gooit ze in de sneeuw.
'Met je blote handen kun je veel beter sneeuwballen maken,' roept hij. Papa gooit goed raak. Het duurt dan ook niet lang....
Hans huilt. Er zit sneeuw in zijn nek. En Saskia vindt het ook niet leuk meer. Papa gaat naar Hans om de sneeuw uit zijn nek te halen. Saskia is boos op papa. Ze gooit nu sneeuw in zijn gezicht. Dan is papa boos.
'Naar binnen!' schreeuwt hij.

Als papa even later binnenkomt, kijken Saskia en Hans een beetje boos.
'Misschien dat we straks nog een sneeuwpop maken in de tuin!' zegt papa.
Maar Saskia en Hans zeggen niets. Ze hebben genoeg sneeuw gehad, voorlopig