|
De kampioen van de
keizer
Ooit gebeurde het dat een beroemde Shinken Shobu,
een gevecht tot de dood, plaats vond. De tweekamp ging tussen een groot kampioen uit China
en de beste vechtkunstenaar van een klein Aziatisch koninkrijk.
Kort voor deze wedstrijd was de Mongoolse keizer met zijn enorme leger aan de rand
van het kleine rijk neergestreken. De keizer aarzelde om direct de aanval te openen.
Vanwege de woeste rivieren, dichte oerwouden en verraderlijke moerassen zou dat niet
zonder verlies van veel soldaten en dieren gaan. Ook was hem bekend dat de inwoners van
het land heldhaftige en fanatieke strijders waren. Die zouden manmoedig vechten voor
koning en vaderland, al stonden ze tegenover een leger met tien keer zoveel soldaten.
Zoals dat nu het geval was. De keizer had het plan opgevat dit koninkrijkje te veroveren
zonder de hoge prijs te betalen. Via zijn spionnen en informanten was hij inmiddels veel
over het land te weten gekomen. Net als hun koning waren de inwoners potige, energieke
mensen. Hij wist dat de vorst, net als hijzelf, een liefhebber van de edele krijgskunsten
was. De koning stond bovendien bekend als een verstandig, redelijk mens. Met het
schriftelijke verzoek tot een vreedzame ontmoeting in zijn zadeltas, werd een boodschapper
op weg naar de koning gestuurd. De keizer hoopte door overleg het land met zo min mogelijk
bloedvergieten bij zijn enorme rijk in te lijven.
Een dag later zaten de twee grote leiders tegenover
elkaar in een tent ergens op de grens van het kleine koninkrijk. Na afhandeling van de
hoofse formaliteiten, vroeg de Mongoolse keizer de koning om de totale overgave van zijn
land zonder enige vorm van weerstand. Hiermee was de toon gezet in de belangrijke
onderhandeling tussen twee uiterst beleefde, hooggeplaatste heren. Een ding was duidelijk,
beide heersers wilden liever geen oorlog. Het was een begrijpelijk eerste gebaar van de
keizer. Hij wist dat de koning zich donders goed realiseerde, dat de Mongoolse troepen
zijn koninkrijk zonder probleem onder de voet konden lopen.
De koning legde tijdens het gesprek evenwel een onvoorstelbare rust en kalmte aan
het daglicht. Het scheen hem werkelijk niets uit te maken, dat de horde Chinese troepen
met hun paarden en stinkende kamelen binnenkort zijn mooie land zouden bevolken. De
monarch op zijn beurt was ook goed geïnformeerd. Hij wist dat de keizer een vurige
aanbidder van de edele vechtkunsten was. Ook had hij gehoord dat de beste vechter van
China voortdurend in diens gezelschap verkeerde. De koning zei dat hij met zijn rijke land
de keizer graag een eer wilde bewijzen, zonder oorlog. Op voorwaarde dat de Chinese
troepen zijn land niet zouden betreden. Het zou een symbolische overwinning voor het edele
staatshoofd worden, zonder dat Mongoolse soldaten in actie waren gekomen.
Verbaasd over dit snelle aanbod van de koning, overdacht de Mongoolse heerser het
voorstel een moment. De keizer was een ervaren, geslepen onderhandelaar. Met een glimlach
op zijn gezicht zei hij dat de koning, net als hijzelf, toch ook een liefhebber van de
edele vechtkunsten was. Hij zou er dus beslist geen moeite mee hebben om in een
symbolische tweekamp te bepalen wie de sterkste was. De keizer stelde dat, als de beste
vechter van het koninkrijk de Chinese kampioen kon verslaan, hij zijn keizerlijke woord
van eer zou geven. Zijn troepenmacht zou het koninkrijk niet bezetten.
De koning aarzelde beleefd, maar kon uiteraard niet anders dan met ogenschijnlijke
tegenzin instemmen. Inwendig was hij echter zeer tevreden, immers een bloedige oorlog werd
vermeden.
De keizer vond dat de koning te gemakkelijk akkoord ging. Daarop liet de Mongoolse
machthebber zich van zijn wrede kant zien. Hij eiste dat als de Chinese kampioen zou
winnen, de koning zijn vrouw en drie dochters aan hem moest afstaan. Als keizerlijke
slaven konden ze hem op zijn triomfantelijke veldtochten vergezellen. Een hele eer. Alleen
op deze manier kon de vorst er zeker van zijn dat er geen bloedvergieten en bezetting van
het koninkrijk zou volgen.
De koning raakte nu haast bedwelmd van woede, maar wist desondanks zijn koninklijke
waardigheid te bewaren. Bedaard stemde hij met de nieuwe voorwaarden in. Hij zou de beste
krijgskunstenaar uit het koninkrijk op de afgesproken plaats en tijd met de Chinese
kampioen op leven en dood laten vechten.
Het vooruitzicht op de belangrijke tweekamp deed de keizer rillen van opwinding.
Tekens wanneer hij zijn kampioen zag vechten, beleefde hij de mooiste momenten van zijn
leven. Zeker als er zoveel op het spel stond als nu. Dat maakte de zaak extra spannend. De
koning daarentegen zou tijdens de tweekamp niet rustig aan de kant kunnen staan. Hij
verzocht de keizer vriendelijk hem voor de Shinken Shobu te verontschuldigen. Op zijn
beurt willigde de keizer dit koninklijke verzoek in.
De zon stond al hoog aan de blauwe hemel. Onder een
brede parasol zat de Mongoolse keizer op een kussen heen en weer te wiegen. Zijn kampioen
warmde zich in de kleine arena op voor het gevecht. De Chinese vechter had een brede nek
en droeg zijn haren in een lange, zwarte staart op zijn rug. Zijn hele lichaam was
ingesmeerd met glibberige olie. Het felle zonlicht deed zijn gespierde lichaam daardoor
nog gespierder lijken. De keizer was ervan overtuigd dat niemand van zijn kampioen kon
winnen. Al talloze malen had hij hem tegenstanders in mootjes zien hakken. Toen trommels
de komst van de tegenstander aankondigden, sprong de keizer direct overeind. Teleurgesteld
liet hij zich meteen in de kussens terugzakken. Met een smadelijke lach beantwoordde hij
de binnenkomst van de beste vechter uit het kleine koninkrijk. Deze strijder was toch geen
partij voor zijn kampioen.
Met een vriendelijke gimlach reageerde de man op de minachtende blikken van de
keizer. De vechter droeg een masker waardoor alleen zijn ogen, oren, neus en mond te zien
waren. Verder had hij alleen een korte rok aan. Zijn Chinese tegenstander was groter en
breder, maar dat scheen de man niet te deren. Beide vechters bogen eerst naar de keizer en
daarna naar elkaar.
Toen de keizer het signaal tot aanvang van de tweekamp gaf, stormde de Chinese
kampioen brullend op zijn tegenstander af. Deze week niet achteruit, maar maakte een
wonderbaarlijke hoge sprong naar voren. Met zijn hiel trapte hij de Chinese vechter tegen
zijn linkeroog. Toen de kampioen achteruit wankelend zijn oog betastte, volgde
onmiddellijk een tweede sprong. Een precies geplaatste vliegende trap tegen de
rechterslaap van zijn hoofd, deed de kampioen met een akelige rochel in elkaar zakken. Dat
was zijn laatste ademstoot geweest. De overwinnaar boog naar de keizer en rukte zijn
masker in een keer af.
Verbijsterd sprong de Mongoolse keizer overeind. De beste vechter van het koninkrijk
was de koning zelf. Uit respect en nederigheid boog de keizer lang en diep voor zijn
koninklijke opponent. Onmiddellijk daarop vertrok de Mongoolse keizer met zijn leger, om
nooit terug te keren. Tot de dag van vandaag is dat kleine Aziatische koninkrijk nog
nimmer door een buitenlandse troepenmacht bezet geweest. De naam van dat koninkrijk was
Siam, het hedendaagse Thailand. |
|