|
| |
WETENSWAARDIGHEDEN KARATE |
KUMITE
WEDSTRIJDTERMEN
Een wedstrijd (SHOBU) wordt gehouden in het zogenaamde
IPPON SHOBU (een punts, ippon is een) of SAMBON SHOBU (drie punts, sam is drie) systeem.
Dit wil zeggen dat je winnaar bent als je een vol punt (bij IPPON SHOBU) of drie volle
punten (bij SAMBON SHOBU) haalt. Twee WAZA-ARI (half punt) gelden hier dan als een vol
punt. Dus bij een IPPON en vier
WAZA-ARI's ben je winnaar in een SAMBON SHOBU.
Wanneer krijg je nou een
WAZA-ARI en wanneer nou een IPPON? Allereerst natuurlijk door zelf te scoren.
Je verdient een WAZA-ARI als je:
- een techniek goed plaatst op een
toegestaan deel van het lichaam van je tegenstander,
- met voldoende KIME (gerichte kracht),
- uit een goede houding en stand,
- en met goede controle
- en waarbij je, indien je door zou gaan (dus de
controle niet zou gebruiken) de tegenstander zou blesseren,
Indien de tegenstander ook nog eens niet gedekt
is op dat lichaamsdeel en je "in het echt" de tegenstander uit zou schakelen
krijg je een IPPON.
Je begrijpt wel dat twee WAZA-ARI's = een IPPON alleen maar geldt in kumite wedstrijden. In het echt zou je
best iemand twee blessures kunnen toebrengen zonder dat hij echt uitgeschakeld is. Vanuit deze redenatie is het IPPON SHOBU systeem dus eigenlijk het
meest logische, immers je kan een persoon niet drie keer uitschakelen (een keer is
genoeg!). De reden dat men het drie punten systeem heeft geintroduceerd, is om het
aantrekkelijker te maken voor het publiek.
Hoe weet je nu bij een score of je een WAZA-ARI of een
IPPON krijgt? Allereerst zal de scheidsrechter dit noemen of roepen. Daarbij geeft hij ook
nog met zijn hand aan wie de score krijgt en wat de score is. De scheidsrechter zal altijd
de hand gebruiken aan de kant van diegene die heeft gescored (of een overtreding heeft
begaan). Hij zal dan met open hand en gestrekt arm naar beneden wijzen als het een
WAZA-ARI is en naar boven bij een IPPON.
De scheidrechter zal dan de "naam" van de scorende persoon noemen (de naam is in
dit geval dus alleen maar rood (AKA) of wit (SHIRO). Daarna noemt hij de techniek en/of de
hoogte op het lichaam waar de tegenstander geraakt werd noemen. Pas daarna noemt de
scheidsrechter de score, waarbij hij gelijkertijd dus zijn arm en hand gebruikt. Dus
bijvoorbeeld als rood een stoot heeft geplaatst naar het hoofd van de tegenstander en de
tegenstander was niet gedekt zegt de scheidsrechter: AKA, JODAN ZUKI, IPPON. Als beide
partijen gelijk scoren heet het : "AI-UCHI"
Andere manieren om een punt te krijgen is door (herhaalde)
fouten van je tegenstander. Een andere regel is de JOGAI (buiten de mat) regel. Indien
iemand buiten de mat stapt, krijgt hij een JOGAI tegen. Dit heeft dan nog geen
consequenties. Echter als je tegenstander drie keer JOGAI heeft, krijg jij een WAZA-ARI en
bij vier keer zelfs een IPPON.
Ook door overtredingen van je tegenstander kan je een
(half) punt krijgen en zelfs de wedstrijd winnen.
In ieder geval is het ook nog zo dat de wedstrijd natuurlijk ook eindigt als het tijd is.
In dat geval wordt er gekeken naar wie de meeste punten heeft.
De wedstrijd begint met groeten naar elkaar en naar de scheidsrechter. Bij het HAJIME
(beginnen) van de scheids, begint de wedstrijd pas echt. Als de scheidsrechter YAME
(stoppen) roept, moet je meteen met vechten ophouden.
|
|
REGELS
DOJO-REGELS
DE DOJO
De plaats waar karate beoefend wordt noem je de DOJO. Dojo betekent
letterlijk: zaal van de weg.
In de Dojo is het tijdens de les
stil. Er wordt alleen gepraat door de leraar of sensei. De leerlingen of karateka's moeten
op tijd aanwezig zijn, de sensei trouwens ook. Een laatkomer gaat met zijn gezicht naar de
muur in een hoek van de dojo zitten. Pas als de sensei het zegt, mag je mee gaan doen.
Als je de Dojo binnenkomt of verlaat moet je altijd groeten. Je mag de de dojo alleen
verlaten met toestemming van de sensei. Als de sensei binnenkomt, moet iedereen in de dojo
met het gezicht naar hem gericht groeten. Deze regels verschillen per school.
DE KLEDING
Een karate pak noem je een karate-gi of gi. De gi bestaat uit een witte vest en broek,
vies is niet wit genoeg. Na de gi vastgeknoopt te hebben, doe je als laatste je gordel om.
DE VERZORGING
Goede karateka's hebben tijdens de les:
- nette haren (in een staart),
- kortgeknipte nagels,
- geen sieraden (oorringen) aan,
- een schone gi aan,
- geen schoenen of sokken aan,
- een shirt onder hun gi (meisjes) aan.

ZITTEN EN GROETEN
De sensei gaat als eerste zitten, daarna de leerlingen op volgorde van band. Het gaan
zitten gebeurd volgens een vast ritueel.
Eerst plaats je de linkerknie op de grond, daarna de rechter. Vervolgens ga je op je benen
zitten. De handen leg je rustig op je dijbenen, je kijkt met gestrekte rug recht vooruit.
Bij het groeten plaats je de linkerhand in het midden op de grond, daarna de rechter (is
het ZEN teken), het hoofd hou je voorover gebogen tussen beide handen. Blijf naar voren
kijken! De houding duurt ongeveer drie tellen. De groet die je eventueel daarbij
uitspreekt, verschilt per karate stijl.
Het terugkeren in zit doe je in omgekeerde volgorde. Ook het recht gaan staan, doe je in
omgekeerde volgorde van het gaan zitten, dus je rechterbeen eerst omhoog.

KARATE LEREN (diepere
uitleg)
In karate speelt het aanleren van basistechnieken (kihon) als stoten, slagen,
trappen, pareringen, en in mindere mate grepen, klemmen en worpen, een vooraanstaande rol.
Centraal in de technische traditie staan vaststaande solo-oefenvormen (kata). Deze
laten zich het best als schaduwboksen typeren. Het is een staalkaart van alle mogelijke
technische combinaties en zelfverdedigingssituaties. Daarnaast bestaan er
partneroefeningen (kumite), waarin het tweegevecht beoefend wordt. Deze vragen het
uiterste aan technische vaardigheid, controle, balans, coördinatie, souplesse en
reactiesnelheid. Kihon, kata en kumite zijn de drie grondpijlers van het karate-do.
Daarnaast zijn er vooraanstaande scholen die uitgebreid aandacht besteden aan oefeningen
ter bevordering van de lenigheid en souplesse (junbi undo), dynamische
krachttraining (hojo undo) en gezondheidbevorderende ademhalingsoefeningen uit de
Indiase yoga- en de Chinese qi chong- of chi gong-traditie. Andere scholen
leggen de nadruk op het harden van bepaalde lichaamsdelen ((tameshiwari), zoals
voet, been en handen, waarmee materialen als stenen, planken, dakpannen, enz. worden
gebroken. Karate als vechtkunst wordt wel karate-jutsu genoemd. Belangrijkste
doelstelling in karate is evenwel zelfperfectie, dwz. vorming van lichaam en geest,
waarbij zelfcontrole, zelfdiscipline en zelfbeheersing de uitgangspunten dienen te zijn.
Als karate in deze zin, dus als levensstijl en levensfilosofie, wordt opgevat, wordt het
als karate-do betiteld ( do is hier verwant aan het Chinese woord
tan = weg, pad).
Het uniform van de karatebeoefenaar (karateka) is
hetzelfde als dat van de judoka, zij het van lichtere kwaliteit. De mate van geoefendheid
wordt, net als bij judo, uitgedrukt in kyu- en dangraden. In 1970 werd de World Union of
Karate-do Organizations (WUKO) opgericht. De oprichting van de Karate-do Bond Nederland
(KBN) dateert van 1979. De KBN is met 9000 leden de overkoepelende karatebond in
Nederland.
In Nederland werd Jan Kallenbach,
als eerste Nederlander, Europees kampioen. In 1977 behaalde het Nederlandse team
(bestaande uit Otti Roethof, John Reeberg, Ludwig Kotzebue, Fred Royers en Raymond Snel)
in Tokio het wereldkampioenschap. Roethof behaalde in datzelfde jaar eveneens de
individuele wereldtitel. Toon Stelling (1984), Kenneth Leeuwin (1986), Dudley Josepa
(1988) en Daniel Sabanovic (2000) werden eveneens wereldkampioen. Bij de vrouwen werd Guus
van Mourik zes maal Europees en vier maal achtereenvolgend wereldkampioen |
| STIJLEN
KARATE STIJLEN IN HET KORT
Karate vindt zijn oorsprong in de inheemse
krijgskunst van Okinawa. Deze vorm, Okinawa-te genaamd, onderging invloeden van de traditionele vechtkunst uit India (kalaripayit) en
China (kempo, kung-fu en wu-shu). Geschreven bronnen op Okinawa noemen 1372
als het jaar waarin Chinees kempo aldaar zijn intrede deed. Volgens andere bronnen zijn er
aanwijzingen dat zeelieden uit Okinawa meer dan duizend jaar geleden het kalaripayit
uit India meebrachten en elementen opnamen in de traditionele vechtkunst van Okinawa. De
naam karate, zoals we dat in zijn huidige vorm kennen, dateert uit 1922. In het begin van
deze eeuw bracht met name Gichin Funakoshi

de meester in Okinawa-te, karate tot ontwikkeling. Samen met Chojun Miyagi en Kenwa
Mabuni gaf hij in de jaren twintig en dertig overal in Japan demonstraties en lessen.
Sinds de Tweede Wereldoorlog verkreeg het Okinawa-te, nu onder de naam karate,
ook in de Verenigde Staten en Europa grote bekendheid.
In het voetspoor van de Okinawa-te-meesters
ontstonden diverse nieuwere scholen en stijlopvattingen (Ryu), zoals Goju-Ryu,
Shito-Ryu, Shotokan (= de stijl van de oude Funakoshi) en Wado-Ryu. Deze vier
stijlgroepen, yondai ryuha genaamd, zijn toonaangevend in de ontwikkeling van het
moderne karate. Een belangrijke recente groepering is de kyokushin-richting van Matsutatsu
Oyama.
SHOTOKAN
Shotokan karate is ontwikkeld op Okinawa, een eilandengroep in de buurt van Japan. In
Okinawa was er al sinds 1840 een verbod op wapens, eerst door de plaatselijke bezetters,
later door de Japanse overheersers. Okinawa handelde al met China vanaf de zevende eeuw
ongeveer. Omdat de inwoners geen wapens mochten gebruiken, werden er heel veel ongewapende
gevechtsvormen overgenomen uit China. Een tijd later kregen deze sporten een eigen vorm op
Okinawa, dat werd het TE of TODE genoemd. In 1912 kreeg de Japanse keizer Hitohito eem
demonstratie van de goed opgeleide Gichin Funakoshi. De keizer was zo onder de indruk dat
hij Gichin verzocht ook demonstratie`s in Japan te geven. Zo is het Shotokan karate steeds
verder ontwikkeld tot de stijl die wij nu kennen.
WADO RYU
De oprichter Hironori Otsuka begon in 1897 op vijf jarige leeftijd met Jiu Jitsu. In 1921
kreeg hij het diploma van volledige bekwaamheid. In 1922 begon hij met karate training
onder leiding van Funakoshi Sensei. In die tijd was trainen eigenlijk alleen maar kata`s
oefenen.

Maar Otshuka vond dat niet de echte geest van de budo. Hij zag door zijn Jui Jitsu
training aanval een verdediging als een geheel. Om dit goed te kunnen trainen ontwikkelde
hij Yakusoku kumite. Deze vorm kon met partner getraind worden en ook werden de grote
zwaaiende beweging eruit gehaald, omdat Othsuka die alleen maar verspilling van energie
vond. Daarna draaide Othsuka de namen weer in het orginele Chinees. In 1939 schreef hij
zijn stijl bij de Dan Nippon Budoku Kai in als Wado Ryu (de weg van vrede en harmonie). Na
84 jaar aan het budo besteed te hebben overleed hij. Op zijn grafsteen staat: "The
way of practise martial arts is not fighting. Always look for your own inner peace and
harmony, search for it!" De manier om aan vechtkunsten te doen is niet om te
vechten. Probeer steeds je eigen innerlijke rust en harmonie te vinden, zoek er naar!
SHITO RYU
Het Shito Ryu is opgericht door Kenwa Mabuni.

Hij is geboren op Okinawa, waar hij het Shuri-Te (in die tijd werd de stijl benoemd naar
waar hij getraind werd) van Ankoh Itosu. Later leerde hij het Naha-Te van Kanryu
Higashionna.

Hij leerde met die meester een aantal kata`s, en studeerde
Witte Kraanvogel Kung Fu bij meester Woo Yin Gue. Rond 1930 ging Mabuni naar Japan om daar
te gaan wonen in de stad Osaka. Hij noemde zijn eigen stijl Hanko-yu (half zacht stijl).
Later verandere hij dit in Shito Ryu, om zijn meesters te eren. Hij vond Itosu als shi
klinken en Higashionna als to.
GOJU RYU
Chojun Miyagi werd ook geboren op Okinawa. Hij ging op zijn elfde in de leer bij meester
Argaki Ryoko, waar hij ingewijd werd in de basistechnieken van het Okinawa-Te. Toen Miyagi
zestien jaar was, besloot zijn sensei hem voor te stellen aan een vriend van hem: Kanryo
Higashionna.

Onder deze meester trainde Miyagi de Shao Lin stijl Chiuan Fa. Toen ging Miyagi naar china
om daar bij meester Go Ken Ki het witte kraanvogel cuan te studeren. Miyagi trok samen met
Go Ken Ki door China om verschillende stijlen te bestudeeren. Miyagi ging net zoals bijna
alle andere grote meesters naar Japan, hij deed dit in 1928. Hij was daar leraar aan de
universiteit van Kyoto. hij gaf les in Okinawa karate. Een van Miyagi`s oudste leerlingen
gaf een domonstratie van zijn stijl op het all martial arts toernooi. De aanwezige ko-budo
meesters waren zeer onder de indruk en vroegen naar de naam van de stijl. In die tijd was
het niet echt een gewoonte om je eigen stijl te benoemen en Miyagi wist hier geen antwoord
op. Na een tijdje nagedacht te hebben besloot hij zijn stijl Gojo Ryu te noemen
(hard-zacht stijl), naar het Shao Lin Chiung Fa.
KYOKUSHINKAI
Deze stijl is opgericht door Masutatsu Oyahama, geboren in Korea. Al tijdens zijn
opvoeding werd heel veel aandacht besteed aan het Tang Su en het latere Te
Kwon Do. Hij was ook leerling van Sensei Funakoshi. Bij deze meester maakte hij zich het
Shotokan karate eigen. Daarna ging hij trainen bij meester Gogen, bij wie hij tot en met
de oorlog in de leer bleef. 
Hij leerde daar ook het kempo van Sawai Kenici. Later ging
hij naar Thailand om daar het Thai boksen te beoefenen. Van al die vechtsporten samen
maakte hij een stijl die hij Kyokushinkai noemde (kyoku = uiterste, shin =
waarheid, kai = vereniging). Wat vooral anders is aan deze stijl, is dat alles vol
kontakt geoefend wordt. Deze stijl kun je herkennen aan zijn realistische technieken.
Oyahama was met name op zoek naar technieken die in een echt gevecht effectief waren. Deze
karate stijl is een van de eerste die in Nederland getraind werd. John Bluming heeft hier
een grote rol in gespeeld. Pas een tijd later werden de andere stijlen naar Nederland
gebracht. Rond 1960 waren de eerste Kyokushinkai kampioenschappen in Nederland een feit.
|
|