Adoptiesite van MariŽl en Marc


Nederland kent een zorgvuldige adoptieprocedure die bij wet is vastgesteld en gebaseerd is op de uitgangspunten van het Haag's Adoptie verdrag. Van het aanvragen van de beginseltoestemming tot het afhandelen van de formaliteiten nadat een adoptiekind in Nederland is aangekomen is een procedure die in negen stappen verloopt.


1. Indienen van de aanvraag

De adoptieprocedure begint met het indienen van een aanvraag tot verkrijging van een beginsel-toestemming voor het opnemen van een buitenlands kind ter adoptie. Het aanvraagformulier is verkrijgbaar bij de Stichting Adoptievoorziening. Bij aanmelding wordt een BKA-nummer verstrekt. BKA staat voor Buitenlands Kind ter Adoptie. Dit BKA-nummer bepaalt de volgorde van behandeling van de aanvragen.


2. Toelating tot de procedure

Na ontvangst van het aanvraagformulier toetst de Stichting Adoptievoorziening of je voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de adoptieprocedure. Die voorwaarden betreffen onder andere status en leeftijd van de aanvrager(s).


3. Voorlichtingsbijeenkomsten (VIA)

De afdeling Voorlichting Informatie Adoptie (VIA) van de Stichting Adoptie-voorzieningen belicht in zes bijeenkomsten thema's die in adoptiegezinnen speciale aandacht verdienen

- biologische ouders, de voorgeschiedenis, hechting, verlies en rouw en identiteit en loyaliteit.

Het doel van de bijeenkomsten is aspirant-adoptieouders in staat te stellen een weloverwogen keuze te maken over het adopteren door informatie te geven en deelnemer in staat te stellen ideeŽn, ervaringen en gedachten uit te wisselen. Met de voorlichtingsbijeenkomsten levert de Stichting Adoptievoorzieningen een bijdrage aan de kwaliteit van het adoptieproces. De bijeenkomsten duren elk drie uur en vinden overdag plaats.


4. Gezinsonderzoek

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de minister van Justitie over het geven van de beginseltoestemming. Tijdens het gezinsonderzoek, dat bestaat uit drie tot vier gesprekken, wordt gekeken naar de gezins- of leefsituatie en de wensen en beweegredenen om te adopteren. Doel van het onderzoek is zicht te krijgen op de geschiktheid van de aanvragers van de beginseltoestemming om een (buitenlands) adoptiekind op te voeden. Het rapport en het advies wordt met de aspirant-adoptieouders besproken. In de landen van herkomst wordt het gezinsrapport onder andere gebruikt om te bepalen welk gezin het meest geschikt is om een te adopteren kind te plaatsen.


5. Verlening beginseltoestemming

Het ministerie van Justitie besluit op basis van het gezinsrapport en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming tot het al dan niet verlenen van een beginseltoestemming. Daarmee krijgen aspirant-adoptieouders toestemming om een kind uit het buitenland te adopteren. De beginsel-toestemming is drie jaar geldig en kan op verzoek, na een aanvullend gezinsonderzoek, voor drie jaar verlengd worden.
Het krijgen van een beginseltoestemming betekent niet dat aspirant-adoptieouders daarmee het recht op bemiddeling en adoptie krijgen.


6. Kiezen voor volledige of deelbemiddeling

In de fase van bemiddeling wordt gezocht naar de meest geschikte ouders voor een kind dat voor adoptie in aanmerking komt. De bemiddeling kan volledig gebeuren door een vergunninghouder. Vergunninghouders hanteren eigen richtlijnen en criteria voor bemiddeling en kunnen besluiten af te zien van bemiddeling. Redenen daarvoor zijn onder andere: het niet voldoen aan specifieke eisen van een land of het overschrijden van de leeftijdsgrenzen. Tijdens een intakegesprek worden mogelijkheden en wensen besproken. Je kunt op 2 manieren adopteren. Het merendeel van de mensen doet de adoptie via een van de vergunninghouders. Dit zijn organisaties die in de diverse landen al de juiste contacten hebben en een groot deel van het werk op zich nemen. Bij een deelbemiddeling ga je zelf heel veel regelen en eigenlijk zelf op zoek naar een adoptiekind. De vergunninghouder controleert bv. wel het contact.


7. Voorstel van een adoptiekind

Als de vergunninghouder en de instanties in het land van herkomst van het kind tot de conclusie komen dat sprake is van een goede matching krijgen de aspirant-adoptieouders officieel een kind voorgesteld. Zij krijgen informatie over de leeftijd en het geslacht van het kind en eventuele bijzonderheden wat betreft de medische achtergrond. Als het voorstel wordt geaccepteerd, wordt er meer informatie vrijgegeven.

Aspirant-adoptieouders krijgen enige bedenktijd om over het voorstel te beslissen. Als het om een kind gaat met een medische indicatie is er langer de tijd om over het voorstel na te denken. Ook krijgen aspirant-adoptieouders dan meestal een uitgebreider medisch rapport, dat voorgelegd kan worden aan een huisarts of medisch specialist.
Als aspirant-adoptieouders denken of het gevoel hebben dat de medische problematiek van het kind te belastend voor hen is, kan in overleg met de vergunninghouder besloten worden het voorstel te weigeren. In de regel komt dit echter niet zo vaak voor, omdat dit tijdens het intakegesprek al is doorgenomen.


8. Aankomst van het kind in het gezin

Nadat de beslissing over een plaatsingsvoorstel is gevallen moet er veel geregeld worden voordat aspirant-adoptieouders kunnen afreizen om hun kind op te halen. Slechts vanuit enkele landen komen kinderen onder begeleiding naar Nederland. Voordat een kind definitief tot Nederland wordt toegelaten wordt nogmaals gecontroleerd of aan alle voorwaarden is voldaan en of alle papieren in orde zijn.
Bij kinderen die geadopteerd zijn uit landen die zijn aangesloten bij het Haag's Adoptieverdrag wordt de buitenlandse adoptie-uitspraak automatisch erkend. Dat betekent dat het kind ook direct Nederlander is. Bij adopties uit niet-verdragslanden moet een machtiging tot voorlopig verblijf worden afgegeven.


9. Aanmelden van het kind bij officiŽle instanties


Op het moment dat een adoptiekind in Nederland aankomt moeten de nodige formaliteiten geregeld worden. Wat precies is afhankelijk van het land waaruit geadopteerd is en de rechtsgeldigheid van de uitgesproken adoptie.

Aanmelden bij de gemeente
Wanneer sprake is van een adoptie uit een verdragsstaat, moet het kind binnen vijf dagen na aankomst worden aangemeld bij de afdeling Bevolking van de gemeente waar de adoptiefouders wonen.
Wanneer sprake is van een zwakke adoptie of een adoptie uit een land dat geen partij is bij het Haag's Adoptieverdrag, komt het kind Nederland als vreemdeling binnen. Het kind moet dan binnen drie dagen aangemeld worden bij de korpschef. Bij de burgemeester van de gemeente waar de adoptiefouders wonen (doorgaans de afdeling Bevolking) moet tegelijkertijd een aanvraag worden
ingediend voor een vergunning tot verblijf.