(officieel: Mus musculus).

 

De kleurmuis stamt af van de huismuis, mens en muis leven al eeuwenlang samen. Het knagertje is in de loop der tijd door ons voor van alles gebruikt: als proefdier, wie kent niet de muis met dat oor op zijn rug, maar ook als slangenvoer, in vervlogen tijden zelfs als geneesmiddel in de vorm van druppeltjes muizenbloed. Maar bovenal is de muis, trouwens ook al eeuwenlang, een alleraardigst gezelschapsdiertje. Griezelen is echt niet nodig! Ondanks zijn misschien wat eng uitziende lange staart doet deze leuke knager geen vlieg kwaad.

Een kleurmuis nemen, ja of nee:

De tamme muis, veelal kleurmuis genoemd, wordt in China en Japan al eeuwen gehouden en werd door de Engelsen naar Europa gebracht. Het zijn ondernemende en nieuwsgierige diertjes, die vooral tegen de avond en 's nachts actief zijn.  Ze kunnen uitstekend klimmen en springen. Het zijn groepsdieren en het beste is een groep van 2 of 3 vrouwtjes te houden (mannetjes stinken nogal en zijn daarom niet populair). Nieuwe soortgenoten worden niet of moeilijk geaccepteerd.

Kleurmuizen worden 1-2 jaar oud en worden vaak bij de dierenwinkel gekocht. Pas op met fokkers: muizen worden (helaas) vaak gefokt om als slangenvoer te dienen. Dat soort fokkers is niet geïnteresseerd in mooie, gezonde, goed opgevoede dieren, maar in zoveel mogelijk dieren in zo'n kort mogelijke tijd. Bij hen aangeschafte muizen brengen vaak meer verdriet dan plezier.

Ze komen in allerlei kleuren voor. Naast de overbekende witte muis met rode oogjes en de 'gewone' wildkleur zijn er zwarte, chocolade, grijze, rode, oranje, gele, creme, blauwe en zelfs champagnekleurige muizen. Bovendien zijn er tal van kleurpatroontjes. Wil je een muis die er wat tekening betreft uitziet als een Siamese kat, een Hollander konijn, een Dalmatische hond of een Lakenvelder koe? Dat kan allemaal!
Er zijn ook tan-muizen met een vurig oranjebruin buikje, en zilvervos muizen met een witte 'onderkant'. Helemaal bijzonder is de rump-white, die half gekleurd (de voorkant) en half wit (de achterkant) is. Het kan
nog excentrieker, want er zijn ook verschillende soorten beharing. Naast de normaalhaar zijn dat de glanzende satijnhaar, de langhaar, de borstelhaar met op zijn lijf kruintjes als een ruwharige cavia, de warrelige en krullerige rex ofwel 'frizzie' en de hele blote haarloze muis.

Huisvesting: Je kunt een muis op 2 manieren laten wonen. In een glazen of hard plastic bak (verkrijgbaar bij dierenspeciaalzaak) met deksel of in een tralie kooi (fijn gespijld). Persoonlijk ben ik voor de plastic bak, omdat vooral kleine muizen nog al eens door de tralies kunnen en zo kunnen ontsnappen.

Inrichting: Op de bodem leg je een laag zaagsel van 2 tot 4 cm, zo kunnen de muizen lekker graven. Zaagsel absorbeert goed, is hygiënisch en niet te duur. Je muis heeft natuurlijk ook een slaapkamer nodig. Je kunt huisjes kopen bij een dierenwinkel. Je kunt ook een ongeglazuurde stenen bloempot nemen.

Muizen vervelen zich snel, dus zorg voor een overmaat aan speeltjes en interessante dingetjes (trapjes, closetrolletje, buisjes enz.) Een looprad is echter niet geschikt voor ze (vanwege hun staart). Je muis heeft ook water en voedsel nodig evenals een knaag of liksteen. Water kun je het beste in een flesje geven met een tuitje eraan met een kogeltje erin. Eten in een glazen bakje en neergezet op een plankje o.i.d., om te voorkomen dat er zaagsel in komt. Van een ijzerdraadje kan je een eenvoudige houder maken.

Tam maken: Pak een kleurmuis rustig op: of met twee handen opscheppen of met een hand bij het begin van de staart, dus zo dicht mogelijk op het lijfje, en met de andere hand opscheppen. Je muis moet wennen aan zijn nieuwe omgeving. Zorg dat je de kooi of bak op een rustige plek is, zodat je rustig met de muis bezig kan zijn. Laat ze wennen aan de geur van je hand, door ze vast te houden in je hand. Lok ze met een lekker hapje. Muizen leren snel, als je het volhoudt en ze af en toe uit de hand voer, zul je erg welkom bij je muis zijn.

Verzorging: 1x per dag moeten ze eten hebben, (knaagdierenvoer). Controleren of er nog genoeg water is. Iedere week moet je je bak verschonen. Af en toe moet je het muisje iets extra’s geven b.v. een stukje appel, beschuit, wortel of speciaal muizensnoepje die in de winkel te koop zijn. Heb je je muis in een plasticbak, zorg er dan voor dat die bak niet in de volle zon staat.

Ziekten:Met een kleurmuis hoeft U alleen naar de dierenarts als het dier ziek is. Om dat op tijd te merken moet U Uw dieren regelmatig eens goed bekijken terwijl ze in hun kooi zitten; zijn ze tierig, zijn ze schoon, is de vacht mooi glanzend, geen kale plekken, zijn de oortjes goed schoon, geen rare bulten, geen vliegen in de kooi, tanden en nagels niet te lang.
Muizen hebben nogal eens last van schurft (jeuk, oor kapot krabben), die door Uw dierenarts goed te behandelen is.

Slot: Zorg goed voor je muisjes dan zul je er veel plezier aan beleven.

Muizen