
DODENLIJST FRANSE TIJD 1795-1813
ALBERT METSELAAR
Militaire dienst was voor de Franse Tijd een privé-zaak, waar slechts een klein deel van de bevolking mee te maken had. Verplicht onder de wapenen kende men niet. In de Franse Tijd werd de dienstplicht ingevoerd. Men moest vanaf 1808 loten en afhankelijk van hoeveel soldaten er op moesten komen, was men vrijgeloot of niet. Wie ingeloot was, en geld had, kon een vervanger, een remplaçant inhuren. Anderen moesten in dienst, omdat ze daartoe veroordeeld werden door de rechter. Toen in 1813 het Koninkrijk der Nederlanden een feit was geworden, en Napoleon voor altijd was verslagen, bleef de dienstplicht gehandhaafd. Tijdens de Franse Tijd is een onbekend aantal Hoogeveense jongemannen in militaire dienst geweest. Zeker is in ieder geval dat op 20 augustus 1813 nog 110 mannen onder de wapenen waren.
Van de 42 zeelieden kwamen er zeker 6 uit het Hollandscheveld (Hendrik Geerts Booy, Jan Jans Steen, Egbert Berents Slot, Jan van Zwolle, Roelof Warners Sempel en Derk Troost Sempel). Onder de 52 soldaten uit de lichtingen 1808-1813 waren minstens 11 Hollandschevelders (Hendrik Alberts Kattouw, Jacob Jans Hartman, Roelof Hendriks Dodevis, Hendrik Harms Boertien, Jan Harms Smit, Klaas Jans Schonewille, Arend Booy, Arend Simens Schonewille, Berend Jans Vos, Harm Hendriks Vos en Harm Berends Kikkert). Twee Hoogeveners waren bij de Nationale Garde, er waren vier vrijwilligers, en er waren 10 remplaçanten. Onder de laatsten waren vier Hollandschevelders (Arent Harms Boertien, Joseph Harms Smit, Klaas Alberts Kroesen en Roelof Hendriks Dodevis). Dat maakt samen 110 militairen.
Anderen kunnen al weer thuis zijn gekomen, waren gedeserteerd of inmiddels gesneuveld, zodat het aantal Hoogeveense soldaten in Franse krijgsdienst in ieder geval hoger zal zijn geweest. Dat het aantal soldaten hoger moet zijn is zeker, omdat er ook Hoogeveense soldaten na 20 augustus 1813 onder de wapenen gingen, in het Nederlandse leger dat op zou trekken tegen een opnieuw oprukkende Napoleon. Een dodenlijst uit de Franse Tijd is ook nooit helemaal betrouwbaar. Er is wel een lijst met vermisten van 26 november 1814, waarvan gebleken is dat enkele mannen inmiddels al gesneuveld waren of later alsnog thuiskwamen, maar we zullen bij gebrek aan bronnen nooit helemaal precies weten of een vermiste misschien toch nog ergens geleefd heeft, of veel later alsnog is thuisgekomen. Daarnaast is het mogelijk dat van sommige personen al voor november 1814 bekend was dat ze waren omgekomen, terwijl ons deze gegevens niet ter beschikking staan. Deze dodenlijst is dan ook een benadering. Het is in ieder geval wat, en wanneer we niet meer informatie boven water krijgen, is het alles wat we hebben. De overleden soldaten uit de gemeente Hoogeveen uit de Franse Tijd:
Fake Berents ten Kaat
Gedoopt op 6 september 1772 als zoon van schipper Berent Faken ten Kaat en Geesje Harms Schonewille. Geboren en opgegroeid in het Hollandsche Veld. De 23-jarige Fake was aldaar betrokken bij een incident tijdens de jaarwisseling van 1795 op 1796. Op nieuwjaarsavond persifleerden hij, zijn broer Harm, neven en vrienden de Franse troepen, en het kwam tot beschadiging van een woning. De jongemannen werden veroordeeld tot zes jaar zeedienst. Fake werd verplicht matroos. Als zodanig werd hij nog vermeld in 1798, toen een vrouw en een kind van hem in het Krakeel woonden. Daarna werd in de bronnen niets meer over hem gevonden. Voor zover bekend is hij niet terug gekeerd van de vloot. Hij moet tijdens het uitdienen van zijn straf zijn overleden. Zijn moeder woonde in 1811 in de Poepershoek.
Stoffer Roelofs Smant
Gedoopt op 1 oktober 1786 als zoon van arbeider Roelof Gerrits Smant en Annigje Stoffers Schonewille. Zijn ouders woonden onder meer in de Poepershoek. Stoffer was remplaçant voor Roelof Troost uit de Wolfsbos, toen ook nog een deel van het Hollandsche Veld. Hij was ingedeeld bij het 123ste Regiment, 5de Batterij, 4de Compagnie van Ligne. Een levensteken, na zijn vertrek uit Hoogeveen, is niet meer vernomen. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien niets meer van hem vernomen.
Roelof Hendriks Dodevis
Gedoopt op 26 juli 1789 als zoon van arbeider en koopman Hendrik Roelofs Dodevis en Jantien Roelofs. Hij werd geboren en groeide op in het Hollandsche Veld. In de Franse Tijd woonden ze voorop het 2de Zandwijkje, aan het Rechtuit. Roelof viel onder de lichting van 1809 en was ingedeeld bij de 87ste Cohorte van de Nationale Garde. Zijn laatste levensbericht kwam uit Wezel en dateerde van 25 juli 1813. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen. Hij had een broer met de zelfde naam. Deze Roelof Hendriks Dodevis werd 5 oktober 1791 gedoopt, trouwde, en overleed in 1819 als kanonnier in Bergen op Zoom.
Geert Derks Knegt
Gedoopt op 29 april 1792 als zoon van arbeider Derk Jans Knegt en Annechien Geerts. Hij woonde met zijn ouders in het Krakeel. Geert viel onder de lichting van 1812. Hij was ingedeeld bij het 123ste Regiment, 2de Batterij, 3de Compagnie. Zijn laatste bericht kwam in juli 1813 uit Artsenberg. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Hendrik Berends Bremer
Hij was 17 februari 1788 gedoopt als zoon van Berend Jans Bremer en Klaasje Reints. Hij woonde met zijn ouders in het Krakeel. Hendrik viel onder de lichting van 1808. Later was hij matroos/ remplaçant en werd onder de Cavalerie geplaatst. Zijn laatste bericht kwam uit Minsk. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Tot zover de vijf slachtoffers uit Hollandscheveld in omstreken. Elders van Hoogeveen:
Louis Jurjens Snijder
Gedoopt op 17 augustus 1791 als zoon van schipper Jurjen Klaas Snijder en Aaltien Louis. Hij had als vrijwilliger dienst genomen en was ingedeeld bij het 123ste Regiment, 2de Batterij, 2de Compagnie Grenadiers. Van een bericht van hem, na zijn vertrek uit Hoogeveen, was niets bekend. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Albert Jans Bijboer Alberts
Gedoopt 8 april 1792 als zoon van arbeider Albert Jans Kist en Deeltien Hendriks Dodevis. Hij viel onder de lichting van 1812 en was ingedeeld bij het 82ste Regiment, 5de Batterij. Op 11 november 1813 kwam nog een bericht van hem uit Minsk. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Karst Theunis Nijboer
Gedoopt 13 april 1788 als zoon van dagloner Theunis Karst Nijboer en Hilligje Jans Freriks. Hij viel onder de lichting van 1808 en was ingedeeld bij het 33ste Regiment Groene Jagers. Hij werd "vermoedelijk naar Astiacan gedetacheerd, zijnde te Cherbourg op schip gewerkt." Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Jan Kiers Doggen
Gedoopt 28 november 1792 als zoon van Kier Jans Doggen en Lammegien Jans. Hij viel onder de lichting van 1812. Een laatste bericht kwam uit Maagdenburg. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Cornelis Jans Klunder
Gedoopt op 25 juni 1789 als zoon van Jan Cornelis Klunder en Annegien Jozeph Meyer. Hij viel onder de lichting van 1809 en was in gedeeld bij het 33ste Regiment, 1ste Batterij, 3de Compagnie Lichte Infanterie. Een laatste bericht van hem kwam op 13 mei 1812 uit Stettin. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Hendrik Jans Cornelis Klunder
Gedoopt op 1 mei 1788 als zoon van Jan Cornelis Klunder en Grietje Hendriks Fluks. Cornelis Jans Klunder, ook vermist, was een halfbroer van hem. Hij viel onder de lichting van 1809. Er is na vertrek uit Hoogeveen niets meer van hem gehoord. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Berend Everts Huizing
Gedoopt op 28 november 1790 als zoon van boer Evert Willem Huizing en Aaltje Berends Boer. Hij viel onder de lichting van 1810 en was ingedeeld bij het 9de Regiment, 16de Compagnie Artillerie. Zijn laatste bericht kwam 4 augustus 1812 uit Berlijn. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Jan Harms Theis
Gedoopt op 19 mei 1793 als zoon van arbeider Harm Jans Theis en Albertien Alberts Winkel. Hij viel onder de lichting van 1813. Hij was ingedeeld bij het 70ste Regiment, 2de Batterij, 1e Compagnie Fuseliers. Het laatste bericht van hem was van 22 oktober 1813 uit Lauwenhum, enkele dagen na de volkerenslag bij Leipzig. Jan stierf op 1 mei 1814 in een militair hospitaal, in of bij Straatsburg. Dit bericht kwam pas op 15 maart 1815 aan in Hoogeveen.
Geert Veuger Veldman
Gedoopt op 20 april 1788 als zoon van arbeider Hendrik Harms Veldman en Kunnigje Alberts Smelt. Hij viel onder de lichting van 1808 en was ingedeeld bij het 33ste Regiment Canonniers. Zijn laatste levensteken kwam uit Stettin. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Harm Hendriks Veldman
Gedoopt op 3 april 1785 als zoon van arbeider Hendrik Harms Veldman en Kunnigje Alberts Smelt, en een broer van Geert Veuger Veldman. Harm viel onder de lichting van 1808. Later was hij remplaçant voor Jan Bruins Slot. Harm was toen ingedeeld bij het 100ste Regiment, 2de Batterij, 2de Compagnie Grenadiers. Het laatste levensbericht van hem kwam in september 1813 uit Driesen. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Anton Bruggenweerd
Hij was een zoon van Evert Bruggenweerd en Margaretha Weesman. Dit gezin kwam tussen 1807 en 1812 in Hoogeveen wonen. Anton viel onder de lichting van 1810, maar was later remplaçant. Hij behoorde tot het 33ste Regiment Jagers. Zijn laatste levensteken kwam uit Berlijn. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Hendrik Hendriks Zomer
Gedoopt op 21 december 1794 als zoon van arbeider Hendrik Geerts Zomer en Barbara Hendriks. Hij viel onder de lichting van 1812. Zijn laatste levensteken kwam om oktober 1813 uit Munden. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Jan Berends van der Haar
Waarschijnlijk is hij gedoopt te Zuidwolde. Zijn vader was Berend Jans van der Haar en zijn moeder heette Jantien Egberts Smit. Hij viel onder de lichting van 1811 en behoorde tot het 125ste Regiment, 5de Batterij. Van hem kwam het laatste bericht uit Maagdenburg, in juli 1813. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Jan Roelofs
Een zoon van Roelof Harms en Marchien Jans, elders gedoopt en met zijn ouders ergens tussen 1807 en 1812 naar Hoogeveen gekomen. Jan Roelofs hoorde bij de lichting van 1811 en werd ingedeeld bij de zeelieden. Een duidelijk levensteken van hem, met plaats en datum, was niet bekend. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Roelof Jans Banen
Gedoopt op 27 januari 1788 als zoon van schipper Jan Roelofs Banen en Hendrikje Lucas Schaap. Roelof viel onder de lichting van 1808. Hij werd in oktober 1811 opgeroepen bij het 33ste Regiment, 1ste Batterij jagers. Zijn laatste bericht kwam uit Luwe. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen. Roelof had een broer Lucas Jans Banen, gedoopt 25 december 1791. Waar Lucas als soldaat allemaal is geweest, is niet meer bekend, maar zeker is dat hij door de bevolking als een van de helden van Waterloo is geëerd. Eer was er toentertijd alleen voor degenen die daadwerkelijk hadden deelgenomen aan de veldtochten uit de periode 1813-1815, niet voor wie in een kazerne gelegerd was gebleven.
Wolter Jans Kloezen
Wolter werd 19 november 1788 gedoopt als zoon van arbeider Jan Wolters Kloezen en Jantje Geerts Steenbergen. Hij viel onder de lichting van 1808 en was ingedeeld bij de 87ste Cohorte, 5de Compagnie Nationale Garde. Van hem is nooit enig levensteken ontvangen, na zijn vertrek uit Hoogeveen. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Egbertus Noordman
Hij was een zoon van Arend Noordman en Janna Bos. Hij kwam van elders naar Hoogeveen. Egbertus was Remplaçant. Hij was ingedeeld bij het 4de regiment Chevany Legere. Het laatste bericht van hem dateerde uit 1812. Op 26 november 1814 was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Gerardus Bakker
Hij was gedoopt op 18 april 1790 als zoon van kastelein Jan Geerts Bakker en Gesina Dekker. Gerardus viel onder de lichting van 1810. Hij was ingedeeld bij het Regiment Belle Isle 2de Batterij, 4de Compagnie. Een bericht van hem was van 6 oktober 1812 uit Stettin. Later was hij in Wolgowitz en hij is vermoedelijk naar Smolensk gemarcheerd. Op 26 november 1814 en later, in 1816, was hij nog steeds vermist en er is - voor zover bekend - ook nadien geen levensteken meer van hem vernomen.
Zondag 18 juni 1865 was het 50 jaar geleden dat de Slag bij Waterloo had plaatsgevonden en Napoleon definitief werd verslagen. Maandag 19 juni werd dit in Hoogeveen gevierd met volksfeesten en een grote optocht. In deze optocht passeerde zo’n beetje de hele vaderlandse geschiedenis, doordat in historisch kostuum gestoken Hoogeveners als vaderlandse helden meeliepen, van Willem de Zwijger tot Piet Hein. "Bovendien waren nog bij den optogt de oude strijders H.Botter, L. Banen, H.A. Strijker en Van der Post deze werden door een Eerewacht van 25 jongeren begeleid."
------------------------------------------------------------------
N.B: De bekende loteling Albert Veld, waarover door Will Vening de roman "Een Drentse loteling naar Moscou" is geschreven, was niet afkomstig uit het Krakeel, zoals dat boek en andere artikelen en studies beweren. Hij werd in het Krakeel geplaatst, omdat de overlevering over Albert Veld zei dat hij daar had gewoond. Dat klopt in die zin dat hij er na zijn huwelijk met Geesje de Graaf (1818) inderdaad woonde, maar de gebeurtenissen in de Franse Tijd, de periode waarover de overlevering en het boek handelt, moeten geplaatst worden tegen de achtergrond van het Pesserveld. Onderzoek in het gemeentearchief van Hoogeveen heeft dat inmiddels duidelijk gemaakt. Jan Alberts Veld of Velt, de vader van Albert Veld, woonde ten noorden van de Pesserdijk, in het gebied van Pesse, buiten het grondgebied van Hoogeveen. Dit was ter hoogte van de 11de wijk van het Achteromse Opgaande. Omdat men geografisch aangewezen was op Hoogeveen, vinden we de familie Veld steeds in Hoogeveense registers vermeld. In 1807 kreeg het gezin van de diakonie. Hun bestaan vonden ze onder meer op een hoekje bouwland van 1/4 morgen en door de opbrengsten van hun schapen. In 1807 hadden ze er al18. De jonge Albert Veld was schaapherder. In het Krakeel had hij later een winkel, zodat het uiteindelijk financieel gezien een stuk beter met hem is gegaan.