Informatiecentrum Geschiedenis Hollandscheveld e.o.

Misschien is het handig om dit bestand even uit te printen, als u van plan mocht zijn om de aangegeven tocht te fietsen. U bent bij deze bij voorbaat ontslagen van de volgende bepaling, als u de tekst voor uzelf gebruikt: © Albert Metselaar, Hoogeveen 1999.

Terug naar de hoofdpagina
Naar de bibliotheek!

EEN KENNISMAKING MET HOLLANDSCHE VELD, HAAR CULTUUR EN NATUUR

 

ALBERT METSELAAR

Hollandscheveld, de wereld van Cilie en Allard, hoofdrolspelers uit de novelle ‘Nevelhekse’, is van een woest en dunbevolkt veengebied veranderd in een gecultiveerd bewoond gebied, met een dorpskern, omringd door veel natuurschoon. Wie Hollandscheveld wil leren kennen, doet er goed aan dit op de fiets te doen. Daarmee liggen zoveel leuke mogelijkheden open, die met de auto niet bereikbaar zijn, dat dit de moeite meer dan waard maakt. We beginnen deze fietstocht bij een centraal punt in de velden: de Hervormde kerk van het dorp.

Deze kerk werd gebouwd in 1851, nadat er zeker 90 jaar over gesproken was dat er behoefte was aan een godshuis in dit gebied. Kerkstichting ketste steeds weer af op de houding van de Hoogeveense moederkerk, die een dochter in de velden niet zag zitten. Toen de kerk uiteindelijk wel werd gebouwd, na acties van meester Geert Roelofs Raak, oud hulpprediker voor Hollandscheveld ds.C.van Schaick uit Dwingeloo, en met steun van de koning, werd er door de Hoogeveense bovenlaag een commissie ingesteld, die de bouw moest begeleiden. Twee gevelstenen in de kerk herinneren aan de bouw. Een van de stenen geeft de namen van de commissieleden, waarvan alleen Warner ten Oever in Hollandscheveld woonde. De andere heren woonden in Hoogeveen. De stenen geven iets weer van de toenmalige verhoudingen tussen de veenarbeiders, de middenklasse van schippers en kleine verveners en de hoge heren uit het dorp Hoogeveen: diegenen die de kerk echt mogelijk maakten werden niet genoemd! De toren van de kerk is het symbool geworden van het dorp. We vinden de kerktoren in het logo van de Activiteitencommissie ’t Oekie, die de jaarlijkse feestweek organiseert, we vinden de toren op de dorpskrant, en we vinden de windwijzer op de dorpsvlag. De windwijzer bovenop de toren is een schoffel, een veenschep waarmee de bovenste laag veen werd verwijderd. Deze schop kunt u zien wapperen op een geel-blauwe vlag, waarbij het geel herinnert aan de zandgrond die na het veen over bleef, en het blauw verwijst naar het water van de vele vaarten in het gebied.

Bij deze kerk vinden we nog enkele opmerkelijke zaken. Ten noorden van de kerk zien we een park met twee gedenktekens. De grote kei herinnert aan de stichting (1631) van de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen. Deze compagnie was ooit eigenaar van al het veen en alle ondergrond van Echtens-Hoogeveen, het begin van de huidige gemeente Hoogeveen. Een compagnie was in dit geval een verveningmaatschappij De Hollandsche Compagnie was een samenwerking tussen Hollandse, vooral Leidse, kapitaalkrachtige heren, voor wie het veen van het Hollandsche Veld, het naar hen genoemde veld, een vorm van belegging was. Deze Hollandsche Compagnie is in 1635 voortgekomen uit de Algemene Compagnie, omdat het onderling tussen de kapitaalkrachtige heren niet al te goed boterde. De kei werd geplaatst bij gelegenheid van het 350-jarig bestaan van het gebied, in 1981.

Het park zelf is het terrein van de voormalige Openbare Lagere School, waar in het najaar van 1944 een opleidingseenheid met Nederlandse SS'ers werd gelegerd. Heel Zuid-Drenthe werd vanuit deze school geterroriseerd en heel wat gevangenen werden in deze school gefolterd. De uit 1939 stammende pastorie, op de westkant van de kerk, diende als hoofdkwartier van het beruchte en gevreesde trio Van Oort, Hoogendam en Pattist, de SS-officieren. Aan deze gruwelijkheden herinnert het oorlogsgedenkteken in het park. Een lange lijst met namen geeft u de namen van de gevallenen. Het gaat zowel om Nederlanders als om geallieerde militairen, slachtoffers van de luchtoorlog. Het gedenkteken heeft de vorm van een grote kaars, die we brandende houden om de herinneringen aan deze periode en aan de slachtoffers ervan levend te houden. De vlam wordt gevormd door een propellorblad, afkomstig van een op 25 maart 1944 verongelukte bommenwerper. De langgerekte witte woning ten noorden van het park is een voormalige onderwijzerswoning. Het pand is oorspronkelijk gebouwd in 1819. In de toenmalige situatie was de westelijke helft de woning van de hoofdmeester en was het oostelijke deel de school. Later werd de school verbouwd tot woning voor de veldwachter, een klein gevangenisje en bergplaatsen voor zowel de brandspuit van het dorp als een lijkkistenwagentje. Van de oorspronkelijke woning uit 1819 is na nieuwe verbouwingen niets meer over. Dat neemt niet weg dat de Hollandschevelders er blij mee zijn, dat het voor het dorp zo belangrijke gebouw behouden is gebleven. Overigens was dit niet de eerste school van het gebied. De eerste scholen waren twee particuliere gebouwen, aan het Hollandscheveldse Opgaande, die nu niet meer bestaan.

Op de zuidwesthoek van het terrein rond de kerk vinden we het beeld van Cilie. Cilie werd 'Nevelhekse' genoemd, een scheldnaam met een dreigende betekenis. De mensen waren bang voor haar, zo zegt het verhaal, omdat ze een wat andere tongval had, een wat andere huidskleur, en omdat men haar niet begreep. Haar grote liefde, met haar Allard, was in de toenmalige situatie onmogelijk, vanwege het standsverschil. Door verdriet gedreven verdween ze in de nacht. Ze werd verzwolgen door het veen of het vele water van het gebied? De novelle 'Nevelhekse', van de Hoogeveense schrijver en kunstschilder Albert Steenbergen, eindigt suggestief. De bevolking zegt gewoon dat ze zichzelf verdronken heeft, uit liefdesverdriet. Hoewel het verhaal volgens historici van begin tot eind ontsproten is aan de fantasie van Albert Steenbergen, zijn er mensen genoeg die volhouden dat het allemaal echt gebeurd is. Hoe dan ook, Cilie hoort bij Hollandscheveld, en haar beeld is een anti-discriminatie-monument, dat waarschuwt voor wat er kan gebeuren als mensen niet openstaan voor elkaar. De Hoogeveense kunstenares Alice Top ontwierp een beeld van Cilie. Ze verbeelde het moment waarop ze voor het laatst, en in haar nachthemd, de woning van haar pleegvader De Stroeve verliet. De bronzen Cilie werd 24 augustus 1993 onthuld, bij de Hervormde kerk van het Hollandsche Veld, de streek waar ze gewoond zou hebben, als haar bestaan ooit historisch aangetoond zou kunnen worden¼¼. Maar maakt dat wat uit? Zijn er niet zoveel Cilie´s, die door achterklap, fantasieën en roddels geen leven hebben, maar wel leven willen?

Als we vanaf de kerk zuidwaarts kijken, zien we het witte gebouw, het eerste gebouw op de westkant van het Zuideropgaande, waar in 1852 Roelof Troost een bakkerij begon. Het is best de moeite waard om het gebouw even te bekijken, maar we moeten voor het begin van de fietstocht daarna wel weer terug naar de kruising bij de kerk. We fietsen naar het oosten, over het Hoekje, de winkelstraat van het dorp. Er staat nog een enkele oude arbeiderswoning. Een oude boerderij uit 1728, de eerste woning die hier stond, werd helaas in 1968 afgebroken. De woning stond waar nu de groenteman zijn zaak heeft, op het eind van de winkelstraat, links. U rijdt over een gedempt kanaal. Om het veen af te kunnen voeren, was het gebied overal doorsneden door kanalen en smallere vaarten, wijken genoemd. Als u meer wilt weten over deze tijd en Hollandschevelds verleden in het algemeen, moet u even aan bij de firma Koster, op het eind van de winkelstraat aan uw rechterhand. Daar is heel wat informatie te krijgen. Bij de kruising op het eind van de winkelstraat vindt u een kunstwerk, waarin het vele water van deze streek symbolisch verwerkt is. U rijdt de kruising over en volgt het fietspad langs het Hollandscheveldse Opgaande. U fietst westwaarts en ziet op een gegeven moment aan uw linkerhand een grote kei liggen. Dit is bij het pand Hollandscheveldse Opgaande no.28. In 1963 stond hier de boerderij van boer Hartman. Heel wat Hollandschevelders hadden grote moeite met de verplichte betalingen aan het Landbouwschap. We moeten dit zien in het licht van de geschiedenis van het gebied. De geknechte veenarbeiders hadden één grote droom: een eigen boerderijtje. Daarmee konden ze zich onttrekken aan het uitzichtloze bestaan in het veen, van lange dagen werken in de zomer, en armoe en werkloosheid in de winter. De boerderijtjes gaven hen vrijheid en zelfbeschikking. Daarnaast was er maar weinig overheid in het gebied vertegenwoordigd. De Hollandschevelders konden vooral leven naar eigen inzicht, waarbij men dit inzicht sterk liet afhangen van religieuze motieven. Het is een zwart-wit-beeld dat hier wordt geschetst, maar het geeft wel aan hoe problematisch het voor sommigen was, toen de vrije boeren plotseling verplicht deel moesten nemen in een organisatie, die zich gedroeg als een nieuwe baas. En dan ook nog een organisatie, die in haar oorsprong terug ging op de Tweede Wereldoorlog, waaraan hier toch al zulke slechte herinneringen waren. Tijdens de Boerenpartij-rellen in Hollandscheveld, de eerste grote rellen in Nederland van na de Tweede Wereldoorlog, ging de boerderij van Hartman in vlammen op en was Hollandscheveld even het brandpunt van het grote nieuws. Ter herinnering aan de strijd van deze vrije boeren, werd een gedenksteen opgericht.

U fietst verder westwaarts. Achter het pand no.24 ligt in het land een oude 'bok', een plat vaartuig, waarin vroeger de boeren hooi, mest, vee en alle andere benodigdheden vervoerden. Ook de verhuizingen gingen per bok. Men moest wel, want brede wegen waren er amper. De turf werd van oorsprong niet afgevoerd met een bok, maar met een wat groter vaartuig, de turfpraam. Deze zeilende pramen voeren van Hollandscheveld naar Zwartsluis, waar de turf op de turfmarkt werd verhandeld. Later werden ze groter, en konden ze ook over de Zuiderzee. De foto toont een kleine Hoogeveense praam. Het waren deze praamschippers die de eerste kolonisten vormden in dit gebied. Pas later kregen de veenarbeiders de overhand, en trad verarming in. In de 'vette jaren' van de praamschippers kon men eigen voorzieningen ontwikkelen. Het pand no. 22 staat op de plaats van de eerste school van het gebied. Hier bouwde meester Pieter Jans Steen in 1757 een boerderij met een school erbij. De meester was boer, vervener, had pramen, gaf onderwijs en was catechiseermeester. Ook de kerkgeschiedenis van dit gebied begint dus bij pand no.22. Het huidige pand is geheel nieuw en herinnert in niets aan de school/catechiseerruimte van weleer. De opvallende Friese zwanen op de gevel horen eigenlijk niet bij dit gebied, al hoe mooi zo'n gevelteken ook kan zijn. Als u verder westwaarts fietst, komt u langs twee oude Saksische boerderijen. Het pand no.6 is de oudste nog in zijn originele staat aanwezige woning van dit gebied. Het pand werd omstreeks 1765 gebouwd. In deze woning woonde onder meer Hendrik Thijs Thalen, een verzetsman uit de Franse Tijd, die vanwege zijn Oranjegezinde overtuiging en zijn stijfkoppigheid, gecombineerd met een flinke borrel, vele jaren in de gevangenis heeft gezeten. Toen na 1813 onze eerste vorst koning Willem I de troon besteeg, heeft deze hem in vrijheid laten stellen. Tussendoor was Hendrik Thijs Thalen na geslaagde ontsnappingspogingen ook enige malen ondergedoken in dit pand.

Na dit oude pand is het even opletten. U fietst nog even door, en slaat dan linksaf, de Langedijk op. U blijft doorfietsen, en gaat met de bocht mee linksaf. In deze bocht zien we nog steeds enkele oude bomen staan. Hier was ooit een bosje, Alberts Holtien, met daarbij een meertje. U blijft de Lange Dijk volgen en fietst nu naar het oosten. U fietst over de grens van het oude Hollandsche Veld. Links van u ziet u de met vaarten doorsneden weilanden van het oude Hollandscheveld, rechts hoorde vroeger bij Zuidwolde en maakte deel uit van de bezittingen van de Zuidwolder Compagnie. Het zijn restanten van twee verschillende tijdperken. De weidegebieden zijn al in cultuur gebracht in de 18de eeuw. Dit gebied, met de boerderijen aan het Hollandscheveldse Opgaande, vormde het hart van het toenmalige Hollandsche Veld. De weiden zijn vrij vogelrijk. Ieder voorjaar trekken vogelwachters de landerijen in, om de nesten van weidevogels op te zoeken en aan te geven, opdat ze niet verstoord worden. Tijdens het broedseizoen is het verboden om de weilanden te betreden. Rechts van u, het gebied van de Zuidwolder Compagnie, bleef na de vervening lange tijd braak liggen. Het toenmalige heideveld, met hier en daar opgeschoten kreupelhout, werd ontgonnen in de crisisjaren van het begin van de 20ste eeuw. De boerderij aan uw rechterhand werd gebouwd toen dit werkverschaffingsproject op zijn einde liep, en voldoende cultuurgrond was ontstaan voor een groot landbouwbedrijf. U blijft doorfietsen, tot u de Riegshoogtendijk heeft bereikt.

Aangekomen bij de Riegshoogtendijk, slaat u rechtsaf, en volgt even deze weg. De Riegshoogtendijk is een route door het voormalige veen, waarvan de ouderdom teruggaat tot in de Romeinse Tijd, en mogelijk nog verder. Aan uw linkerhand krijgt u een weg, het Jan Wintersdijkje. Hier slaat u linksaf, het dijkje op. Aan het eind van het Jan Wintersdijkje volgt u een klein stukje Zuideropgaande, maar u moet vrijwel direct het fietspad op, dat door de weilanden ligt. Het zogenaamde Jufferspad. De juffer waar dit pad naar genoemd is, is de weduwe van een grootgrondbezitter geweest. Als u eenmaal op dit Jufferspad fietst, hebt u een lang stuk weg tussen weilanden en bossen voor de boeg. De bossen zijn allemaal aangelegd, op de na de vervening braakliggende zandgronden. Bosbouw was een manier om de verder waardeloze grond rendabel te maken, want anders zouden de grootgrondbezitters arm worden door de grondbelasting. We hebben onze prachtige bossen dus in feite te danken aan de belasting! Er is een tijd geweest dat de bossen al begonnen aan het Zuideropgaande, bij het begin van het Jufferspad, maar ook hier hebben ontginningen toegeslagen. De eenmaal aangelegde bossen, gingen al snel hun eigen gang. Er worden dan ook heel wat interessante soorten struiken en planten in deze bossen aangetroffen, terwijl ook de vogelpracht de moeite waard is. Hier en daar zitten nesten van roofvogels, beheerd door vogelliefhebbers. Er is natuurlijk heel veel van de natuur te vertellen, maar deze is niet zo voorspelbaar als de topografische gegevens van het gebied, zodat u het wat de natuur betreft vooral moet doen met uw eigen waarneming en eigen kennis van flora en fauna.

Als u het eerste bos bereikt hebt, komt u bij een weg, de Schoonhovenweg. Die moet u recht oversteken en aan de andere kant van de weg opnieuw het fietspad volgen. Blijft u gewoon rechtdoor fietsen, tussen de bossen, dan komt u vanzelf op de Marten Kuilerweg. Marten Kuiler was een soldaat, die in de meidagen van '40 is gesneuveld bij de verdediging van Overschie, bij Rotterdam. Als u de Marten Kuilerweg heeft bereikt, slaat u linksaf, de Marten Kuilerweg op. Blijft u deze weg noordwaarts volgen, met de bochten mee, dan komt u bij het recreatiegebied Schoonhoven. Bij de parkeerplaats van Schoonhoven, als u even het terrein opfietst, beginnen diverse wandelroutes door de bossen. Deze zijn beslist de moeite waard. Of u ze nu wel of niet volgt, u moet uiteindelijk weer de Marten Kuilerweg op, om de route af te maken. De naam Schoonhoven, gegeven aan een grote zwemplas en het omliggende gebied, herinnert aan Schoonhovens Compagnie, een onder-organisatie van de Hollandse Compagnie. De recreatieplas Schoonhoven ligt echter niet in het gebied van Schoonhovens Compagnie, maar in dat van de De Vrieze-Compagnie, nog zo'n onder-organisatie. De naamgevers van de recreatieplas waren jammer genoeg niet zo historisch bewust dat ze klok en klepel wisten te combineren.

U gaat weer noordwaarts via de Marten Kuilerweg richting Rechtuit. Als u dit Rechtuit bereikt hebt, slaat u linksaf, en u gaat de eerste weg direct weer rechtsaf, de Meerboomweg op. De Meerboomweg herinnert aan een oude boom, oorspronkelijk zelfs meerdere bomen, die als herkenningspunt in het veld fungeerden. De bomen stonden bij een groot meer, dat door de vervening droog is komen te liggen. Als u op de Meerboomweg bent, krijgt u al vrij snel aan uw rechter en uw linkerhand een fietspad, de Kerkhoflaan. U rijdt linksaf de Kerkhoflaan op, westwaarts. Deze bossen rond de Kerkhoflaan zijn eigendom van de Stichting Het Drentse Landschap. Als u maar gewoon rechtdoor rijdt, komt u vanzelf bij het kerkhof van Hollandscheveld. Dit is de oudste toeristische attractie van dit gebied. Het kerkhof is in gebruik vanaf 1854 en wordt al in de 19de eeuw genoemd als trekpleister. Het was en is een eenvoudig kerkhof, aangelegd op een zandkop in het heideveld. Op het gebouwtje op het kerkhof vindt u een plaquette, met daarop de namen van de geallieerde vliegeniers, welke in de gemeente Hoogeveen om het leven kwamen, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op de zuidkant van het gebouwtje op het kerkhof, het baarhuisje, vindt u enkele mooie oude graven. Het graf van Jan Gerrit Zwiggelaar, bij het baarhuisje, is uniek vanwege de tekst op de steen. Zwiggelaar was vele jaren opzichter van de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen. Zijn bazen gaven hem zijn grafsteen, maar zetten daarmee tevens een grafsteen voor de toen al bijna ter ziele gegane compagnie. Los van deze grafsteen is er in de gemeente Hoogeveen vrijwel niets origineels meer wat aan deze compagnie herinnert. Andere graven vertellen hun eigen stukje van de geschiedenis van dit gebied. Op de hoek bij de brug ligt de steen van de eerder genoemde Geert Roelofs Raak. Naast hem vinden we het graf van ds.C.J.C.Venema, die de kerkelijke gemeente wist op te bouwen. Roelof Troost was mede-oprichter van Plaatselijk Belang. Ds. Kooiman (foto) heeft teksten geschreven, waarvan het historisch belang zo groot is, dat we die ook in deze digitale bibliotheek hebben opgenomen. En zo is er nog veel meer te vertellen.

Als u de begraafplaats wat verder oploopt, dan vindt u over de brug de witte stenen van 9 geallieerde vliegeniers. Zeven van hen, man aan man liggend, kwamen op 25 maart 1944 om het leven, toen ze probeerden met hun Lancaster-bommenwerper een noodlanding te maken. Hun commandant was de jonge Wilfred Still. Volgens zijn grafsteen was hij 20, maar dat klopt niet. Hij deed zich ouder voor dan hij in werkelijkheid was, omdat hij anders nog niet had mogen vliegen, toen hij zich aanmeldde bij de RAF. Tegenover deze zeven vliegeniers liggen twee bemanningsleden van een op 31 maart 1945 bij Hoogeveen verongelukte Mosquito-jachtbommenwerper. In de buurt van de witte graven ziet u ook een oud gedeelte algemene graven. Er zijn nogal wat graven waarop geen gedenkteken staat. Voor sommigen was dit niet van belang, omdat men uit geloofsovertuiging koos voor een algemeen graf, zonder plankje of steen. In veel gevallen liggen er echter kinderen begraven in de graven zonder gedenkteken. De kindersterfte was groot, toen in de dertiger en veertiger jaren deze graven moesten worden gebruikt. Als u de begraafplaats op bent gelopen met de fiets aan de hand, kunt u gewoon doorlopen naar het zuiden. U komt via een laan uit op het Rechtuit. Als u rechtsaf gaat, komt u vanzelf weer waar we begonnen zijn: bij de Hervormde kerk. Hebt u de fiets bij de ingang van het kerkhof laten staan, loopt u dan even terug, en fiets gewoon verder westwaarts, de Kerkhoflaan af. De tweede weg aan uw linkerhand is de Hendrik Raakweg. Deze weg brengt u ook weer terug op het beginpunt.

Via deze route hebt u heel wat van Hollandscheveld leren kennen. Let u onderweg goed op, want er is veel meer te zien, dan hier is aangegeven. Nog een tip: de route lijkt duidelijk genoeg te zijn om niet te kunnen verdwalen. Mocht dit toch gebeuren, dan kunt u overal naar de weg vragen. De bevolking is vriendelijk genoeg om u te helpen en het beeld van de Nevelhekse, waar we begonnen, kent iedereen. Een plezierige en leerzame tocht toegewenst.....!