
DE GRAVEN IN DE OUDE HERVORMDE
KERK VAN HOOGEVEEN:
EEN (ONVOLLEDIG) GRAFREGISTER
Albert Metselaar
Vanaf omstreeks 1652 werd er begraven te Hoogeveen, in en rond de oude Hervormde kerk, aan wat we nu kennen als de Grote Kerkstraat te Hoogeveen. In de zestiger jaren zijn de graven in de kerk vrijwel allemaal geruimd. Rondom de kerk kan bij grondwerkzaamheden nog vrijwel overal gebeente worden aangetroffen. Van de graven in de kerk is nooit een goede boekhouding bijgehouden. Er waren huurgraven in de kerk en eigen graven. De huurgraven bleven eigendom van de kerk. Enige jaren nadat iemand daarin was bijgezet kon de kerk het graf schudden en opnieuw iemand daarin begraven. In principe kon ieder graf dat eigendom was van de kerk als huurgraf worden gebruikt, maar kon dat ook worden verkocht. De eigen graven waren eenmaal verkocht aan particulieren en werden vanaf dat moment verhandelbaar en erfrechtelijk door te geven, zonder dat de kerk of de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen (de eigenaar van de kerk) daar nog zicht op hadden. Als er na oproep zich geen erfgenaam of eigenaar meer meldde, kon de kerk zichzelf weer als eigenaar beschouwen. In 1754 werd een lijst gemaakt waarop de eigenaren van de graven van de kerk werden vermeld. Tevens werd getracht daarop een beeld te geven van de bijzettingen in de graven. Dit omdat er onkosten verdeeld dienden te worden, gemaakt bij het ophogen van de kerkvloer. Door alle bijzettingen, en het vergaan van kisten en lichamen, was de kerkvloer namelijk flink verzakt. De lijst werd later nog weer aangevuld, en geeft uiteindelijk een beeld van de situatie van rond 1765. Bij deze beide lijsten hoort een kaart uit november 1761, gemaakt door Jan Hartman. Daarop staan de graven en de oorspronkelijke, veelal eind 17de en begin 18de eeuwse eigenaren vermeld. De lijsten en de kaart zijn wat betreft de bijzettingen in de graven zeer onvolledig.
De huur- en eigen graven in de kerk lagen oorspronkelijk in de vorm van een kruis. Dit was de grondvorm van de eerste Hervormde kerk van Hoogeveen. In 1766, 1801 en 1804 werd de kerk vergroot en verdween deze grondvorm. Sindsdien werden er ook huurgraven buiten het kruis gebruikt. Voor de vergrotingen van de kerk lagen deze graven buiten de kerkmuren, en betrof het algemene graven, voor iedere ‘gewone’ inwoner van het dorp Hoogeveen en de omliggende velden. Na de vergrotingen waren deze graven binnen de kerkmuren gekomen. Buiten de kruisvorm lag slechts één eigen graf. Helaas kennen we geen kaart of andere sluitende informatie, om aan te geven waar de graven buiten de kruisvorm precies lagen en waar welk nummer lag. We kunnen dus alleen de huur- en eigen graven binnen de oude kruisvorm in beeld brengen, zoals ze ooit binnen de eerste Hoogeveense kerk hadden gelegen. In 1823 werden de oude lijsten bestudeerd en diverse nieuwe lijsten opgemaakt, zowel van eigenaren van de graven als van bijzettingen, aan de hand van wat in de toenmalige kerk aan gegevens voor handen was en aan de hand van wat de eigenaren van de graven daarover zelf naar voren brachten. Dit resulteerde uiteindelijk in een ‘definitieve’ lijst van eigenaren van 28-12-1824. De gegevens over de bijzettingen zijn ook uit deze periode onvolledig. We weten dat onder meer doordat er ook nog een notitieboekje bewaard is, met daarin aantekeningen over het begraven in de kerk over de periode september 1806-april 1809, waarin namen voorkomen die we op voornoemde lijsten niet terug vinden. Het komt er dus op neer dat we het met de informatie over de graven in de oude kerk van Hoogeveen voornamelijk moeten met wat er omstreeks 1754/1765 en in de jaren 1823/1824 over verzameld is, en dat de gegevens over de eigenaren uit deze beide perioden vrij compleet zijn, maar dat we wat betreft de bijzettingen een onvolledig beeld houden. Ze geven echter wel een indicatie van de families die de graven in andere jaren dan 1754/1765 of 1823/1824 in gebruik hadden. We kunnen tevens wel aannemen dat iemand die als eigenaar van één of meer graven wordt genoemd daarin ook zelf is bijgezet, evenals zijn vrouw, mits ze voor 1829 overleden zijn. Daarnaast is het een en ander bekend over de familie van Echten en wie daarvan werd bijgezet in de kelder. Maar ook hier geldt dat de gegevens onvolledig zijn. We komen aan de hand van al deze lijsten tot de volgende onvolledige verzamellijst van eigenaren en bijzettingen:
GRAFNUMMER, EIGENAAR EN BIJZETTINGEN:
1. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Jan Borghards Prijs, 9-3-1722. De dochter van P.P.ter Stege, 1790.
2. Eigenaar: Dit graf was oorspronkelijk eigendom van de kerk, maar werd samen met graf 3 verruild met C.Warmels voor de graven 55 en 56. Eigenaar 1824: Cornelis Warmels. Begraven: De vrouw van Jan Borghards Prijs, 7-6-1708. De vrouw van Egbert ter Stege, 1799. De zoon van Cornelis Warmels, 1822.
3. Eigenaar: Dit graf was oorspronkelijk eigendom van de kerk, maar werd samen met graf 2 verruild met C.Warmels voor de graven 55 en 56. Eigenaar 1824: Cornelis Warmels. Begraven: Femmegien Berends, schoonmoeder van Jan Borghards Prijs, 23-2-1748. Egbert ter Stege, 1806.
4. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: G.Swam, 27-8-1726, Jan Nijsingh, 22-12-1758, Evert Antonij Prijs, 7-8-1759 en Stijntje Nijsingh, 15-4-1761.
5. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Jacob Stantius, 7-1-1743, en H.J.Smittien, 8-12-1751.
6. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Jan Tomas Smit, 1782, en de vrouw van Hofman, 11-9-1807.
7. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Peter Smit, 26-10-1753, en de vrouw van de heer Hilbuur, 1782.
8. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Hillegien Jans (vrouw van Jan Tomas Smit), 8-12-1753.
9. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
10. Eigenaar: de erfgenamen van Harm Hendriks ter Steege (1754, 1765 en 1824). Begraven: P.P.ter Stege, 1820, en kinderen van H.Swiers en H.ter Stege.
11. Eigenaar: de erfgenamen van Harm Hendriks ter Steege (1754, 1765 en 1824). Begraven: kinderen van Hk. Swiers.
12. Eigenaar: de erfgenamen van Harm Hendriks ter Steege (1754, 1765 en 1824). Begraven: de weduwe van Jacob ter Stege, 1817.
13. Eigenaar: de erfgenamen van Albert Hendriks van Laar (1754 en 1765) en Pieter Bruins Slots erfgenamen (1824). Begraven: Roelofje van Laar, 1804.
14. Eigenaar: de erfgenamen van Albert Hendriks van Laar (1754 en 1765) en Jan Geerts Bakker en consorten (1824). Begraven: Arent van Laar, 1786, en J.P.Winters, 5-6-1807.
15. Eigenaar: de erfgenamen van Albert Hendriks van Laar (1754 en 1765) en Jan Pieters Stoter en consorten (1824). Begraven: Pieter Eggen, 1727, en Pieter Stoter, 1811.
16. Eigenaar: de erven Arend Hendriks Pricke (1754 en 1765) en Christoffer de Haan, als erfgenaam van Prikke (1824).Het graf was in 1823 omstreden en opgeëist door de weduwe van H.van Veen, Stoffer (Christoffer) de Haan en J.van Oosten. Begraven: de zoon van Stoffer de Haan, 1795.
17. Eigenaar: de erven Arend Hendriks Pricke (1754 en 1765) en Jan van Oosten (1824). Het graf was in 1823 omstreden en opgeëist door de weduwe van H.van Veen, Stoffer (Christoffer) de Haan en J.van Oosten. Begraven: Jan de Vries (1817).
18. Eigenaar: de erven Arend Hendriks Pricke (1754 en 1765) en Stoffer de Haan (1824). Het graf was in 1823 omstreden en opgeëist door de weduwe van H.van Veen, Stoffer (Christoffer) de Haan en J.van Oosten. Begraven: De zoon van Jan Slaa (Willem Jans Slaa), 1818.
19. Eigenaar: de erven Jan Andries de Vriese (1754, 1765 en 1824); in 1754 vertegenwoordigd door de weduwe van schulte Abraham de Vriese en ds.Florens Caspar de Vriese. Begraven: Johanna Wilhelmina de Vrieze, 1811.
20. Eigenaar: de erven Jan Andries de Vriese (1754, 1765 en 1824); in 1754 vertegenwoordigd door de weduwe van schulte Abraham de Vriese en ds.Florens Caspar de Vriese. Begraven: de weduwe Kappenberg, 1810.
21. Eigenaar: de erven Jan Andries de Vriese (1754, 1765 en 1824).
22. Eigenaar: de erven Jan Andries de Vriese (1754, 1765 en 1824); in 1754 vertegenwoordigd door de weduwe van schulte Abraham de Vriese en ds.Florens Caspar de Vriese. Begraven: de weduwe van ds.De Vrieze, 1787.
23. Eigenaar: de erven Jan Andries de Vriese (1754, 1765 en 1824); in 1754 vertegenwoordigd door de weduwe van schulte Abraham de Vriese en ds.Florens Caspar de Vriese. Begraven: Ette Johannes Meijer, 1804, en mejuffrouw de weduwe Ette Johannes Meijer (1816).
24. Eigenaar: eerst Cornelis Bogaart, later de erven Hendrik Govers (1754 en 1765) en de weduwe van H.van Veen (1824). Begraven: Harm van Veen, 1819.
25. Eigenaar: eerst Cornelis Bogaart, later de erven Hendrik Govers (1754 en 1765) en Jacob Alberts Koster (1824). Begraven: Jacob Alberts Koster, 1818, en de vrouw van Jacob Alberts Koster, 1819.
26. Eigenaar: eerst Cornelis Bogaart, later de erven Derk Limborg (1754 en 1765) en de erven Albert Koster (1824). Al voor 1765 was dit graf uit handen van Derk Limborg’s erfgenamen. Jan Doossies Juddik was ooit eigenaar, maar moest het graf weer overdragen aan de kerk, waarna de ‘Arm Bezorgeren’ van de kerk het graf in 1745 verkochten aan Albert Jacobs Koster uit het Hollandsche Veld. Begraven: de zoon van Albert Koster, 1780.
27. Eigenaar: eerst Cornelis Bogaart, later de erven Derk Limborg (1754 en 1765) en Reinder en Ybeling de Jonge (1824). Begraven: de weduwe van Jan Reijnders, 1806.
28. Eigenaar: Jan ten Heuvel, de erven Jan ten Heuvel (1754 en 1765), H.Warmels (1767) en de erven Harm Warmels (1824). Begraven: de vrouw van W.Warmels, 1819.
29. Eigenaar: Jan ten Heuvel, de erven Jan ten Heuvel (1754 en 1765), H. Warmels (1767) en de erven Harm Warmels (1824). Begraven: de vrouw van Jan Warmels (1809).
30. Eigenaar: Jan ten Heuvel, de erven Jan ten Heuvel (1754 en 1765), de weduwe van schulte Cornelis Steenbergen (1767) en Cornelis Steenbergen en consorten (1824). Begraven: schulte mr.Albert Steenbergen, 1812.
31. Eigenaar: Jan ten Heuvel, de erven Jan ten Heuvel (1754 en 1765), de weduwe van schulte Cornelis Steenbergen (1767) en Cornelis Steenbergen en consorten (1824). Begraven: de weduwe van schulte mr. Albert Steenbergen, 1819.
32. Eigenaar: Jan ten Heuvel, de erven Jan ten Heuvel (1754 en 1765) en Hendrik Ockens (1767). In 1823 zegt Okko Meijer eigenaar te zijn van dit graf, maar hij krijgt het graf in 1824 niet formeel op zijn naam.
(De erfgenamen van Jan ten Heuvel zijn in 1754 schulte Cornelis Steenbergen, Beukers en meester Ockens. Ze betalen allen een deel van de kosten van vloer ophogen, gebaseerd op het eigendom van vijf graven in de kerk, maar er wordt niet vermeldt wie van hen welk graf in eigendom had. Dat kan ook kloppen. Pas in 1767 kwam het tot een scheidingscontract, waarbij de graven onderling werden verdeeld door Harm Warmels (graf 28 en 29), de weduwe van schulte Cornelis Steenbergen (graf 30 en 31) en meester Ockens (graf 32). Van Beukers is hier dus al geen sprake meer.)
33. Eigenaar: rentmeester Lijkel Oeges, later de erven Lijkel Oeges (1754 en 1765), en in 1824 eigendom van de kerk. De erfgenamen van Lijkel Oeges werden in 1754 vertegenwoordigd door meester Ockens.
34. Eigenaar: rentmeester Lijkel Oeges, later de erven Lijkel Oeges (1754 en 1765), en in 1824 eigendom van de kerk. De erfgenamen van Lijkel Oeges werden in 1754 vertegenwoordigd door meester Ockens. Begraven: de vrouw van P.A.de Lange, 1804.
35. Eigenaar: rentmeester Lijkel Oeges, later de erven Lijkel Oeges (1754 en 1765), en in 1824 eigendom van de kerk. De erfgenamen van Lijkel Oeges werden in 1754 vertegenwoordigd door meester Ockens. Begraven: Jan Broens Jan Smit, 1806.
36. Eigenaar: rentmeester Lijkel Oeges, later de erven Lijkel Oeges (1754 en 1765), en in 1824 eigendom van de kerk. De erfgenamen van Lijkel Oeges werden in 1754 vertegenwoordigd door meester Ockens. Begraven: de weduwe Meinemeester van Steenwijk, 1781.
37. Eigenaar: Cornelis Steenbergen (niet de schulte!) en later de erven Cornelis Steenbergen (1765 en 1824). Het eigendomsrecht werd in 1823 bestreden tussen de erven H.Warmels en Derk Bruins Slot en consorten. De Algemene Compagnie van de 5000 Morgen wilde geen oordeel vellen en liet het probleem bij de elkaar bestrijdende partijen liggen, door op hun lijst in 1824 enkel de oorspronkelijke eigenaar en diens erven te vermelden.
Begraven: R.van Hees, 28-3-1807, de vrouw van H.Warmels, 1811, en H.Warmels, 1821.
38. Eigenaar: Cornelis Steenbergen (niet de schulte!) en later de erven Cornelis Steenbergen (1765 en 1824). Het eigendomsrecht werd in 1823 bestreden tussen de erven H.Warmels en Derk Bruins Slot en consorten. De Algemene Compagnie van de 5000 Morgen wilde geen oordeel vellen en liet het probleem bij de elkaar bestrijdende partijen liggen, door op hun lijst in 1824 enkel de oorspronkelijke eigenaar en diens erven te vermelden. Begraven: Jan Slot van Oosten, 1810, en een kind van Derk Bruins.
39. Eigenaar: Aanvankelijk rentmeester D.J.Lohman, later Lohmans erfgenamen (1754 en 1765) en de erfgenamen van H.L.Carsten (1824). Begraven: Luitenant Tabing, 1758, Luitenant H.L.Carsten, 1790, en mevrouw C.E.Carsten, 1821.
40. Eigenaar: Aanvankelijk rentmeester D.J.Lohman, later Lohmans erfgenamen (1754 en 1765) en de erfgenamen van H.L.Carsten (1824). Begraven: de vrouw van H.L. Carsten (Geertruida Tabingh), 1792, en Su Lomans.
41. Eigenaar: Aanvankelijk rentmeester D.J.Lohman, later Lohmans erfgenamen (1754 en 1765) en de erfgenamen van H.L.Carsten (1824). Begraven: de vrouw van Johan Walraad Carsten (Margien Nienhuis), 1814, en Johan Walraad Carsten, 1814.
42. Eigenaar: schulte Camerlingh en diens erfgenamen (1754 en 1765). In 1824 tot eigendom van de kerk verklaard, omdat er geen eigenaren meer bekend waren.
43. Eigenaar: schulte Camerlingh en diens erfgenamen (1754 en 1765). In 1824 tot eigendom van de kerk verklaard, omdat er geen eigenaren meer bekend waren. Begraven: Dr.Camerlingh, 1729.
44. Eigenaar: aanvankelijk Rutger Oldewortel, later de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
45. Eigenaar: aanvankelijk Rutger Oldewortel, later de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Vanouds Rutger Alberts Oldewortel. Later: een klein kind van ‘De Heere Graaf van Stierum’, 23-7-1762, en dokter Mantingh, 1791.
46. In het doophuis. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: ds.Nederbos, 1794.
47. In het doophuis. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
48. In het doophuis. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
49. In het doophuis. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
50. Eigenaar: Albert Jacobs Schoolmeester, later Marten Boesert (1754 en 1765) en Aaldert ten Kleij (1824). Begraven: de zoon van W.A. de Ravalet, 1793.
51. Eigenaar: Albert Jacobs Schoolmeester, later Marten Boesert (1754 en 1765) en Aaldert ten Kleij (1824). Begraven: de moeder van W.A. de Ravalet, 1798.
52. Eigenaar: Hendrik Carsten en de erven Hendrik Carsten (1765 en 1824). Begraven: de raadsheer C.E.Carsten, 1809.
53. Eigenaar: Hendrik Carsten en de erven Hendrik Carsten (1765 en 1824). Begraven: mevrouw Bronghorst van Werfhuizen, 1807.
54. Eigenaar: Hendrik Carsten en de erven Hendrik Carsten (1765 en 1824). Begraven: schulte H.J.Carsten, 1789, G.Oosting, 1818, en mevrouw Oosting.
55. Eigenaar: de erven dr.Petrus Calkoen (1754 en 1765); in 1754 vertegenwoordigd door de weduwe A.W. Calkoen. Later eigendom van Cornelis Warmels, die dit graf en graf 56 daarna ruilde voor de graven 2 en 3. Eigenaar 1824: Cornelis Warmels. Begraven: verwalter-schulte A.W. Calkoen, 1754.
56. Eigenaar: de erven dr.Petrus Calkoen (1754 en 1765); in 1754 vertegenwoordigd door de weduwe A.W. Calkoen. Later eigendom van Cornelis Warmels, die dit graf en graf 56 daarna ruilde voor de graven 2 en 3. Eigenaar 1824: Cornelis Warmels. Begraven: H.J.Calkoen, 1789.
57. Eigenaar: de erven dr.Petrus Calkoen (1754 en 1765); in 1754 vertegenwoordigd door de weduwe A.W. Calkoen, en Albertien Winkel, de weduwe van Jan van Dalen (1824). Begraven: Arent Winkel, 1815.
58. Eigenaar: brouwer Hendrik Willem Camerlingh en zijn erfgenamen (voor 1754), later Geert Steenbergens erfgenamen (1754 en 1765) en Paulus van der Veen (1824). Begraven: de vrouw van Gerrit Harms ten Kley, 17-9-1806, en de vrouw van Paulus van der Veen, 1808.
59. Eigenaar: brouwer Hendrik Willem Camerlingh en zijn erfgenamen (voor 1754), later Geert Steenbergens erfgenamen (1754 en 1765), Willem Jans Steenbergen, en de erfgenamen van Jan Alberts Koster (1824). Begraven: de vrouw van Willem Jans Steenbergen, 1800, de vrouw van Harmannus ten Kaat, 1814 en de vrouw van W.Bruins Slot, 1818.
60. Eigenaar: Jan Peters en de erven Jan Pieter Leffers (1754, 1765 en 1824). Begraven: Jan Pieter Leffers, 1805.
61. Eigenaar: Jan Peters en de erven Jan Pieter Leffers (1754, 1765 en 1824). Begraven: H.W.Leffers, 1799.
62. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
63. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: de weduwe van H.W.Leffers, 1803, en de weduwe R.ten Hoorn, 25-3-1808.
64. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
65. Eigenaar: Aanvankelijk Rutger Oldewortel, later de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: De gravin van Limburg Styrum, 30-8-1759, en Egbert Smit.
66. Eigenaar: Jan Jeulen, later (1754 en 1765) Egbert Jans Smit en de erven Jan Bruins Slot (1824). Begraven: de vrouw van Pieter Bruins Slot, 1799, en een kind van Jan Bruins Slot, 1819.
67. Eigenaar: Jan Jeulen, later (1754 en 1765) Egbert Jans Smit en de erven Jan Bruins Slot (1824). Begraven: Pieter Bruins Slot, 1822.
68. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Helena Bruins Slot (de vrouw van Hendrikus Kuiper), 1815.
69. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
70. Eigenaar: Jan H. Brunting, later (1754 en 1765) Harm Beuker en diens erfgenamen (1824). Begraven: Jacoba Beuker, 1804, en dokter Kock (gekocht van Beuker), 1819.
71. Eigenaar: Jan H. Brunting, later (1754 en 1765) Harm Beuker en diens erfgenamen (1824). Begraven: de weduwe van Harm Beuker, 1788.
72. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Jacob Hutten, 1806, en Frederik Beuker, 1810.
73. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: de weduwe van Jacob Hutten, 1813.
74. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
75. Eigenaar: Hendrik Carsten en de erven Hendrik Carsten (1754 en 1765). Omdat op de plaats van graf 76 een pilaar kwam te staan, besloten de directeuren van de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen dat graf 75 in verband met verzakkingsgevaar niet meer gebruikt mocht worden. Later kon dit weer wel. In 1821 werd in graf 75 mevrouw Witsenborg begraven.
76. Eigenaar: Hendrik Carsten en de erven Hendrik Carsten (1754 en 1765). Door een verbouwing van de kerk kwam op graf 76 een pilaar te staan. Gezien de benodigde fundering werd dit graf toentertijd geruimd, en kon niet meer voor nieuwe bijzettingen worden gebruikt. Later kon hier wel weer worden begraven. Blijkbaar was de pilaar verdwenen in een volgende verbouwing. In 1821 werd in graf 76 een kind van A.H.Witsenborg begraven.
77. Eigenaar: Hendrik Carsten en de erven Hendrik Carsten (1754 en 1765). Omdat op de plaats van graf 76 een pilaar kwam te staan, besloten de directeuren van de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen dat graf 77 in verband met verzakkingsgevaar niet meer gebruikt mocht worden. Voor het verlies van de graven 75, 76 en 77 kregen de erven Hendrik Carsten de graven 78, 79 en 224 toegewezen. Later kon hier wel weer worden begraven. In 1807 werd in graf 77 mevrouw H.C.Carsten begraven.
78. Eigenaar: Aanvankelijk Berend Wopkes, later de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Uiteindelijk als eigen graf toegewezen aan de erfgenamen van Hendrik Carsten, voor het verlies van bovengenoemde graven. De erven bezitten het graf nog in 1824. Begraven: Berend Wopkes en Jan Struik 30-8-1737.
79. Eigenaar: Roelof Reinders en de erven Roelof Reijnders (1754 en 1765). Later toegewezen aan de erfgenamen van Hendrik Carstens, voor het verlies van bovengenoemde graven. Ze bezitten het graf nog in 1824.
80. Eigenaar: Roelof Reinders en de erven Roelof Reijnders (1754 en 1765). Enige tijd eigendom van Thijs Jannes Thalen. In 1824 eigendom van de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: De weduwe van meester Schut, 29-12-1741. Klaas Veeningen, 1792. Thijs Jannes Thalen, 1804. De vrouw van P.Koster, 1823. Toen P.Kosters vrouw werd bijgezet zou het graf gekocht zijn van Rijnder de Jonge, maar dit eigendomsrecht van Rijnder de Jonge of P.Koster wordt niet bevestigd door de eigendomslijsten uit 1823 en 1824 die de kerk heeft aangelegd.
81. Eigenaar: eerst Rutger Oldewortel (vanaf 25-1-1700), later Rutger Oldewortels erfgenamen, onder leiding van Jan IJbing Oldewortel (1754 en 1765), dan een periode eigendom van de kerk (huurgraf, kerkgroeve), en in 1824 op naam van R.Veningen en J.G.Bakker en consorten. Begraven: de vrouw van Berent Kleinmeijer, 1815.
82. Eigenaar: eerst Rutger Oldewortel (vanaf 25-1-1700), later Rutger Oldewortels erfgenamen, onder leiding van Jan IJbing Oldewortel (1754 en 1765), dan een periode eigendom van de kerk (huurgraf, kerkgroeve), en in 1824 op naam van R.Veningen en J.G.Bakker en consorten. Begraven: de heer H.Brouwer van Amsterdam, 1790.
83. Eigenaar: eerst Rutger Oldewortel (vanaf 25-1-1700), later Rutger Oldewortels erfgenamen, onder leiding van Jan IJbing Oldewortel (1754 en 1765), dan een periode eigendom van de kerk (huurgraf, kerkgroeve), en in 1824 op naam van R.Veningen en J.G.Bakker en consorten. Begraven: de dochter van Klaas Berents Kleinmeijer, 1799, en Klaas Berents Kleinmeijer zelf, 1803.
84. Eigenaar: eerst Rutger Oldewortel (vanaf 25-1-1700), later Rutger Oldewortels erfgenamen, onder leiding van Jan IJbing Oldewortel (1754 en 1765), dan een periode eigendom van de kerk (huurgraf, kerkgroeve), en in 1824 op naam van R.Veningen en J.G.Bakker en consorten. Begraven: Jan Hartman de bakker, 1809, en de weduwe van Jan Hartman de bakker, 1823.
85. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Mr.W.Hidding, 1788, de heer Huidekoper, 1799, en diens vrouw ‘juffer’ Huidekoper, 1811.
86. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Lohmans Berentien, begraven 25-10-1726 in graf 87 en 10-3-1728 verplaatst naar 86.
87. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Landpander Tabingh, 10-3-1728 (nadat Lohmans Berentien was verplaatst naar 86), en ‘juffer’ Hidding, 1800.
88. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Oude vrouw Tabingh en Adam Jans, 1800.
89. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Vrouw Quade (Anna van Helmont), 3-11-1727, en de vrouw van Boomsma, 1780.
90. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: ‘Pastoorse’ De Vriese (de vrouw van ds.Florence Caspar de Vriese) 24-11-1727, en Lucas ten Kate, 2-5-1808.
91. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf, 1765) en Derk Brandligt (1824). Begraven: Sybille Eilbracht, de vrouw van schulte Abraham de Vriese, 25-6-1725.
92. Eigenaar: de weduwe van schulte Engbert Steenbergen (1754 en 1765). Graf 92 lag na een verbouwing naast een pilaar, zodat daar vanwege gevaar voor verzakking geen gebruik meer van mocht worden gemaakt. Als genoegdoening kregen de erven schulte Engbert Steenbergen (Derk Brandligt) graf 91 toegewezen. Begraven: ‘Oude schouten’ (schulten) en hun familieleden.
93. Eigenaar: de weduwe van schulte Engbert Steenbergen (1754 en 1765) en Gerrit Brandligts erven (1824). Begraven: ‘Oude schouten’ (schulten) en hun familieleden, en Harm Wessels, 1782.
94. Eigenaar: de weduwe van schulte Engbert Steenbergen (1754 en 1765) en Gerrit Brandligts erven (1824). Begraven: ‘Oude schouten’ (schulten) en hun familieleden.
95. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Jan Aaldering, 25-10-1746, een kind van Jan Aaldering, 14-11-1746, en Lambert Aaldering, 1818.
96. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Janna (Johanna) Tabings (vrouw van Jan Aaldering), 15-9-1741. Hendrik Tabingh (zoon van Jan Aaldering), 28-12-1758. Een kind van Hs.ten Kaat, 1822. H.ten Kaat gaf in 1823 aan dat hij dit graf had gekocht van de weduwe van L.Aaldering, maar dit werd niet erkend door de kerk en niet bevestigd op de formele lijst van eigenaren van 1824. De erven Aaldering zagen zichzelf voordien als eigenaar van de graven 95 en 96.
97. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Tijmen Peerebooms vrouw.
98. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Tijmen Peerebooms kind.
99. Eigenaar: de vrouw van Roelof Willems Steenbergen (1754 en 1765) en de kerk (kerkgroeve, huurgraf, 1824). Begraven: Hendrik Mertens, 6-1-1808.
100. Eigenaar: de vrouw van Roelof Willems Steenbergen (1754 en 1765) en de kerk (kerkgroeve, huurgraf, 1824). Begraven: Roelof Willems Steenbergen, 23-2-1759.
101. Eigenaar: de vrouw van Roelof Willems Steenbergen (1754 en 1765) en de kerk (kerkgroeve, huurgraf, 1824).
102. Eigenaar: Jan Berends van der Veen, later zijn erfgenamen (1754 en 1765); A.van der Veen (1794) en Gerrit Brandligts erven (1824). Begraven: R. Van der Veen, 1794.
103. Eigenaar: Jan Berends van der Veens, later zijn erfgenamen (1754 en 1765) en Gerrit Brandligts erven (1824). Begraven: de weduwe van Jan Brandligt, 1787, en een kind van Derk Brandligt, 1801.
104. Eigenaar: Jan Berends van der Veen, later zijn erfgenamen (1754 en 1765) en A.van der Veen (1824). Begraven: een kind van G.Brandligt, 1780.
105. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
106. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Annegien van den Bos (een bakkersvrouw van Amsterdam), 17-1-1744.
107. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Kind van de meid van Stantius, 24-12-1742. (‘Kerkgroeve waer in de meijt van Stantius haer kindt heeft laten begraven den 24.december 1742'.) Later werd hier ‘De Koetzier’ begraven, 1783.
108. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Derk Schaaden, 25-12-1741, en Harm Alberts Koster, 8-7-1808.
109. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Meester Schut en Geesje Brandligt, 1780.
110. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Staal (een ‘Hoogduits Docter’), 4-4-1754.
111. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Peter Geerts Timmerman, 24-11-1741.
112. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). In het doophuis gelegen.
113. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). In het doophuis gelegen.
114. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). In het doophuis gelegen. Begraven: de weduwe van J.Huising, 20-1-1807.
115. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). In het doophuis gelegen. Begraven: de dochter van Jacob ter Stege, 116. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). In het doophuis gelegen. Begraven: de weduwe van pastoor Curtenius, 1-2-1735, of N.N, en Pastoor F.C.de Vriese, 8-9-1763, of N.N, en tot slot Hendrik ter Stege, 1795.
117. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). In het doophuis gelegen.
118. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf).
119. Ligt midden voor de kelder, tegen de middenmuur van de boog in de kelder. Kan daardoor niet als graf worden gebruikt.
120, 121, 122: graven van de kerk, welke niet voor het begraven van lichamen gebruikt mogen worden. Een notitie uit 1765: ‘Moeten niet als groeven verkogt nog met doden bezet worden, omdat alhier de ingank van de kelder is.’
123: Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Volgens sommige opgaven mocht ook dit graf niet worden gebruikt, vanwege de ingang van de grafkelder, maar de bronnen zijn er niet eensluidend in. In de praktijk was het echter zo dat dit graf ongebruikt bleef.
Op een onbekende plaats in de kerk, buiten de kruisvorm, lagen onder meer:
154. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: het zoontje van A.ten Kley, 18-9-1807.
155. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: Wolter ten Kley, 10-9-1806.
167. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: de vrouw van Hendericus Bene, 22-6-1808.
168. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: de vrouw van Jannes Jacobs Sempel, 8-7-1808.
189. Eigenaar: de kerk (kerkgroeve, huurgraf). Begraven: de vrouw van Albert Westerhuis, 24-11-1807.
224: De plaats van dit graf is onbekend. Eigendom van de erfgenamen van Hendrik Carsten. Voor de achtergronden: zie bij graf 77.
Aanvankelijk werden de Van Echtens begraven in een eigen grafkelder in de kerk van Ruinen. Elisabeth Geertruid van den Boetselaer, echtgenote van Johan van Echten tot Echten, stierf 4-12-1652 en werd de laatst bekende bijzetting in de Ruiner grafkelder. Haar man was in augustus 1661 voor zover bekend de eerste bijzetting in de grafkelder te Hoogeveen. Tussentijds werd de Hoogeveense kruiskerk gebouwd en werd onder de vloer daarvan de nieuwe grafkelder van de Van Echtens in orde gemaakt. In de kelder van de familie Van Echten te Hoogeveen werden onder meer bijgezet:
A-- Augustus 1661, Johan van Echten tot Echten, heer van Echten, geboren 7-9-1618, overleden 6-8-1661. Vader van C.
B-- 1671/1672, ritmeester Hendrik van Echten, overleden tussen 24-6-1671 en 29-5-1672, broer van A.
C-- Mei 1735, Roelof van Echten tot Echten, heer van Echten, geboren 13-4-1648, overleden 2-5-1735, echtgenoot van de volgende.
D-- In de periode 30 september en 1 oktober 1689, Johanna van Hardenbroek, overleden 22-9-1689, moeder van de volgende.
E-- 29-11-1675, een dochter van Roelof van Echten tot Echten en Johanna van Hardenbroek, geboren en overleden op 26-11-1675, zusje van de volgende.
F-- 11-3-1757, Johan van Echten tot Echten, heer van Echten, geboren 8-7-1680, overleden 27-2-1757, echtgenoot van de volgende:
G-- 17-5-1779, Allegonda Susanna van Haersolte, derde vrouw van de vorige, geboren 8-7-1702, overleden 9 of 10-5-1779. Ze was moeder van de volgende personen.
H-- December 1739, Maria Elisabeth van Echten, geboren 3-10-1738, overleden december 1739, zus van de volgende.
I-- Augustus 1781, Rolina Jacoba van Echten, geboren 21-2-1736, overleden 22-8-1781, zus van de volgende.
J-- Januari 1795, Rhijna Allegonda van Echten, geboren 6-12-1734, overleden 13-1-1795, zus van de volgende.
K-- 21-9-1797, Roelof van Echten tot Echten, heer van Echten, geboren 5-10-1731, overleden 16-9-1797.
L-- November 1798, Anna Wilhelmina Tjarda van Starkenborgh, echtgenote van voorgaande, geboren 14-8-1740, overleden 22-11-1798.
Andere Van Echtens die mogelijk of waarschijnlijk ook in de kelder zijn bijgezet waren:
M-- Rutger Van Echten, zoon van A en broer van C, kapitein en later majoor, ongehuwd overleden voor 1719.
N t/m R-- Enkele van de vijf kinderen van B, te weten: Wijnand Harmen, Rudolph Hendrik, Anna Wilhelmina, Maria Elisabeth en Alida Agnes van Echten.
S-- Henriette Sophia van Echten, dochter van C, geboren 29-4-1683, overleden 22-2-1684.
T-- Roelof van Echten tot Echten, gedoopt 21-6-1720 te huize Echten en vier weken oud overleden, zoon van C.
U--Elisabeth Geergruid van Echten, dochter van F, geboren 30-10-1739, overleden 24-8-1812.
V-- Johanna Henriette van Echten, dochter van F, geboren 26-3-1737, overleden 31-3-1827.
Uit een rekening, verstuurd door de kerk aan C, Roelof van Echten tot Echten, wordt duidelijk dat Arend Metselaar, metselaar te Hoogeveen, in 1720 aan de grafkelder heeft gewerkt. Dat moet zijn geweest in verband met de begrafenis, de bijzetting in de grafkelder, van T. Daarvoor moest het zand uit de graven 120, 121 en 122 worden gespit, moesten stenen van de grafkelder worden verwijderd, en moest uiteindelijk na de bijzetting de kelder weer worden dichtgemetseld en het zand worden terug gedaan. De tekst van de afrekening luidt als volgt:
"Den Hoogh WelGeboren Gestrenge heer, de Baron van en tot Echten Heere tot Echten en Echtens Hogeveen, Drossardt van Coevorden en der Landschap Drenthe, Debet an de Wedw. Lomans -
1720. 1 tonne kalck, door mr. Arendt Metselaar in de karcke tot de kelder f -,13,-.
1721. Den 21 April 5 tonne kalck f 3,15,-
15 dito 4 ½ tonne kalck f 2,15,8
Somma f16,16,8
Den inhouds deses is mij door sijn HWGeb.Gestr. voldaan, Echtensveen den 14 octob. 1721. C.E.Tabings."
Men metselde toentertijd met een mengsel van kalk en zand. De muren werden daarna wel vlak gemaakt en gestukadoord met kalk. De grote hoeveelheid kalk, welke in april 1721 in de grafkelder werd gebruikt, 9 ½ ton, duidt er op dat Arend Metselaar toen groot onderhoud heeft uitgevoerd en de muren van de kelder opnieuw met kalk heeft bestreken. Met ingang van 1 januari 1829 mocht er niet meer in de kerk van Hoogeveen begraven worden. Daardoor was het ook niet meer mogelijk om in de grafkelder van de Van Echtens een lichaam bij te zetten.