
DE TOREN VAN DE
NEDERLANDSE HERVORMDE KERK
VAN HOLLANDSCHEVELD
ALBERT METSELAAR

Het hoogste en bekendste punt van het dorp Hollandscheveld, is het puntje van de kerktoren. Het moet ongeveer 30 meter hoog zijn. Het is tevens het bekendste punt, dat je overal weer tegen zult komen. Boven op de kerktoren vinden we een windvaan, in de vorm van een glimmende koperen veenschop. De veenschop herinnert aan het veenkoloniale verleden van Hollandscheveld. Het exacte type van de gebruikte veenschop is enigszins onduidelijk. De veenschop stond model voor de schop in de vlag van Hollandscheveld. Het was de bedoeling dat in deze vlag de windvaan van de kerk terug zou komen, en voor dat doel werden tal van boeken nagezien op afgebeeld veengereedschap. De windvaan leek nog het meest op een zogenaamde ‘schoffel’, een schep met een enigszins hartvormig blad, waarmee de bovenlaag van het veen werd weggeschept. Maar hij leek toch niet helemaal. De indruk bestaat dan ook, dat de onbekende maker van de windvaan wel een veenschop als model heeft gebruikt, maar daarna deze naar eigen inzicht heeft gestileerd en gemodelleerd Dit is onder meer nodig geweest om in de steel van de schop een stevig draaipunt te creëren, dat over het puntje van het torenkruis geschoven kon worden. Van geen enkele andere kerk is bekend dat er een schop als windvaan bovenop werd geplaatst. De schop werd als onderdeel van de vlag overgenomen op petten, T-shirts en wat al niet meer. Het werd een rage in het dorp om de vlag, met de schop, mee te nemen naar plekjes over de hele aarde, en dan een foto ervan op te sturen naar de dorpskrant.
Hoezeer de veenschop op de kerk model stond voor het leven van de veenarbeiders, ook al in vroeger dagen, mag wel blijken uit de tekst van het openluchtspel ‘De Nevelhekse’, dat op koninginnedag 31 augustus 1935 werd opgevoerd, op de markt te Hoogeveen. In het stuk werden de mensen meegenomen naar de grotendeels verzonnen wereld van 1704. De heer van Echten sprak daar een fictieve volksvergadering toe, waarin alle rangen en standen van het dorp Hoogeveen vertegenwoordigd waren, met de volgende woorden: ‘Mijne heren, op heden de 79e verjaardag van de stichting onzer veenkolonie Echtens-Hoogeveen is het mij een genoegen U hier allen aanwezig te zien. Gij stelt daarvoor belang in de daden van het dagelijks bestuur van Uw landschap. Wij willen dankbaar in herinnering roepen, hoe 79 jaren geleden Jonkheer van Echten hier onze kolonie Echtens-Hoogeveen heeft gesticht door het kopen van 5000 morgen veen, en hoe gij, nijvere veenarbeiders - die als beeld van uw werk de schop ziet op de toren van de Hervormde Kerk in de Hollandsche Velden - kwamen om de venen af te graven, hetgeen later vruchtbare landouwen zullen kunnen worden. Veel turf hebt gij reeds gegraven, maar méér is er nog te graven, waardoor gij en uw nageslacht nog eeuwen arbeid zult kunnen vinden."
Onder de windvaan vinden we een smeedijzeren torenkruis, dat met zijn beide zijarmen naar het noorden en het zuiden wijst. Het kruis zit enigszins weggewerkt in eenvoudige versieringen. Zo is er een vierkant op zijn punt over de plaats gesmeed waar de armen van het kruis elkaar raken. Op de uiteinden van de beide armen van het kruis vinden we pijlpuntachtige vormen, met een enigszins afgeronde puntvorm. Deze punten hebben wel iets weg van het op de wind gerichte gedeelte van de windvaan, de veenschop, en opvallend genoeg is deze hartvormige puntige vorm precies het blad van de ‘schoffel’, de veenschop waaraan gedacht wordt als model voor de windvaan. De indruk bestaat dan ook, dat op de kerk van Hollandscheveld niet één, maar wel drie veenschoppen staan. De stelen van de beide veenschoppen in torenkruis vormen samen de horizontale balk van het kruis.
Onder dit torenkruis vinden we een vergulde bol. Bol en kruis roepen samen herinneringen bij mij op aan oude schilderijen van vorsten, afgebeeld met de wereldappel als symbool van hun macht in hun handen of op een fluwelen kussen ernaast. Op een dergelijke wereldappel is nogal eens een kruis afgebeeld. De bol en het kruis symboliseren dan de wereldlijke macht van de heerster, welke wordt overheerst door de macht van Christus, namens wie hij regeert en welke in feite de ware heerser van de aarde is. De torenspits van Hollandscheveld wil, binnen deze symboliek, de mensen zeggen dat er op deze aarde maar één ware heerser is: Jezus Christus. Als we de punten van het kruis als veenschoppen interpreteren, krijgen we ook iets als: ‘Ons kruis is het harde werken in het veen.’ Bij deze woorden herinner ik me de woorden van Genesis 3:19: "In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt......" Hoe letterlijk ging dit vaak niet op voor de veenarbeiders! Windvaan, torenkruis en bol staan los op de punt van de toren. Ze zijn namelijk bevestigd op een gietijzeren constructie met onderaan omgebogen punten, welke als een soort opengewerkte vingerhoed over het puntje van de toren werd geschoven.
Het met leien afgezette puntdak van de toren begint van boven redelijk rond, maar loopt uit in een achtkantige grondvlak. Het bovenste gedeelte van het schuine vlak is vrij recht. Van onderen zit er een kromming in, waardoor het dakgedeelte vlakker wordt, en een hoek van ongeveer 45 graden lijkt te maken. Onder de dakrand springt de wand van het torentje enigszins terug en gaat over in een achtkantige houten constructie, ogend als een zuilengalerij met halfronde bogen. De openingen tussen deze zuilen vormen de galmgaten van de onder deze constructie opgestelde klok. De klok hangt wel in, maar niet aan het torentje, en heeft een eigen ophanging, steunend op het torengedeelte eronder. Het was aanvankelijk niet de bedoeling ook de torenspits bij de restauratie van de kerk te betrekken, althans voorlopig niet. Bouwbedrijf Visscher kwam tijdens de restauratie echter tot de ontdekking dat men niet langer moest wachten. De staanders waren totaal verrot, waarschijnlijk omdat de zon er nooit op kwam om ze te drogen. De hele zaak was zo verrot, dat je de torenspits kon bewegen, als je er tegenaan duwde. Als langer was gewacht, zou de spits bij een flinke storm naar beneden zijn gekomen. Op woensdag 11 september 1974 werd de hele torenspits van de toren gehaald, met behulp van een hydraulische kraan van de gebroeders Van der Leest uit Emmen. Dit alles onder toeziend en bewonderend oog van veel Hollandschevelders, vooral schoolkinderen, omdat het net mooi hun vrije woensdagmiddag was. De hele operatie nam ruim anderhalf uur in beslag. President-kerkvoogd meester K.Bakker, architect Kruithof en A.Visscher van het gelijknamige bouwbedrijf werden die dag met de windvaan, de veenschop, in handen op de foto gezet voor het Hoogeveens Dagblad van 12 september. Deze foto, hierboven weergegeven, toont links Kruithof, in het midden meester K.Bakker en rechts Visscher. Op de veenschop zijn de beschadigingen te zien, die aan de Tweede Wereldoorlog herinnerden. De Nederlandse SS scheen het leuk te vinden om op de schop te schieten, met gevolg dat er twee deuken in kwamen.
Het complete houten boventorentje, zuilengalerijtje met puntdak, werd opgetild en op de noordkant naast de kerk gezet. Zowel kerk zonder torentje als torentje naast de kerk waren een opmerkelijk gezicht. Timmerman en Drents dichter Lambertus van der Sleen kreeg de opdracht het houtwerk van het torentje te herstellen. Zijn onderzoek wees uit, dat het houtwerk zo finaal verrot was, dat reparatie eigenlijk geen zin meer had. Hij heeft dan ook ter plekke, naar het voorbeeld van het oude torentje, een compleet nieuw torentje gebouwd, in samenwerking met onder meer Bert Visscher, van bouwbedrijf Visscher. Het bovenstuk van de toren is dan ook niet ouder dan de restauratie. De windvaan, de veenschop, bleef origineel en kwam na flink opgeknapt te zijn weer boven op het torentje te staan. Met steel en al bleek de veenschop ruim een meter lang te zijn, niet veel groter dan een ‘gewone’ schop. Op woensdag 23 april 1975 was het werk aan de torenspits geheel afgerond. Een kraan uit Emmen hees de spits tegen 09.00 uur weer op de toren. Het was bijna windstil en ideaal zonnig weer, toen het gevaarte omhoog ging en behoedzaam op de ‘stoel’ werd neergelaten. Ook de plaatsing van de spits trok veel belangstelling. President-kerkvoogd meester Bakker was ambtelijk aanwezig, maar daarnaast ook als hoofd van de ds.Kooimanschool, met ruim 200 kinderen in zijn kielzog, voor wie het uitstapje naar de kerk een onverwachte en welkome onderbreking was van de lessen.
Klokkenluider was van begin af aan de koster, als eerste meester Geert Roelofs Raak. In 1893 is de klokkenluider enige tijd in staking gegaan, uit protest tegen de prediking van de predikant, ds.Jansonius. Vanaf 19 november 1893 werd de klok niet meer geluid, zo lezen we in de notulen van de Kerkvoogdij. De klok in de kerktoren had een belangrijke functie bij brand, waar dan ook in de omgeving. Dat wordt duidelijk uit de discussie die op 29 januari 1874 gevoerd wordt binnen de Vereniging Hollandscheveld over het aan te stellen personeel van de toentertijd op te richten vrijwillige brandweer. De gemeente Hoogeveen kreeg het volgende advies: ‘Wat overigens het personeel tot bediening der spuit aangaat, zou het bij de uitgestrektheid van deze streek verkieslijk zijn, dat het woonachtig is in de nabijheid der plaats waar de spuit staat, en waar het luiden der torenklok gewoonlijk brand aankondigt en dit zeer gevoeglijk tot een sein voor het personeel der brandspuit kan dienen zou hare plaats niet ver van de kerk verwijderd dienen te zijn. Aangenomen dat de spuit geplaatst wordt in de nabijheid van de kerk, dan zouden alle mannelijke personen, wonende binnen een kring op een kwartier afstand om de kerk getrokken, geschikt zijn om het bedienend personeel van de brandspuit uit te maken, uitgezonderd: de predikant, de geneesheer, de onderwijzers en de schippers. Bedoelde kring strekt zich uit op de streek Hollandscheveld tot de woningen van H.Sterken en B.Kaptein, op het Zuideropgaande tot het Oostopgaande, op (het) Rechtuit tot David Kleine en F.Fieten met inbegrip van het Zandwijkje en de Hoek tot de woning van Jan H.Booy, en op Krakeel tot de woningen van J.W.Prigge en J.H.E.Prigge.’
De ‘bedoelde kring’ maakt mooi duidelijk waar de kerkklok nog goed te horen was, zodanig dat mensen er bij brand op zouden reageren, en welke woningen te ver weg stonden. We hebben het hier wel over een periode waarin er nog maar weinig achtergrondgeluiden waren. De spuit is er trouwens in 1874 inderdaad gekomen. De klok wordt nog steeds zo af en toe uitgebreid geluid. Als op de laatste zaterdag van augustus ieder jaar de feestweek van het dorp wat betreft de feesten wordt afgesloten, luidt de klok om 23.30 uur het einde in. Als ieder jaar op 4 mei de stoet vertrokken is van het herdenkingsmonument bij de kerk, en aangekomen is op de begraafplaats, luidt de klok eveneens. De deelnemers aan de herdenking houden stilte in acht en de rest van de dorpelingen en streekgenoten worden herinnerd aan dit feit.
De zuilen van het torentje rusten op een grondvlak, waar omheen een smeedijzeren hek geplaatst is. Dit niveau van de toren kan belopen worden. De traditie om hier op oudejaarsavond om 24.00 uur het ‘uren, dagen, maanden, jaren’ te blazen op het koperwerk van de plaatselijke muziekvereniging, stamt al van voor de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk speelden leden van De Bazuin, later van de gecombineerde vereniging Juliana-De Bazuin. In de dertiger jaren stonden hier voor het eerst fotograven, opnames makend voor ansichtkaarten. De plaatjes tonen nog steeds het fantastische uitzicht over het oude dorp. Wie hier rondloopt, zal zijn gevoel van veiligheid niet ontlenen aan het hekwerk. Dit is eigenlijk te laag om echt praktisch te zijn. Het komt een gemiddelde man maar net tot zijn broekriem. Het is dan ook niet echt bedoeld voor de veiligheid, zoals we nog zullen constateren. In de Tweede Wereldoorlog was de toren juist gevorderd om dit plateau. Er werd wacht gelopen door brandwachten. De SS in de school naast de kerk stelde er zijn wachtposten op. Alle wachtposten rond de kerk hadden slechts zicht op een gedeelte van het terrein, behalve de post op de toren. Vanuit dit punt konden ze de hele omgeving overzien en onder vuur nemen, zodat er geen enkele gevangene ongezien kon ontsnappen.
Auke Pattist, één van de beruchte SS-officieren uit de school, vertelde erover: "Er werden mensen gevangen genomen, boerderijen bezet, radio-ontvangers en zenders, wapens en explosieve stoffen gevonden. In totaal werden ongeveer 80 man in Hollandscheveld en 10-15 kilometer in de omtrek gevangen genomen en verhoord. Deze gevangenen werden in twee klassen van de school naast de vastgehouden. Daar zijn ze tussen één en drie weken gebleven. Bij deze hele actie viel één gewonde. Een man probeerde uit de school te ontsnappen. Hij rende hard weg en sprong in het kanaal om onder de brug te verdwijnen, maar werd door een van onze schildwachten, die boven op de kerktoren stond, in zijn been aangeschoten. De wond was niet erg, glad doorschoten. De Nederlandse dokter van Hollandscheveld (Reynierse) heeft hem, na aanvankelijke tegenzin, behandeld en verbonden. Wij hadden geen dokter in Hollandscheveld, die was in Hoogeveen."
De uitstekende rand onder het plateau met de hekken, een zogenaamde waterlijst, heeft dezelfde functie als de overstekende rand boven het houten zuilengalerijtje. Het regenwater loopt nu niet naar beneden via de zich eronder bevindende rand, maar valt vrij naar de etage beneden de wand. In dit geval spaart het regenwater via deze constructie enigszins de wijzers en de wijzerplaten van het uurwerk, welke zijn opgesteld tegen de houtwand beneden het te belopen plateau. Het uurwerk is nog niet oud. Bij de restauratie bleek het oude uurwerk , hier voor het eerst geplaatst in 1904, zo versleten te zijn, dat er een nieuwe moest worden geïnstalleerd Er zijn nu vier wijzerplaten, zodat van alle kanten te zien is hoe laat het is, maar oorspronkelijk miste de wijzerplaat op het oosten. Deze werd bij de restauratie aangebracht. Het uurwerk in de klokkentoren voldeed goed, mits er maar voldoende zicht op was. De bomen rond de kerk groeiden uiteindelijk zo hoog op, dat dit zicht werd belemmerd. Dit werd sinds de tram door de streek reed als hinderlijk ervaren. Kon daarvoor iedereen zijn dingen in zijn eigen tempo en op zij eigen tijd doen, de tram eiste structuur en stiptheid, anders was hij weg. Op 14 augustus 1911 schreef de Vereniging Hollandscheveld in een brief aan de kerkvoogdij: ‘....dat sedert de tram hier is aangelegd, velen nauwkeuriger op de tijd letten dan vroeger, dat het uurwerk in de toren ook voor vreemdelingen van veeldienst is, dat nog meer dit uurwerk op prijs zou gesteld worden, indien van de kant van Zuideropgaande ook op de klok kon gezien worden, waardoor de Vereniging Hollandscheveld u beleefd verzoekt de bomen bij de kerk zodanig te willen laten snoeien of kappen, dat personen van ‘t Zuideropgaande komend, op de torenklok kunnen zien.’
Op de ledenvergadering van de Christelijke Mannenvereniging kwam 6 november 1919 ter sprake ‘of het niet mogelijk zou zijn, het uurwerk in de toren wat juister de tijd te laten aanwijzen en ook of er niet één keer meer per uur geluid kan worden. Daar de toren, uurwerk en bengel het eigendom zijn van de Nederlands Hervormde Gemeente kan er wellicht invloed uitgeoefend woorden. De voorzitter (ds. Kooiman) zal met het college van kerkvoogden hierover spreken. Meer gewenst zou het wellicht wezen, dat uurwerk en bengel het eigendom van de burgerlijke gemeente was, daar dit een zaak van algemeen belang is.’ Ds.Kooiman bracht 20 januari 1920 verslag uit. Hij deelde mee ‘met de kerkvoogden gesproken te hebben over meer luiden van de klok. Doch meer arbeid brengt meer kosten met zich (mee). De heren Veld en Dekker worden aangewezen als commissie om met de heren kerkvoogden hierover te spreken.
Op 4 maart 1920 ‘komt de klok-geschiedenis weer aan de beurt. Geert Veld brengt verslag uit; en dat de kerkvoogden er ook wel (mee) instemmen om twee keer vaker per dag te luiden, maar dit zit nu vast op de koster, hoeveel hij daar voor verdienen moet. Besloten wordt om een commissie te benoemen en dan zo spoedig mogelijk de kerkvoogden te verzoeken om met de koster in overleg te gaan. Deze commissie wordt benoemd en wel voor het Hollandscheveldse opgaande om daar te collecteren: Wemmenhove en Damming. Rechtuit: J.Booy en K. Vaartjes, en A. Ten Hoeve en G. Veld om het Zuideropgaande te bezoeken tot Schutswijk. Men moet in beperkte kring blijven, om reden (dat) de mensen die ver van de toren wonen er niets voor over hebben, omreden (dat) ze dan toch geen klok horen luiden. Men is van gedachte dat er wel 35 a 40 gulden voor opgehaald moet worden.’
Uit de notulen van 22 maart 1920 halen we dat er wordt meegedeeld ‘dat gevraagd wordt voor twee keer luiden (per dag) de som van f 60,’ per jaar. Men vreest dat er nu niets van komen zal. De commissies ervoor benoemd moeten eerst maar eens rondgaan en dan kan een nadere beslissing genomen worden. Notulen 20 januari 1921: ‘De commissie voor klokluiden deelt mede, dat voor het luiden f 60,- gevraagd wordt. Dit kan onze vereniging niet betalen en zij stelt daarom voor de zaak te laten rusten. Aldus wordt goed gevonden.’ Tot zover de notulen. De voorbeelden illustreren het belang van deze klok en het uurwerk voor het dorp, en hoe de bevolking zich daarvoor inzette.
Dat werd nog eens extra duidelijk in 1975, toen in het dorp een actie werd gehouden voor een vierde wijzerplaat, op het oosten, en verlichting van het uurwerk. Zaterdag 8 februari 1975 was er een feestdag in zaal Mol, ter afsluiting van een grote huis-aan-huis-collecte van de voorafgaande week. De feestdag begon zaterdag al om 10.00 uur, toen er een geluidswagen door het dorp reed. ‘s Middags van 14.00 uur tot 18.00 uur werden er in zaal Mol films gedraaid. In verband met deze bijzondere manifestatie werd de zaal gratis beschikbaar gesteld. Het waren een kinderfilm en de bekende in 1959 opgenomen dorpsfilm van oud-Hollandscheveld. Parodist Bob West verzorgde een optreden en liet de zaal ouderwets lachen. ‘s Avonds kon men bij Mol luisteren naar muziekvereniging Juliana-De Bazuin en de band No Name Ltd. Tijdens de feestavond werd er gekiend onder leiding van dhr. H.P.Schonewille (‘Henke Piet’), terwijl er ook een verloting werd gehouden. De middenstanders van het dorp steunden de actie door hun gulle giften van spullen voor de loterij. De organisatoren van de actie waren de week ervoor in het openhuis programma van de RONO, een voorloper van Radio Drenthe, en R.Veltman en L. ten Caat gaven namens Juliana-De Bazuin en No Name Ltd. een interview aan de Hoogeveensche Courant. De hele actie moest in totaal f 10.000 opbrengen. Veel tijd om dat geld op tafel te krijgen was er niet, want de restauratie was in volle gang en wijzerplaat en verlichting zouden daarbij meegenomen moeten worden. "Doen kunnen wij alles, maar dan ook alleen samen", stelden de organisatoren. Deze woorden werden bewaarheid. Zaterdagavond 8 februari 1975 om 23.00 uur was er een bedrag bij elkaar van ongeveer f 12.000,-! Er was dus zelfs veel te veel geld opgehaald! Wat teveel was, ging naar Plaatselijk Belang, die het weer ten goede deed komen aan een doel in het dorp. De vierde wijzerplaat en de verlichting werd aangebracht. De verwachting was, dat dit werk eind juni 1975 klaar zou zijn. Onder de bevolking van Hollandscheveld ontstond enige ongerustheid, toen er in augustus nog niets aan de toren was gedaan. De gerestaureerde en vers geschilderde zijkanten van de toren toonden nog niet één wijzerplaat. Doordat men, volgens ds.Bouwstra, wat langs elkaar heen heeft gewerkt, zou het uurwerk pas in september aangebracht kunnen worden
Onder het de houten wanden met de wijzerplaten vinden we weer een uitstekende waterlijst, voor het afvloeien van het regenwater. De waterlijst rust aan één kant, de westkant, op de voormuur van de kerk en staat verder met enkele lage houten wanden op het dak van de kerk. De beschrijving maakt duidelijk dat er flink wat hout verwerkt is in de toren van de kerk. Sterker nog, vrijwel de hele toren is van hout. Dit hout is momenteel crèmewit geschilderd, met op de hoeken grijze stroken. Volgens de beschikbare stukken is deze kleur bij de restauratie gekozen, omdat dit overeen kwam met wat te zien was op oude ansichtkaarten. Men trachtte dus blijkbaar de toren in de oorspronkelijke staat terug te brengen, maar nam daarvoor veel te jonge ansichtkaarten. Foto’s uit het begin van de 20e eeuw geven een andere indruk. De pilaren van het boventorentje lijken wit, evenals een verbindende rand van de daarop staande bogen, maar de rest van het boventorentje is donkerder. Het houtwerk van de wanden waarop de wijzerplaten bevestigd zijn komt licht over, waarschijnlijk dus wit geschilderd, maar de gedeelten binnen de draaicirkel van de wijzers zijn erg donker. Het houtwerk op het dak van de kerk, onder de laagste waterlijst, is donkerder afgebeeld dan men bij witgeverfd houtwerk zou mogen verwachten. De oorspronkelijke kleurzetting van de toren van de kerk is niet bekend (zwart-wit foto’s geven nu eenmaal geen indicatie van de kleurschakeringen) maar de ansichtkaarten bewijzen dat de toren in ieder geval niet crèmewit was, met grijze randen. Eerder was het omgekeerd: Grijsgeschilderd houtwerk, met sommige crèmewitte gedeelten.
De witte toren komt in het donker prachtig uit, doordat er schijnwerpers op gericht staan. Zo is de toren ook ‘s nachts een baken voor de wijde omgeving. De toren wordt zo vereenzelvigd met het dorp zelf, dat de Activiteitencommissie ‘t Oekie (de organisatie die ondermeer de jaarlijkse feestweek organiseert) de toren opgenomen heeft in haar logo. Verder vinden we de toren van de kerk in de kop van de plaatselijke krant, ‘ d’Ollansevelder’. Er staat hier inderdaad ‘de toren’, en niet ‘een deel van de toren’, en er kan met een gerust hard worden gezegd dat vrijwel de hele toren van hout is. Want 80% van wat over het algemeen voor toren wordt aangezien, is feitelijk geen toren. De toren van de Hervormde kerk van Hollandscheveld is eigenlijk niet meer dan een groot uitgevallen dakruiter. Een dakruiter is een ‘torentje, meestal van hout, met een spits of koepel, dat op de nok van het dak van een gebouw schijnt te rijden, meestal op de kruising van een kerkdak.’ De houten toren van Hollandscheveld voldoet min of meer aan deze beschrijving. De houten constructie van de toren is gebouwd op de nok van het dak en op het houtwerk van de gebinten eronder. In tegenstelling tot wat je als bezoeker denkt te zien, is de toren niet meer dan datgene wat op het dak staat.
Voorgaande opmerkingen vragen om een verklaring. Deze is te vinden als we de voorgevel van de kerk bezien. Als voorgevel bedoel ik in dit geval de westgevel van de kerk, waarin de hoofdingang zit. De hoofdingang is een via twee gemetselde treden toegankelijke donkergroen geschilderde deur, omgeven door een ogenschijnlijk uit zware witte stenen opgebouwde poort, met daarboven een waterlijst. In het geheel van de gevel lijkt deze deur te zitten in het onderste deel van de toren, waarbij de zware stenen de stevige onderbouw van de toren suggereren. Boven deze stenen gaat een enigszins uit de gevel stekend muurgedeelte omhoog, dat uitloopt in de witte houten toren. Het geheel suggereert een vrijwel geheel in de kerk ingebouwde toren. Dit is suggestie, omdat in de kerk zelf geen torenmuren en geen toren te zien is. De suggestie wordt nog versterkt door een waterlijst, half tussen de hoofdingang en het witte torentje, welke het zogenaamd in de kerk ingebouwde deel van de toren in tweeën lijkt te delen. Echte torens zijn nogal eens opgebouwd uit meerdere segmenten, etages.
Wie voor de hoofdingang staat, maakt kennis met een optisch grapje. Hij of zij krijgt de indruk voor een ‘echte’ toren te staan. Wie hier omhoog kijkt, ziet de geledingen van de toren overgaan in het witte houten bovenstuk. Omdat de onderste ‘segmenten’, de muurgedeelten onder en boven de waterlijst op de voormuur, meters hoog zijn, verwacht onze beleving ook een hoog bovenstuk. Daardoor krijgen we de indruk met een zeer hoge toren te doen te hebben. Maar de hoge toren zelf bestaat alleen in onze geest, opgeroepen door de uitstekende muurdelen en de waterlijst, en het bovenstuk is in werkelijkheid veel kleiner dan onze ogen ons willen doen geloven. Nu wordt ook duidelijk waarom het hekwerk op de toren zo laag is. Wat ver weg is, is klein. Als het hekwerk een goede veilige hoogte had, voor wie op de toren loopt, zou het hoger moeten zijn. Maar om de optische illusie in stand te houden, is er juist een laag hekwerk nodig, dan lijkt het bovenstuk van de toren verder weg. Dit los van het feit dat de 19e-eeuwse mens kleiner was dan de 20e- en 21e-eeuwer.
De voorgevel van de kerk is bijna volkomen symmetrisch opgezet. Links en rechts zijn gespiegeld. We vinden dit terug in de muurankers, de ramen en de gedenkstenen. De enige spelbrekers in dit gespiegelde lijnenspel vormen de bordjes met het huisnummer en de vermelding van de tijden van de diensten. De tekst op en de achtergronden van de gedenkstenen werden hiervoor al behandeld. De voorgevel is links en rechts afgezet met een ietwat uitstekend metselwerk, waarmee de indruk verkregen wordt dat hier sprake is van een steunbeer. Van steunberen bij deze kerk is echter geen sprake. Het gevolg is wel, dat ter linker en ter rechterzijde van de gevel opwaartse lijnen in het metselwerk werden gecreëerd, waardoor de hoogtelijnen extra werden geaccentueerd. Opvallend zijn ook de ramen inde voorgevel. Hoewel de hoogte van de ramen kan verschillen, is de breedte overal gelijk, zelfs bij het ronde raam onder de toren. De ramen zijn van boven afgezet met een gemetselde boog. Het glaswerk is gezet in een metalen raamwerk, dat de ronde vormen van de bovenkant van het raam blijft volgen. Door een stelsel van horizontale en verticale spijlen in dit raamwerk, zijn de ramen opgedeeld in ruimten voor kleinere stukken glaswerk. Glas was duur, grotere stukken glas waren extra duur en zouden in hun geheel sneuvelen als er iets met het glas gebeurde. Daardoor waren kleinere stukken glaswerk een voor de hand liggende praktische keus. Eigenlijk is het jammer dat er een pastorie ten westen van de kerk werd gebouwd. Omwille van de schoonheid van de gevel zou hier een open ruimte moeten zijn, waardoor de gevel gemakkelijker te bewonderen en te fotograferen zou zijn. Maar ja……. de kerk is nu eenmaal niet alleen gebouwd om mooi te kunnen bekijken.