
PETER WILSON
EVANGELIST VAN DE ROOIEN
ALBERT METSELAAR
PETER WILSON, EVANGELIST
Wie de Maranatha-conferentie van 1930 te Hollandscheveld als uitgangspunt neemt, en de reacties en gevolgen daarvan probeert te beschrijven, komt onder meer uit bij de vorming van een Vergadering van Gelovigen te Nieuweroord, de voorganger van de Vergaderingen van Nieuwlande, Hollandscheveld en het Zuideropgaande. Wie vanuit het heden terugkijkt op de geschiedenissen van deze vergaderingen, zal constateren dat er meerdere factoren waren, waardoor de Vergadering van Nieuweroord ontstond. Het ontstaan ervan houdt mede verband met de vorming van Vergaderingen elders in Drenthe en het evangelisatiewerk van de Schotse evangelist en zendeling Peter Wilson. Deze maakte zijn levenswerk van het brengen van het evangelie onder de ‘rooien’, zoals hij zelf zijn achterban wel noemde. De arbeiders in de Drentse venen.
In het Schotse Chirnside woonde in het midden van de 19de eeuw arbeider William Sommerville Wilson. Hij was sinds 7 mei 1860 getrouwd met Mary Johnston. Ze kregen zeker acht kinderen: Maggy, Willy, Eleanor, Sarah, Mary, Minnie, Peter en Joe. Peter (uitgesproken als Pieter) werd 14 september 1876 geboren, om 12.30 uur ‘pm’, zoals we lezen in zijn geboortegegevens. Het materiaal waaruit zijn levensverhaal is samen te stellen, is beperkt. Een fotocollectie en een map met nagelaten papieren, voornamelijk zakelijke stukken, dat is alles. Peter Wilson heeft geen levensherinneringen nagelaten, en wat zijn zoon Sidney later als herinneringen over hem op papier zette, is beperkt tot enkele aantekeningen. Uit deze kleine verzameling persoonlijke papieren, krijgen we het volgende beeld van Peter Wilson:
Peter groeide op en kwam aan de kost als fabrieksarbeider. In deze periode kwam hij tot bekering, als bezoeker van de samenkomsten van de Vergadering van Gelovigen van Chirnside. In een oude bijbel van Peter Wilson vond zijn zoon Sidney later een aantekening, met de boodschap dat hij voor de tweede keer geboren werd op 9 februari 1893. Dat was de dag waarop hij zijn bekering doormaakte. Hij was toen 16 jaar oud. De Vergadering van Gelovigen, ‘the Brethren’ - de Broeders - zeiden ze, was in die dagen al opgedeeld in twee hoofdstromingen. Peter was lid van de zogenaamde Open Broeders. De open Broeders aanvaarden iedereen als lid, als hij door middel van een persoonlijke getuigenis te kennen geeft tot geloof gekomen te zijn. De Gesloten Broeders verwachten dat iemand een soort attestatie kan laten zien, een schriftelijk bewijs dat hij elders als lid toegelaten is en als zodanig is gedoopt, met de volwassen doop, door onderdompeling. Zo niet, dan zal hij pas als lid aanvaard worden nadat hij van begin af aan bij hen de gebruikelijke procedure heeft gevolgd. Dit houdt in dat hij enige tijd als ‘leerling’ in de samenkomsten aanwezig is, daar van zijn geloof moet getuigen in woorden en levenswandel en uiteindelijk in de Vergadering gedoopt zal worden, alvorens toegelaten te worden tot de broodbreking.
Deze broodbreking, de grotere kerkgenootschappen spreken van avondmaal, heeft iedere zondag plaats, bij beide hoofdstromen. Daarmee herdenkt men het Verbond en benadrukt men de onderlinge broederschap. De Vergaderingen willen geen kerk vormen, maar een beweging, die alleen de Bijbel als leidraad erkent. Geen van beide hoofdstromen houdt er een ‘kerkelijke’ administratie op na. De leden worden niet geregistreerd en men hanteert geen notulenboeken. De Heilige Geest zal hen leiden en Deze weet precies wat er in de mensenharten omging, wat goed is om te herinneren en wie echt behouden is. Kortom, de geschiedenis van de Vergaderingen van Gelovigen is, vergeleken met de geschiedschrijving van geïnstitueerde kerkgenootschappen, een regelrechte ramp. Als ooggetuigen en secundaire bronnen ontbreken, is dit zelfs vrijwel onmogelijk. Gelukkig werd de geschiedschrijving van Peter Wilsons Drentse Vergaderingen net op tijd opgepakt.
Enige jaren na zijn bekering heeft Peter zijn fabriekswerk opgezegd. Omstreeks 1898 begon hij aan een achttien maanden durende loopbaan als verkoper en evangelist bij een bijbelwagen, waarmee hij leerde hoe het evangelie te brengen. In 1900 vertrok hij naar Nederland. Deze overtocht had te maken met zijn toekomstplannen, welke hem naar Borneo zouden brengen. Peter was door zijn gemeente aanbevolen voor het zendingswerk, wat hij zou moeten verrichten op een half Brits en half Nederlands Borneo. Voor zijn arbeid aldaar zou het van groot belang zijn dat hij de Nederlandse taal en cultuur leerde kennen. Hij zou dan op het hele eiland aan de slag kunnen, na op het Britse deel begonnen te zijn. In Nederland waren al sinds het midden van de 19e eeuw als een reactie op het Reveil Vergaderingen ontstaan, en in tal van plaatsen kwamen er nog steeds nieuwe bij. Peter stond in deze periode in contact met deze Vergaderingen, nog niet wetend dat hij twintig jaar later een geheel nieuwe tak daarvan in Nederland zou stichten. In 1906 of 1907 kwam Peter aan in Sarawak, het Britse deel van Borneo, nu onderdeel van Maleisië. Hij werkte daar onder de Dayaks. De Dayaks leefden toentertijd op de rand van twee culturen en stonden nog zeer dicht bij hun oude tradities. De mensen stonden bekend als koppensnellers. Het traditionele leven van de Dayaks was alleen daar door de westerse cultuur beïnvloed, waar de beide culturen elkaar volop ontmoeten en de westerse invloed dagelijks voelbaar was. In de binnenlanden leefden de Dayaks nog volledig volgens hun eigen gewoonten, inclusief het koppensnellen.
Borneo werd een teleurstelling voor Peter Wilson. Hij kreeg wel de kans het evangelie te verkondigen, maar de ziekte van zijn partner, een evangelist waarvan de naam uit de herinneringen verdwenen was, maakte een eind aan het werk. Peter verpleegde zijn maat zes weken lang. In die periode gunde hij zichzelf amper tijd om te slapen. Uiteindelijk mondde dit uit in een ernstige zenuwinstorting. Jarenlang had hij er naar toe gewerkt om hier, op Borneo, zijn werk te kunnen verrichten. Maar zijn bestemming, zo voelde hij, lag blijkbaar ergens anders. Hij moest de Dayaks verlaten. Het werk in de tropen had hem gesloopt en de ziekte van zijn maat had hem gesloopt. Peter moest op zoek naar een omgeving met een milder klimaat. Borneo zou hem echter een schat aan verhalen meegeven, waar hij in zijn latere jaren nog vaak uit zou kunnen putten. Hij verzamelde platen en foto’s om iets te laten zien van de cultuur van het land. Hij bleef onder de gelovigen in Nederland vooral in herinnering als ‘Die Schotse Broeder, die onder de koppensnellers had gewerkt’, zoals vernomen werd van de gelovigen van de Vergadering van Nieuweroord.
Omdat zijn vaderland te ver weg was, trok Peter om op krachten te komen naar Australië en Nieuw-Zeeland. In Christchurch, in Nieuw-Zeeland, ontmoette hij een verpleegster, Ethel Rose Bricé. Ze zou zijn leven gaan delen. Peter kwam terug naar Groot Brittannië en volgde een medische cursus aan het Livingstone College. In 1908 vertrok hij weer voor enige tijd naar Nederland. Op 14 september 1910, op zijn verjaardag, trouwde Peter in Hebburn (UK) met zijn Ethel. Ze vertrokken weer naar Nederland. Het is uit de stukken niet duidelijk te krijgen wat hij nu precies deed, hoe hij aan de kost kwam en waar hij zijn nieuwe zendingsveld dacht te vinden, maar zijn voortdurende verblijf in Nederland doet vermoeden dat hij zich voorbereidde op een nieuwe periode in Nederlands-Indië. In 1911 woonden Peter en Ethel in Arnhem, waar op 4 juli 1911 hun zoon Sidney Sommerville Wilson werd geboren. In 1913 woonden ze in Baarn, Wassenaarlaan 17. Daar werd een dochter geboren. Het kind heette Ngaira Vera Wilson. Haar eerste naam was ontleend aan de taal van de Dayaks, door Peter als Dyaks omschreven. Overigens werd per abuis op haar geboortebewijs vermeld dat ze op Wassenaarlaan 127 woonden. Of zijn ze tussentijds verhuisd? Het meisje werd 10 april 1913 geboren en stierf 28 april 1914 op Wassenaarlaan 17.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vond Peter een nieuw arbeidsveld. Nederland bleef neutraal en er werden in Nederland Engelse interneringskampen ingericht. Peter werd werkzaam als pastoraal werker in de interneringskampen. Aan de hand van de bewaard gebleven pasjes, zonder welk hij de kampen niet zou mogen betreden of verlaten, is te constateren dat Peter werkzaam was in de interneringskampen van Groningen, Harderwijk en Zeist. In deze periode woonden ze in Bussum, waar hij op 29 oktober 1914 ingeschreven werd op Heidelaan 30. Een reis- en verblijfpas van januari 1915, noemt als woonplaats van Peter nog steeds Chirnside, maar dat geeft meer zijn wortels en uitzendende Vergadering weer dan de feitelijke situatie. Bovenaan de reis- en verblijfpas is dan ook ‘Heidelaan 30' geschreven. De reis- en verblijfplas werd afgegeven ‘om alhier werkzaam te zijn’. In Nederland dus. Als beroep werd ‘zendeling’ aangegeven. Hoeveel zendelingen waren er in die dagen in Nederland werkzaam? Kortom, zendeling in Nederland, moet voor velen een opvallende combinatie zijn geweest. De reis- en verblijfpas was maar drie maanden geldig. Peter zal er meerdere hebben gehad. Het ‘Signalement van den houder’ luidde: ouderdom: 38, lengte: + 1.75 meter, voorhoofd: hoog, haar: blond, wenkbrauwen: idem, ogen: blauw, neus: gewoon, mond: idem, kin: rond, baard: geen, aangezicht: ovaal, kleur: gezond en bijzondere tekenen: geen. Peter werkte zich kapot in de kampen. Zijn zenuwen werden hem meer en meer de baas. Hij moest weg om rust te kunnen nemen. Volgens hun persoonskaarten vertrok het gezin Wilson per 23 augustus 1916 van Bussum naar South Hilten (UK). Ze bleven er maar kort. De familie van Ethel woonde nog steeds in Nieuw-Zeeland, en daar zou hij het best tot rust kunnen komen, zo was de verwachting. Ondanks de gevaarlijke overtocht - het was nog steeds oorlog - werd besloten de reis te maken. Ze voeren via Amerika en het Panama-kanaal.
In Nieuw-Zeeland maakte Peter zich gedienstig op de farms, waar hij geestelijke rust vond in lichamelijke arbeid. Van te voren gevelde bomen werden mede door hem met een grote zaag in stukken gezaagd. De lichamelijke oefening kwam hem zeer ten goede. De mensen bij wie het gezin logeerde, waren dankbaar voor zijn inzet. Het spaarde hen veel werk uit. Zo sneed het mes aan twee kanten, Peter kreeg zijn rust en het gastgezin verlichting van werk en onkosten. Er was trouwens geen sprake van een vast gastgezin. De Wilsons verbleven op meerdere farms, waar Peter steeds het zelfde werk deed. De gastadressen waren mensen van de Vergaderingen van Gelovigen, woonachtig in de zogenaamde ‘backblocks’. Toen duidelijk was dat Peter zijn evenwicht aan het terug vinden was, werd hij door hen uitgenodigd om samenkomsten toe te spreken. Zo kreeg hij de gelegenheid om in alle rust de arbeid op te pakken waarvoor hij voor het leven voor gekozen had: evangeliseren. Het verblijf van Peter, Ethel en de kleine Sidney in Nieuw-Zeeland heeft ongeveer drie jaar geduurd. Na een bezoek aan Australië keerden de Wilsons na de Eerste Wereldoorlog via het Suez-kanaal naar hun Europese vaderland terug. Ze woonden enige tijd in Londen.
Nederland was Peters tweede vaderland geworden. Vanaf 7 september 1920 stond het gezin Wilson weer ingeschreven in Bussum, op Torenlaan 5a. Per 18 augustus 1921 werden ze overgeschreven naar Hilversum, Hilvertsweg 117. Peter hield doorlopend contact met de Vergaderingen in zijn vaderland. De thuisgemeenten ondersteunden zijn werk, zowel mentaal als financieel, en ze hadden dan ook recht op informatie daarover. Eén van zijn brieven, van januari 1923, geeft een verslag van een voorgaande periode, zonder precies aan te geven hoe lang die was. De indruk bestaat, dat het een algemene terugblik is, vanaf zijn komst naar Nederland in 1920. Een deel van zijn brief werd afgedrukt en als traktaat verspreid (Searchlight series no.1, "Is It Worth While?", uitgegeven in Birmingham). De Britse gelovigen vernamen dat Peter al 60.000 exemplaren had verspreid van ‘Gods weg der zaligheid’. Dit oorspronkelijk Engelstalige boekje was door Peter in het Nederlands uitgegeven. Waarschijnlijk was hij ook de vertaler ervan. In een hem toegezonden exemplaar van het traktaat veranderde Peter zelf de aantallen verspreide exemplaren, als de cijfers door de tijd achterhaald waren. Uiteindelijk had hij van ‘Gods weg der zaligheid’ zelfs 150.000 exemplaren onder de mensen gebracht! Een zelfde aantal werd verspreid van de Nederlandse tekst van ‘Safety Certainly And Enjoyment’, terwijl de tekst van ‘The True Guide To Salvation’ in de Nederlandse bewerking een oplaag van 10.000 haalde. Verder waren er in 1923 al duizenden exemplaren verspreid van plaatjesboekjes van acht pagina’s.
In januari 1923 kon Peter veertien bekeringen melden, vanaf het moment dat hij weer in Nederland was. De bekeringen hielden verband met de verspreidde traktaten. Het waren een politieman, een arbeider, een jonge vrouw, een schoolmeester, een groenteboer, een oude heer, een weduwe, een groothandelaar, een communist (net uit de gevangenis), een getrouwde vrouw, haar zoon (een communist) en drie neven, terwijl haar beide dochters al dicht bij het Koninkrijk waren. Bij de opmerking over de beide dochters schreef Peter later: ‘Now Saved’. De getrouwde vrouw kwam tot bekering door een boekje, waarvan ze zei: "Wat een korte weg naar Jezus, vergeleken bij de omslachtige weg van de kerk!" Verder noemde Peter als bekeerlingen door andere activiteiten dan de boekjes, maar ook wel een beetje door het lezen ervan: een stervende jongeman, een dienstmeid, een jonge vrouw in het ziekenhuis, en een slager in ruste. En als hij nog even verder ging: Een oud man, 82 levensjaren, kreeg een exemplaar van ‘Gods weg der zaligheid’. Hij was te blind om te lezen. Eén van zijn vier zonen las steeds voor. Toen het boekje na de vierde keer lezen dichtgeslagen werd, zei hij: "Nu is het van mij, ik ben gered." Peter gaf nog meer voorbeelden van bekeringen, naar aanleiding van zijn traktaten. Het lijkt erop dat de verspreiding ervan in die periode een van zijn belangrijkste bezigheden was. In ieder geval moest de brief, en het Engelse traktaat, de gelovigen ervan overtuigen dat hun geld goed terecht gekomen was, zodat hun steun door kon gaan. Met ‘bekeerd’ bedoelde Peter ook min of meer ‘toegetreden tot de Vergadering van Gelovigen’. Tussen 1920 en 1923 had hij zo de fundamenten gelegd voor Vergaderingen in Bussum en Hilversum.
Vanaf 1926 was Peters werkterrein uitgebreid met de Drentse venen, waarover zo meer. In mei 1940 trachtten de Wilsons, man, vrouw en inmiddels twee zonen, nog op tijd in Engeland te komen. De overhaaste vlucht bracht hen niet verder dan IJmuiden. Ze moesten de rest van de oorlog in bezet gebied doorbrengen. Vanwege hun jeugd en hun nationaliteit werden de beide zonen van Peter en Ethel ondergebracht in interneringskampen. Vijf jaar kampen lieten diepe sporen na. De oorlogsjaren brachten hen blijvende psychische littekens. Peter en zijn vrouw waren verstoken van de liefdegiften van de Britse Vergaderingen van Gelovigen. Uit nood moesten ze aankloppen bij de Amerikaanse consul. Deze deed hen een maandelijkse ondersteuning van f 120,- toekomen. Omdat ze niets anders kochten dan voedsel, konden ze er met zijn tweetjes redelijk van rond komen. Dit mede door de steun van de Drentse gelovigen. Deze deden hen van tijd tot tijd pakketten bruine bonen en roggebrood toekomen. Peters beide zonen werden 10 mei 1945 bevrijd. Ze bereikten Schotland op 11 juni, waar ze de eerste tijd na de oorlog bleven. Ze moesten wel, want ze hadden geen paspoorten om naar Nederland te kunnen. Deze zouden later alsnog afgegeven worden.
Vanaf het midden van de twintiger jaren leed Peter Wilson aan suikerziekte (Diabetes Mellitus). "Ik begrijp dat mijn verblijf op aarde niet lang meer zal zijn", schreef hij, toen hij 71 was, doelend op zijn ziekte. Er werden nog enige jaren aan zijn leven toegevoegd. Hij stierf na een ziekbed, vanwege deze suikerziekte, op 27 juli 1951, op de leeftijd van bijna 75 jaar. De laatste jaren had hij in Hilversum in het pand Silenestraat 42 gewoond. ‘Hij ging ons voor naar het Doel van onze reis, waar het geloof eindigt en het aanschouwen begint’, lezen we op zijn rouwbrief. Maandag 30 juli 1951 vertrok een stoet rouwenden vanaf dit pand, voor de begrafenis op de Noorderbegraafplaats te Hilversum. De ‘Schotse broeder Wilson’, zoals de gelovigen hem wel noemden, was niet meer. Schot was hij gebleven, tot zijn dood. Het concoleance-register werd getekend door enkele leden van de familie Blok, de evangelist J. Kits, R. Zeevat.......Aanwezigen op zijn begrafenis. Ze waren getuige geweest van zijn werkzame leven. Ze hadden hem horen spreken, als hij uitgenodigd was in al bestaande Nederlandse Vergaderingen van Gelovigen en ze hadden hem leren kennen door wat uiteindelijk zijn echte levenswerk is geworden. Peter Wilson had op Borneo gezocht naar een akker, waar hij kon zaaien en oogsten. Hij vond deze akker uiteindelijk in de Drentse venen. Geheel volgens de traditie van de Vergaderingen van Gelovigen hield hij daar niets van bij. Van zijn eigen leven restte uiteindelijk op aarde niet meer dan zijn graf en wat nagelaten papieren. Voor zijn Drentse levenswerk kon terug worden gevallen op een schare van ooggetuigen: de laatsten der Wilsonieten.
Ethel Rose Brice, Peters weduwe, overleed op 2 december 1956, eveneens te Hilversum. Ze was blijven wonen op Silenestraat 42. Sidney (zelf in februari 1986 overleden) herrinnerde zijn moeder aldus: ‘Mijn moeder heeft veelal, samen met nog een vriending uit Nieuw-Zeeland, zondagschool werk gedaan. Dit gebeurde zo, dat als zij kinderen op straat zag spelen, dat zij hen vroeg: ‘Gaan jullie naar een zondagschool?’ Als zij ‘ja’ antwoorden, dan zei ze: ‘Dat is fijn!’. Maar als ze ‘nee’ antwoorden, dan zei m’n moeder: ‘Zouden jullie dat dan niet graag willen?’ Op deze wijze is er een heel zondagschool-werk ontstaan. Als het nu eens gebeurde, dat een kind wegbleef van de zondagschool, dan ging mijn moeder naar het adres van dat kind eninformeerde of het misschien ziek geworden was. Op deze wijze kreeg zij contact, ook met de ouders, en kwamen er sommigen ook in de samenkomsten van mijn vader, en kwamen tot geloof. Zo hielp mijn moeder mee aan de uitbreiding van die samenkomsten!" Ethel Rose Brice overleed na een moedig en geduldig gedragen lijden aan kanker. Ze werd donderdag 6 december 1956 bij haar man begraven.
DE WILSONIETEN
Omstreeks 1915 werden er voor het eerst samenkomsten gehouden in de boerderij van de familie De Jong te Schoonoord. De heer des huizes, Barteld de Jong, was tot bekering gekomen tijdens de prediking van een Baptisten predikant te Odoornerveen. Aanvankelijk ging het gezin naar de Hervormde kerk, maar nadien voelde men zich daar niet meer thuis. De samenkomsten in de eigen woning werden daar om de week gehouden. De andere week gingen ze naar Buinen, waar mensen woonden die de week daarop weer bij hen zouden komen. Zo gingen enige jaren in alle rust voorbij. De huiskamergemeente leed een weinig opvallend bestaan. Een gelovige uit Borger kwam erbij.
Peter Wilson bereikte door de verspreiding van zijn lectuur een breed publiek. Geen methode was hem daarbij te gek, als het maar werkte. Zo is van hem bekend dat hij pakjes traktaten achterop zijn motor bond (sinds 4 mei 1921 had hij een rijbewijs), waarbij hij het touwtje zo dichtknoopte, dat hij in één ruk een pakje los kon trekken. Wanneer hij dan door een dorp reed, gaf hij even flink gas, trok een touwtje los, en de wegfladderende strooibiljetten vormden een wolk van papier, die de aandacht trok van de omwonenden. Zo kwamen heel wat traktaten bij hun lezers terecht. Hij zocht de mensen op waar ze zelf waren. Hij ging de kroegen in, om onder de drinkende aanwezigen het evangelie te verkondigen. In de twintiger jaren kwam hij door zijn activiteiten ook in aanraking met de familie De Jong te Schoonoord. Het contact liep goed en er leken in deze omgeving diverse mensen geïnteresseerd in het evangelie. Hij had het gevoel dat er een basis was voor een Vergadering. In ieder geval voelde hij de roeping te Schoonoord een grote evangelisatiecampagne te starten. Peter Wilson deed niet aan tentcampagnes en zag in Schoonoord ook niets in een openluchtcampagne. Hij had zijn eigen methodes.
In 1926 huurde Peter Wilson drie weken lang hotel De Lange te Schoonoord af. Avond op avond hield hij er samenkomsten. Hoe moest het met de betaling? Er was geen geld, zei Peter. Hij kon de huur zelf niet opbrengen, zei hij van te voren tegen de mensen die hem steunden, maar daar moest niemand zich om bekommeren. Desnoods zou hij steun vragen aan andere Vergaderingen. De avonden in hotel De Lange verliepen boven verwachting. Zeker 80 bekeerlingen werden na afloop geteld. Collectes hielpen hem uit de zorgen over de huur. Vanaf dat moment kende Schoonoord een Vergadering van Gelovigen. De Vergadering had veel steun aan de leiding van Peter Wilson, die regelmatig vanuit Hilversum op zijn motor overkwam. De mensen noemden zichzelf een Vrije Broeder Gemeente, of kortweg Broeders. Vanwege de man op de achtergrond, de evangelist die de Vergadering bleef inspireren, spraken de omstanders van Wilsonieten.
De campagne van Peter Wilson, het evangelisatiewerk in hotel De Lang, had ook voor andere dorpen gevolgen. Barteld de Jong van Schoonoord, de bekeerling met wie het werk aldaar begon, had een dochter Trientje. Ze trouwde met Roelof Zeevat, en trok met hem naar Nieuw-Amsterdam. Omstreeks 1931 hield Roelof Zeevat in zijn woning, aan het Dommerskanaal, de eerste samenkomst. De buurt was daar niet blij mee. Om de samenkomsten te verstoren gooiden mensen soms rommel tegen de ramen. Peter Wilson logeerde regelmatig bij Roelof Zeevat. Hij hield er lezingen en leidde openluchtsamenkomsten. De mensen zeiden aanvankelijk: "Wat hebben ze mij te vertellen? Ik heb altijd naar de kerk gegaan!" Verschillende personen kwamen toch onder de indruk van de prediking van Peter Wilson. In de gewone omgang was hij een stille man. Maar als hij over het evangelie sprak, hingen de mensen aan zijn lippen. Daar kwam nog bij dat diverse openluchtsamenkomsten in een weiland aan het Dommerskanaal, niet door deze "vreemde" evangelist Wilson geleid werden, maar door mensen die ze kenden. Roelof Zeevat, Jan Lotterman, Pieter Bosma, Piek, Rieks Boer, Piet Stellinga, de oude kern van de Vergadering van Gelovigen van Nieuw-Amsterdam, spraken de mensen toe en gaven getuigenissen. Jan Lotterman maakte indruk met: "Ik ben 30 jaar een kind van de duivel geweest en ben 3 jaar een kind van God!"
Ook op andere plaatsen, buiten Drenthe, groeiden kernen van gelovigen ten gevolge van Peter Wilsons aktiviteiten. Dit had al geleid tot het stichten van Vergaderingen te Hilversum en te Bussum. Eens per jaar kwamen de mensen bij elkaar in Schoonoord, het centrum van de Wilsonieten. Sommigen schatten het aantal aanwezigen op deze Pinkster-conferenties op 300 mensen. Voor de Tweede Wereldoorlog waren deze conferenties in een boerenschuur bij de familie Korporaal, na de oorlog bij de familie Middel. Men huurde banken en stoelen van de Gereformeerde Evangelisatie ter plaatse. De jaarlijkse Pinksterconferentie trok groepen mensen uit Buinen, Stadskanaal, Emmererfscheidenveen, Bussum, Hilversum, Tienhoven, Nieuw-Amsterdam en natuurlijk Schoonoord. Vanaf 1937 kwamen daar de mensen van de Vergadering van Nieuweroord en omstreken bij. Ondanks dat er meerdere evangelisten of bijbelleraars actief waren, bleef de groep voornamelijk gericht op Peter Wilson, en ontvingen ze vooral hem tijdens hun samenkomsten. Hoewel men zich niet distantieerde van andere Vergaderingen en hoewel Peter Wilson ook wel contact had met andere evangelisten, vormden deze Vergaderingen door hun eigen conferenties en de gerichtheid op de ene evangelist in feite een op zichzelf staand ‘kerkgenootschap’, voor zover je daar bij Vergaderingen van Gelovigen over kunt spreken, waarbinnen de diverse Vergaderingen een grote onderlinge zelfstandigheid bezaten. De Maranatha-gemeente van Hollandscheveld en Hoogeveen leunde min of meer aan tegen dit ‘kerkgenootschap’. We zagen al dat men gebruikt maakte van de doopfaciliteiten en verder nodigde men sprekers uit uit deze Vergaderingen. Bekend zijn de namen van Hendrik Blok en broeder Klein Haneveld van de Vergadering van Stadskanaal, als sprekers te Hoogeveen.
Aanvankelijk doopte de Vergadering van Gelovigen van Schoonoord nieuwe leden te Stadskanaal. In de boerderij van Barteld de Jong werd een ruimte gecreëerd, waarin de samenkomsten van de flink gegroeide Vergadering gehouden konden worden. Daarbij werd ook een nette kleedruimte gemaakt, zodat de dopelingen zich fatsoenlijk om konden kleden. Uit het westen werd een grote badkuip gehaald, die sindsdien als doopvont dienst deed. Soms doopte men in de openlucht. Het aantal aanwezigen verschilde nogal. Soms was er een doopdienst met een brede schare van gelovigen, soms gebeurde het in kleine kring. Uiteindelijk groeide de gemeente uit de boerderij. Gezamenlijk bekostigden de gelovigen een vergadergebouw. In 1932 verrees voor hen het gebouw ‘Eben Haëzer’, aan de Tramstraat te Schoonoord. Ook gelovigen van de andere Vergaderingen van Peter Wilson droegen daaraan bij. Bij die andere Vergaderingen speelde vaak het zelfde probleem. De kring gelovigen groeide en de schare gelovigen kon niet meer opgevangen worden op de aanvankelijke plaatsen van samenkomst. Na "Eben Haëzer’, verrees in NieuwAmsterdam aan de Wijkstraat het gebouw "Maranatha". Het gebouw kon zeker 60 mensen een plaats aanbieden, maar die zaten en stonden dan wel als haringen in een ton, vertelden leden van deze Vergadering. Het was een eenvoudig gebouwtje, met banken van vuren planken. Als men een luik verwijderde, zag men het grote zinken doopvont, dat daaronder verborgen zat. Het doopvont werd gebruikt voor mensen uit de wijde omgeving, en niet alleen door mensen van de eigen Vergadering. Ook mensen van de Vergadering van Gelovigen te Nieuweroord, later ontstaan, werden aanvankelijk te Nieuw-Amsterdam gedoopt, terwijl ook gelovigen van de Maranatha-gemeente van Hollandscheveld en Hoogeveen gebruik maakten van het doopvont. Andere bezoekers van deze Maranatha-gemeente hadden zich weer te Schoonoord laten dopen. Voordat de Vergadering van Nieuw-Amsterdam de beschikking had over het ‘Maranatha’-gebouw, werden de gelovigen van deze Vergadering gedoopt te Emmercompascuum en Schoonoord.
De jongste Vergadering onder supervisie van evangelist Peter Wilson ontstond in 1937 te Nieuweroord. Peter Wilson kwam ook daar regelmatig op bezoek. Hij was toen al aardig op leeftijd. Vanwege zijn suikerziekte moest hij op zichzelf letten. Hij heeft de Vergaderingen nooit geïsoleerd van de invloeden van andere evangelisten en bijbelleraars. De bijzondere band met hem ontstond door zijn bijzondere werk in de Drentse venen onder de arbeidersbevolking, door hemzelf wel de rooien of communisten genoemd, waarmee hij de houding van de mensen trachtte te typeren. Door die bijzondere band en zijn grote inzet voor de gelovigen in Drenthe kwam een isolement eigenlijk vanzelf. Toen hij niet meer in staat was om zoveel aandacht aan de mensen te besteden als hij daarvoor gewend was te doen, werd dit isolement langzamerhand doorbroken. De Vergaderingen nodigden steeds vaker andere evangelisten uit, die de samenkomsten toespraken en (soms) andere visies inbrachten. Al met al kon Peter Wilson zich met een gerust hart steeds verder terugtrekken. Het samenwerkingsverband van Vergaderingen, gesticht door Peter Wilson, viel in de vijftiger jaren uit elkaar.
Na zijn dood zochten de Vergaderingen van de Wilsonieten aanvankelijk aansluiting bij de vele andere Open Vergaderingen in Nederland. Maar ze maakten al snel grote veranderingen door. De Vergadering van Schoonoord kwam onder meer onder invloed te staan van een Canadese beweging, die evangelist Bergsma naar Nederland gestuurd had. Momenteel is het een gesloten vergadering geworden. In Nieuw-Amsterdam kwam de Vergadering in de zestiger jaren onder invloed te staan van de Pinksterbeweging. Na een periode van grote onderlinge spanningen liep de richtingenstrijd uit op de vorming van een Pinkstergemeente. De leden van deze gemeente waren uitgetreden leden van de Vergadering. De achtergebleven leden van de Vergadering van Nieuw-Amsterdam besloten in 1967 tot de vorming van een Onafhankelijke Baptisten Gemeente. In de praktijk kwam het erop neer dat ze ambten instelden en een kerkeraad aanvaarden. Ze gaven zo een wat meer formele structuur aan hun voormalige Vergadering. De sfeer binnen de gemeente bleef nog lang aan die van de Vergadering herinneren. Persoonlijk initiatief en een grote persoonlijke inbreng in de diensten bleven zeer op prijs gesteld, terwijl ook de bundel van Johannes de Heer en de Voorhoeve-bundel een dierbare plaats bleven behouden bij de oudere gelovigen.
De Baptisten Gemeente is onafhankelijk gebleven van de Unie, maar sloot zich wel aan bij de Broederschap, welke later door diverse onafhankelijke gemeenten werd gevormd. Samen met de Onafhankelijke Baptisten Gemeente van Hoogeveen ging men over tot de aanstelling van een voorganger. Deze gemeente ontstond in 1981 uit de bij de Unie aangesloten Baptisten Gemeente van Hoogeveen, die op haar beurt weer ontstond uit enige naar Hoogeveen overgekomen Baptisten, toetredende leden die daarvoor bij de Vergadering van Gelovigen te Nieuweroord ter samenkomst gingen en bezoekers van de Maranatha-gemeente van Hoogeveen. De Vergadering van Gelovigen van Emmererfscheiden /Emmercompascuum werd opgesplitst in een open- en een gesloten vergadering. De oorspronkelijke open vergadering, volgens de ideeën van Peter Wilson, verliep uiteindelijk. De vorming en het verloop van de geschiedenis van de Vergadering van Nieuweroord is een ander verhaal.