
De Opbouwdienst was opgericht om een
uitbreiding van de werkeloosheid in ons land te voorkomen. Het zou praktisch
werk voor het algemene belang gaan verrichten. De bezetters hadden er een heel andere
bedoeling mee. De Opbouwdienst moest de grondslag worden voor een nationaal
socialistisch getinte ‘echte’ arbeidsdienst.
Op 14
juli bezit Nederland nog een leger van omstreeks 50.00 à 60.000 man. Op de
ochtend van 15 juli is dit leger verdwenen. Dan staat de O.D. de Opbouwdienst,
gereed om zijn werk te beginnen. Wie hier van deel gingen uitmaken? Allereerst
de beroeps- en reserve -officieren en -onderofficieren, die de wens te kennen
hadden gegeven over te willen gaan in leidende functies van de O.D.
Niet alle beroepsmilitairen konden echter in de Opbouwdienst terecht. De
pensioengerechtigden namelijk gingen met pensioen terwijl de oudere
hoofdofficieren in beginsel op wachtgeld gesteld werden gesteld, met
uitzondering van enkele hoofdofficieren voor wie de gelegenheid tot plaatsing
bij de staven van den O.D. bestond. Ook voor de afwikkeling van de
demobilisatie bleven nog verschillende diensten voorlopig gehandhaafd.
Naast de beroepsmilitairen kwamen bij de O.D. de reserve -officieren,
dienstplichtige onderofficieren en overige dienstplichtigen, die geen werkkring
in de burgermaatschappij konden vinden. Voorts zou in de leiding ook plaats
kunnen zijn voor burgers, die zich vrijwillig aanmelden en die op grond van hun
deskundigheid, ontwikkeling en geschiktheid om met mensen om te gaan, hiervoor
in aanmerking kwamen.
Van
15 juli tot 15 oktober liep de z.g. proeftijd. In dit tijdbestek werd
beoordeeld in hoeverre bepaalde personen minder geschikt geacht moesten worden
om aan het opbouwwerk deel te nemen, dan wel in andere functies te werk gesteld
moesten worden.
Voorlopig
bleven de militairen die bij de Opbouwdienst werkzaam waren, de gewone
militaire uniformen dragen. Zij kregen echter een speciaal distinctief waarvan
de bijzonderheden nog niet was vastgesteld. Men dacht aan een
onderscheidingsteken op de mouw waarop een nader te bepalen embleem evenals de
letters O.D. voor zouden komen. Als de textielpositie het toeliet, zouden er in
de toekomst wellicht speciale uniformen komen.
Onder: Onderscheidingsteken van de Opbouwdienst. Deze werd op de
linkerbovenarm gedragen. Er zijn ook exemplaren met groene rand bekend. Afm.: 4 x 4 x 4 cm.

Legitimatiebewijs van de
Opbouwdienst
Indeling.
De Opbouwdienst bestond uit een staf, vier districtstaven en verder per
district een aantal korpsen (bataljons), elk bestaande uit afdelingen
(compagnieën), die op haar beurt onderverdeeld waren in groepen (secties) en
ploegen (groepen). Men rekende op een 75-tal korpsen van ongeveer 800 man, in
totaal 50.000 à 60.000 man, bij de Opbouwdienst. In beginsel zou de afdeling
een zelfstandige werkeenheid zijn, die in elk opzicht
"self-supporting" was. Wellicht was het mogelijk in de toekomst
enkele speciale eenheden te formeren van vaklieden op bepaald gebied, b.v.
afdelingen, die meer gespecialiseerd waren op de uitvoering van bouwwerken enz.
en bij grote objecten konden worden ingezet.
De Opbouwdienst voerde vanaf het begin al besprekingen over
verscheidene objecten, waarmee direct begonnen zou kunnen worden. Uiteraard
moest hierover regelmatig overleg gepleegd worden met andere
overheidsinstanties als b.v. het departement van Sociale Zaken en het
regeringscommissariaat voor de wederopbouw, ten einde dat de objecten niet met
elkaar in conflict zouden komen. De legering hing nauw samen met de aard van de
objecten. Door omstandigheden kon niet worden beschikt over alle kazernes.
Veelvuldig werd daarom gebruik gemaakt van barakken, waarin de soldaten in de
winter van 1940 al gelegerd waren en die in de nabijheid van objecten
overgebracht moesten worden, al nam het afbreken, transporteren en opbouwen
natuurlijk enige tijd in beslag. De aard en ligging van de werkgelegenheden was
in ons kleine, dichtbevolkt en voor het grootste deel intensief in cultuur
gebrachte land niet zodanig, dat tot plaatsing van permanente legeringgebouwen
overgegaan kon worden. Meestentijds moesten kleinere eenheden gedurende
beperkte tijd op een bepaalde tijd bivakkeren.
Uit dit alles volgt, dat op 15 juli niet gelijk een begin
gemaakt kon worden met de werkzaamheden zelf voor 50.000 man. Toch moesten onze
soldaten die dag al duidelijk het gevoel hebben, dat zij in een nieuwe
organisatie opgenomen waren, die actie vraagt. Daarom werd op die datum alles
gedaan voor bevordering van orde, tucht, discipline, sport en zang onder de
manschappen. Aan de sport vooral werd een grote plaats ingeruimd. Al dadelijk
begon men met cursussen voor de sportleiders ten einde deze ten spoedigste voor
hun nieuwe taak geschikt te maken. Genie officieren, deskundige
onderofficieren, vaklieden wachtte hun allen in dit opzicht een zware taak.
Het "wapen" van de
Opbouwdienst was de schop. Dit heeft een nieuw probleem in het leven
geroepen namelijk dat der commando's en exercitiën. Commandant J.N. Breunese
Voor de Opbouwdienst bleven met bepaalde beperkingen de wet op de
krijgstucht en het reglement krijgstucht gelden; op velerlei gebied zouden
echter verschillende nieuwe reglementen en voorschriften moeten worden
samengesteld, waaraan direct in het begin aan werd gewerkt. Maar ook werd
gewerkt aan een exercitiereglement, want bepaalde bewegingen moesten worden
uitgevoerd. Natuurlijk was een herziening van verschillende uitdrukkingen
noodzakelijk, terwijl ook eerbewijzen gebracht moesten worden.
Van de Opbouwdienst stond van tevoren al vast, dat zijn levensduur niet langer dan hoogst noodzakelijk zou zijn. In juli ging men er van uit dat de Opbouwdienst binnen 3 à 6 maanden geliquideerd zou zijn. De mannen konden niet zo maar ineens naar huis worden gezonden, want het was niet zeker dat ze hun burgerbetrekking terug konden krijgen. De Opbouwdienst was een loopplank van de militairen naar de burgermaatschappij. Geheel onafhankelijk daarvan werd op 1 januari 1941 de Nederlandse Arbeidsdienst opgericht en deze kwam op 3 maart van datzelfde jaar in actie. Dat vele kaderleden van de NAD ook al tot de Opbouwdienst hebben behoord, spreekt niet vanzelf, doch is uitsluitend het gevolg van de door hen in laatstgenoemde organisatie betoonde capaciteiten.
Onder de leden van de Opbouwdienst werd een stevige reclame gemaakt voor Duitsland. In elk kamp moest tenminste één arbeidsbemiddelaar aanwezig zijn. Half oktober 1940 werden er 25.000 leden van de Opbouwdienst ontslagen. Een gedeelte ervan kwam in Duitsland terecht! De afzwaaiers uit de Opbouwdienst waren verplicht zich bij de arbeidsbeurzen te melden. Bij weigering moest de politie rapport opmaken en werd steun ingehouden.

De Nederlandse Arbeidsdienst was een overheidsinstelling,
die oorspronkelijk niet nationaal socialistisch van opzet was, maar waarvan
al zeer snel het kader samengesteld was uit nazi gezindten. Het werd een
semi-militair apparaat volgens Duitse opzet, dat bij het gros der
Nederlanders allerminst gezien was en feitelijk alleen diende als
wervingscentrum voor dienst in het leger van het Derde Rijk. Ick Dien. Het devies “Ick Dien” van de NAD werd al in 1933 door het
Verbond voor Nationaal Herstel van Generaal Snijders gebruikt. De slagzinnen van de NAD waren: ‘Eerbied voor den Arbeid’ en
‘door arbeidsvreugde tot levensvreugde’. Aanvankelijk bestond de NAD uit
vrijwilligers, maar op 1 april 1942 werd hij verplicht gesteld voor alle
jonge mannen van 18 tot 23 jaar. Vanaf die datum werden bepaalde
categorieën verplicht opgeroepen. In 1943 moest zelfs een gehele
jaarlichting (1925) eraan geloven.

Men kende in de Arbeidsdienst de volgende indeling. 1. de ploeg, dat was de bezetting van één kamer van een werkersbarak en bestond uit 16 man, waarboven een ploegcommandant. 2. de groep werd gevormd door drie kamers die een werkersbarak telde en had dus een sterkte van 48 man met aan het hoofd een groepscommandant. 3. de afdeling was het totaal van de bezetting van het kamp en daartoe behoorden 4 barakken van 48 man of te wel 192 arbeidsmannen met aan het hoofd een afdelingscommandant.
Werkzaamheden Naast marcheren en exerceren, was het de bedoeling
dat de Arbeidsdienst zich zou gaan bezig houden met grondwerken, wegenbouw,
bosbouw en grondbewerking. Graven van sloten en greppels, versterken van
taluds, plaatsen van duikers, dammen (voor het afsluiten van sloten, enz.),
ophogen van dijken, onderhoud van watergangen, draineren, ontginning,
onderhoud plantsoenen, aanleg en onderhoud van grasvelden, moestuinen
(onderhoud, aanleg). Hiervan is echter weinig terecht gekomen. De
werkzaamheden ‘beperkten’ zich tot het ontginnen van heide gebieden en het
rooien van aardappels ten behoeve van de voedselvoorziening. Later moest er
worden gewerkt voor de Duitsers, zoals zovele Nederlandse mannen.

Krabbers Met deze metalen krabbers op de vingers, bij het aardappelrooien,
voorkwam men kleine wondjes en gescheurde nagels. Omdat de vingers niet
allemaal even dik zijn, had je dus verschillende maten krabbers. Soms
plakte men eerst een pleister om de vinger. Zo kon de krabber stevig op de
vinger worden geplaatst.

Marsch- en Orde- oefeningen, zo werd het exerceren door het kader genoemd. Deze oefeningen zijn geen doel, doch het middel om een doel te bereiken. En dat doel heet ‘tucht’. “Tucht heeft als morele grondslag de innerlijke overtuiging van de enkeling, dat hij zichzelf, ter wille van de belangen van de gemeenschap, ondergeschikt moet maken, ondergeschikt aan de leider van die gemeenschap, want tucht eist de uitschakeling van de eigen wil en het zich volkomen ondergeschikt maken aan de wil van de leider. Deze oefeningen zijn het middel bij uitnemendheid om soldaten van de Arbeid te vormen”. (Ick Dien) .
De lichamelijke
opvoeding
“Het doel der lichamelijke opvoeding is opvoeding, dus het vormen van den jongen mensch tot zelfstandig
individu. Door de onscheidbaarheid van lichaam en ziel is de lichamelijke
opvoeding een opvoeding zoowel in geestelijken als in lichamelijken zin.”

Standaardwerk, 1e druk,
1942 Almanak Opleidingskamp
Tilburg
Almanak O.K.T.
Commandant van het Opleidingskamp Tilburg was A.H.I. Kramers. In
de almanak staan de namen van de stafleden, laatst beklede rang, adres en van
welk onderdeel afkomstig. Namen, rang en functie van de onderofficieren vaste
detachement. Naam, adres en de gegeven cursus van de burgerleraren. Namen van
de redactiecommissie, sportcommissie, cantinecommissie, fotocommissie en kamp
band. Naam, adres, laatst beklede rang en waarvan afkomstig van de aspiranten.
Naam, adres en laatst beklede rang van overgeplaatsten. Naam, adres en laatst
beklede rang van diegenen die eervol ontslag op verzoek hebben gekregen.
Kamp Tilburg werd geopend op 11 november 1940. De opleiding van
de eerste groep duurde tot 10 april 1941.
Kleding en uitrusting waren trouwens voor het grootste deel
afkomstig uit het voormalige Nederlandse leger. Overjassen, tunieken,
broeken, kwartiermutsen, petten en de puttees (beenwindsels) waren
olijfgroen geverfd. Op de kledingstukken werden nummers genaaid, terwijl op
enkele andere gebruiksvoorwerpen een stempel werd gedrukt.

Kledingetiquette
Districts commandant H.Sjouke van de N.A.D. neemt het defilé
af. “De eerste vrijwilligers van de Nederlandse Arbeidsdienst zijn na zes
maanden scholing afgezwaaid”. (persfoto)
NAD Gruppe Niederlande im
Reichsarbeitsdienst. Vanaf begin 1942 werden arbeidsmannen geronseld om dienst te
nemen achter het Duitse Oostfront in de Gruppe Niederlande im
Reichsarbeitsdienst. Vierhonderd mannen van de Nederlandse Arbeidsdienst
meldden zich als vrijwilligers voor het werk aan het Oostfront. Na hun zes
weken durende opleiding werden zij op 6 mei (1942) in het kamp Eeze, bij
Steenwijk, in aanwezigheid van de Reichs-Arbeitsführer Hierl, op de Führer
beëdigd. Begin juni 1942 vertrokken zij naar Rusland.

RAD petembleem

September 1942 November 1942
Vorming.
Maandblad van de Nederlandse Arbeidsdienst. Het blad rechts is speciaal gewijd aan “Gruppe Niederland”.
‘Na een werkzaamheid van ruim vier maanden achter de
linies aan het Oostfront keerden enige weken geleden een vierhonderdtal Arbeidsdienstmannen,
behorende tot de Reichsarbeitsdienst doch afkomstig uit de Nederlandse
Arbeidsdienst terug in het vaderland. Een groot deel hunner zal als kader
terugkeren in de oude gelederen, de overigen zullen binnenkort naar huis
vertrekken’. Commandant van de “Arbeitsdienstgruppe Niederlande” was
Arbeitsführer Hekman. ‘Het initiatief tot de inzet in het Oosten kwam uit
de gelederen van de NAD zelf. De oproep vond bij velen weerklank, duizend
man melden zich eigener beweging en na selectie en voorbereiding vertrok
dan deze groep’. (Noordooster, zaterdag 14 november 1942). Op 19 juli 1943 stond een tweede contingent klaar.
Bij het vertrek werden de ruim 500 mannen in Steenwijk geïnspecteerd door
generaal-arbeidsleider De Bock. Hiernaast: L.A.C. de Bock, de tweede commandant van de N.A.D.


Petband, kader

Oostkorps, onderdeel van de NAD.
De vrijwillige afdelingen van de Nederlandschen Arbeidsdienst hebben gedurende de zomermaanden van 1943 ontginningsarbeid verricht in de omgeving van Bialystok.
Begin juli werd het Oostkorps 10, bestaande uit een staf en vier
afdelingen (101, 102, 103 en 104) in “De Weerribben” in de buurt van het Steenwijker
Diep bijeengebracht. Op 15 juli zijn zij bepakt en bezakt naar het station in
Meppel gelopen en nog diezelfde dag met een eigen trein in zeven dagen naar het
oosten van Polen gereisd. Drie maanden verbleef het Oostkorps, gelegerd in
voormalige krijgsgevangenenkampen en een voormalig jodenkamp, in het Bezirk
(district) Bialystok. De korpscommandant en zijn staf waren gelegerd in Bielsk.
Het werk bestond uit ontwateringswerkzaamheden, bosarbeid en wegenaanleg. De
ontwateringwerkzaamheden vonden plaats in de moerassen van Pripjat.
Oostkorps 20.
Op 24 januari 1944 is het Oostkorps 20 opgericht,
korpscommandant was hoofdarbeidsleider J. Th. Kuiper, die met zijn staf
“tijdelijk” in kamp Waterloo zat. Op papier was Oostkorps 20, opgebouwd uit een
staf en zes afdelingen (201 tot en met 206). Eind maart 1944 vertrokken rond
160 man (op 1 maart opgeroepen uit acht arbeidskampen; twintig uit ieder kamp)
als voordetachement (kwartiermakers) naar het district Bialystok. Deze
kwartiermakers stonden onder leiding van arbeidsleider Chr. Gall. Het bleef
voor korte tijd alleen bij dit voordetachement. De kwartiermakers werden door
een overmacht aan Poolse partizanen overvallen. Twee man sneuvelden en drie
raakten gewond, van wie één ernstig. Mede gezien de Russische opmars werden
allen naar Nederland teruggehaald.

Kalender
Op 3 mei 1942 vond de “Dag van den Nederlandschen Arbeidsdienst” plaats. Op het Houtrust terrein in Den Haag stonden 1300 Arbeidsmannen en 100 meisjes aangetreden voor een grote demonstratie. Het tijdschrift linksboven afgebeeld geeft een impressie van die dag.

Aanvullingen
op de zangbundel
Zangbundel NAD.
Er werd in de Arbeidskamp grote waarde gehecht aan de
gemeenschapszang, want dat zou de onderlinge band versterken. “Naast de
gemeenschappelijke arbeid en het marcheren in gesloten gelederen is het zingen
het sterkste gemeenschapsbeleven in de Nederlandsche Arbeidsdienst”, aldus de
staf in Doorn. Maar ook in kringen van de Nederlandsche Unie, die aanvankelijk
achter het streven van de NAD stond, was men van mening dat: “Goede volkszang
de onderlinge band zou versterken en het muzikale peil van de jeugd zou
verheffen”. Er was een speciale zangbundel samengesteld, die in totaal 119
liederen bevatte, verdeeld over acht rubrieken. De meeste waren gewone oer
Nederlandse volksliederen, doch daarnaast was er ook een aantal bij waarin de
lof van de arbeid en van de Arbeidsdienst werd bezongen. Achterin waren als een
aanvulling een vijftiental verzen opgenomen die door de Reichsarbeitsdienst
werden bezongen. Op een enkele na ademden deze verzen de geest van het
nationaal socialisme uit.

Vlaggenparade.
Na het eerste ontbijt te hebben genuttigd, is de gehele afdeling aanwezig bij een plechtigheid, welke dagelijks terugkeert en die van grote betekenis is voor iedere vaderlander: de vlaggenparade. De doelbewuste steekt zij een hart onder de riem ter volvoering van hun taak als Nederlander; zij doordringt hen, die de waarde van hun Nederlander zijn nog niet of onvoldoende beseffen, geleidelijk doch zeker daarvan. (Wat is en wil de Nederlandse Arbeidsdienst, blz. 4).


Draagspeld
Kraaginsigne


Aardappelkom Soepterrine Koffiekan

Platte
eetbord Diepe
eetbord los
schoteltje

Potje met twee schaaltjes Kop en
schotel CCB
CCB. Centraal Cantine Beheer van de NAD. Deze afdeling
was verantwoordelijk voor de aanschaf van de nodige artikelen voor het
cantinebuffet.
Serveerschaal, groot en klein.
Ansichtkaarten

Avondstemming

Kamp Workum
Veldloop

Brief van
een arbeidsman uit het kamp ‘Sparjobird’, 3-2 NAD, Hemrik, 20 juni 1942. De
officiële naam van het kamp was overigens ‘Sparjebird’. Het gaat hier dus
om een drukfout in het briefhoofd.
Brief, commandant IIe district. ‘Toewijzing benzine’.

In een maandstaat werden de werkzaamheden van de
Arbeidsdienst bijgehouden. Hierin stond hoe ver het werk gevorderd was,
hoeveel manschappen er aan het werk waren en aanverwante informatie. Een ingenieur wordt op de hoogte gehouden van de
werkzaamheden van het NAD.

Achterkant van de Maandstaat.
Op de maandstaat staan de werkzaamheden van de verschillende
afdelingen van de Arbeidsdienst in dat gebied. Zo staat er o.a. te lezen bij de
verschillende afdelingen:
111 Tolbert, naam
van het werk: “Turfweg”, 27% gereed.
112 Marum, Oogstinzet
te Peest.
113 Hemrik Zuid, naam
van het werk: “Poostweg”, 68.1% gereed.
114 Hemrik Noord naam
van het werk: “Wijnjeterp”, 77.2% gereed.
115 Donkerboek naam
van het werk: “Sportveld”, 17.9% gereed.
Bij opmerkingen staat:
1 november: R.K. feestdag.
Gemiddeld 89 man gedetacheerd bij 112 N.A.D. te Peest.
25-11-’43 Film N.S.K.K.
Bij regen werd er niet gewerkt. Zo is er een kolom waarin het
aantal uren regenverlet kon worden aangegeven.

Uit:
Wat is en Wil de Nederlandsche Arbeidsdienst

Voor vrouwen was de Arbeidsdienst vrijwillig, zoals dat voor
mannen aanvankelijk ook was. De belangstelling voor vrijwillige toetreding was
echter gering.
De ADM werd begin 1941 opgericht als een helemaal op zichzelf
staande eenheid binnen de Nederlandse Arbeidsdienst. Het lag in de bedoeling om
allerlei meisjes op vrijwillige basis in nationaal-socialistische zin op te
voeden tot ‘flinke en gezonde huisvrouwen’. De onderkomens van de meisjes van
17 tot 25 jaar, waren gevestigd in statige villa’s. In maart 1941 bestonden er
nog maar vier van zulke ‘kampen’, in Barchem, Markelo, Lunteren en Maarssen.
Twee jaar later was het aantal gestegen tot zeventien. In elk daarvan verbleven
gemiddeld zo’n veertig meisjes, geleid door enkele ‘hopvrouwen’, van wie er
dertig in Duitsland waren opgeleid. In de speciale leidsterschool, die zich in
Wassenaar bevond, werden in twee jaar 192 meisjes opgeleid. Daarvan werden er
65 wegens ongeschiktheid ontslagen. De overgebleven meisjes werden verplicht om
zich minstens voor twee jaar te binden, zodat het verloop onder het kader kon
worden tegengegaan.
De ADM kende als uniform een mantelpakje, een baret van dezelfde
stof, witte bloes en lage zwarte schoenen. Op de linkerbovenmouw van het jasje
een zwart/wit zijden embleem met het zonnerad en daaronder de letters A.D. Een
blauwe jurk, dito schort en rood/witte hoofddoek, eventueel gecompleteerd met
blankhouten klompen, vormden de werkkleding. De meisjes hielpen onder meer in
de huishouding en dan vooral in kinderrijke arbeidersgezinnen, op de boerderij
zelf en bij het binnenhalen van de oogst.
Afhankelijk van hun rang droegen de meisjes in de ADM een bronzen of een zilveren broche. Arbeidsmeistjes brons; kernleidster-brons; hoofdkernleidster-brons; onderarbeidsleidster (later adspirant-hopvrouw)-zilver; arbeidsleidster (later hopvrouw)-zilver; hoofdarbeidsleidster (later arbeidsleidster)-goud.
Diepe bord Borden en melkkannetje, ADM

Arbeidsdienstplichtbesluit. Op 1 april 1942 werd het ‘Arbeidsdienstplichtbesluit’ van
kracht. Hierdoor werd bepaald, dat voortaan jaarlichtingen verplicht werden
gesteld om 6 maanden in de NAD te dienen. De beoogde aantallen werden
echter nooit gehaald, misschien wel omdat de NSB zich er nadrukkelijk mee
ging bemoeien.

Arbeidsdienst,
door M. Meuldijk
“Aan werkelijke opvoeding, en vooral als het betreft opvoeding der rijpere jeugd, ligt altijd een wereldbeschouwing ten grondslag en het doel der opvoeding is niet alleen lichamelijke, maar ook geestelijke ontwikkeling, beter gezegd geestelijke vorming”.
“Een Arbeidsdienst zonder politiek, is geen vlees en geen vis. Er bestaat geen neutraliteit, op geen enkel levensgebied. Partij-politiek is democratisch bederf. Neutraliteit is democratische verdwazing. De oorlog, die thans in Europa woedt, is de oorlog der wereldbeschouwingen. De Arbeidsdienst in Nederland is een stuk overwinning van het nationaal-socialisme op de wereldbeschouwing der plutocratie. Kan deze Arbeidsdienst neutraal zijn? Belachelijk! Neutraliteit is precies als de zo beroemde “objectiviteit”, politieke bekrompenheid”.
“Nationaal-socialisme is de boom, Arbeidsdienst een vrucht. Zonder boom is het niet mogelijk vruchten te oogsten”.
Niet iedereen wilde zijn arbeidsdienstplicht vervullen of was voor de Arbeidsdienst geschikt. Onder staan twee documenten van dezelfde persoon. Het eerste document betreft uitstel tot het vervullen van de arbeidsdienstplicht, het tweede document is een bewijs van ongeschiktheid voor de arbeidsdienst.

Geen menu links afgebeeld? Klik hieronder