Geschiedenis



I
n de periode van 1450 tot 1750, ook wel aangeduid met de vroegmoderne hekserij, is er door angst, onwetendheid en wraakzucht veel schade aangericht. Het was voor Europa de tijd dat de Kerk de macht overnam en de mensen het verschil leerden tussen (christelijk) goed en kwaad. De Kerk bepaalde dus ook het algemeen beeld over hekserij en magie. Daar waar magie vaak nog getolereerd werd, werd hekserij in de loop der eeuwen zwaar bestraft!



Magie

Onwetendheid is waar het allemaal begonnen is. Bacteriën kende men toen nog niet, dus hoe anders dan door toedoen van vreemde krachten konden mensen en dieren plotseling ziek worden? Hoe anders dan door hekserij kon iemand zonder aanleiding sterven, konden er aardbevingen ontstaan, sneeuwstormen, oogsten die mislukten, onvruchtbaarheid van zowel de mens als van de aarde. De mens stond in die tijd voor raadsels. De meeste onverklaarbaarheden waren dus het werk van bovennatuurlijke krachten.

Heksen, mensen die met behulp van magie controle hadden over deze bovennatuurlijke krachten, waren in het begin noch zwart noch wit. Mensen uit het dorp konden zo'n wijze (heks) bezoeken voor het genezen van een ziekte, voor raad, divinatie, voor het vruchtbaar maken van het land. Op een simpele manier, zorgden deze wijzen van het dorp ervoor dat het land weer haar vruchtbaarheid zou krijgen: een regendans en het strooien van water, het met een bezem springen over het land, en om de gewassen goed te laten groeien plaatste de boer een beeld van de Godin op zijn ossenkar. Dit voorbeeld, dat de wijze zorgt voor vruchtbaarheid, is simpel gezegd een voorbeeld van "witte magie". Voor veel mensen uit de periode van de vroegmoderne hekserij, was het logisch dat als iemand kon genezen, diezelfde persoon ook kwaad kon doen. "Zwarte magie" behoorde dus ook toe aan de wijzen. Magie wordt in deze context, gebruikt als het uitvoeren van rituelen om (boven)natuurlijke krachten onder controle te krijgen. Hekserij werd toendertijd gelijkgesteld aan veel vormen van negatieve magie. Maar wat eigenlijk erger is, is dat diezelfde mensen die men eerst dankbaar was voor genezing, men opeens ging beschuldigen van duivelaanbidding. Waarom deze ommekeer en waarom de duivel?

Cultuur

In de Europese cultuur van de 15e, 16e en 17e eeuw was het bestaan van heksen algemeen geaccepteerd. Ieder dorp had er wel een; een man of vrouw wie je kon bezoeken voor raad, om iets terug te vinden als je iets kwijt was en je bescherming kon bieden tegen ongeluk. Deze wijze vrouwen en mannen vervulden een maatschappelijke behoefte. Ze waren een geaccepteerd persoon in de maatschappij, niemand die over hen klaagde. Rond 1450 waren er dus nog geen problemen met heksen, ook de Kerk ontkende hun krachten. Het waren mensen die voorzagen in een maatschappelijke behoefte, mensen die niet echt macht hadden over (boven)natuurlijke krachten, dus waarom zou de Kerk hen straffen? De Kerk vond zelfs, dat het heidense bijgeloof van het verbranden van heksen (dat af en toe gebeurde), afgeschaft moest worden. Waar de volkscultuur (een ongeletterde massa) deze wijzen accepteerden zoals ze waren, ook als daar magie bij kwam kijken, vond de Kerk dat de elitecultuur ook de magie moest afwijzen.



Duivelse Kerk

De Kerk stond al eeuwen tegenover allerlei religieuze bewegingen, die elke keer de Kerk op haar grondvesten lieten beven. Het Christendom was in de Middeleeuwen een geloof dat zich eindelijk enigszins had gevestigd, en daar veel voor over had. Al vanaf de 12e eeuw veroordeelde men heksen, om zo te voorkomen dat mensen een andere religie, en dus (levens)visie hadden dan de Christenen zelf. De gezaghebbende schrijvers, zogeheten Kerkvaders, noemden goden van andere godsdiensten duivels. Deze "uitheemse goden" hebben het latere beeld van de duivel sterk beïnvloed. De duivel had de hoeven en horens van de Griekse god Pan en de Keltische god Cernunnos. Andere Christelijke schrijvers kenden aan de duivel miljoenen demonen toe. In de 15e eeuw berekende een Spaans theoloog (Alfonso de Spina) dat er tot dan toe al 13.306.668 demonen waren!

In Christelijke ogen, is het leven in welke eeuw dan ook, altijd al een strijd geweest tussen goed en kwaad. Dat wil dus zeggen, een strijd tussen God en de duivel. Zeker in de tijd van vroegmoderne hekserij, was men bang voor de komst van de duivel. Er waren veel epidemieën, oorlogen en grootse godsdiensttwisten. Met de komst van vertalingen van Griekse en Arabische boeken over magie, zoals De Sleutel van Salomo, werd de angst voor de duivel alleen maar groter en groter. In deze boeken bevond zich de kennis voor magiërs en alchemisten om goud te maken. Daar hadden zij echter vaak de hulp bij nodig van duivels. Voor niets gaat de zon op, dus de demonen stelden tegenover hun hulp een verbond met hen of een dienstverlening\verering van de duivel. Hier werd (vanaf de 12e eeuw) voor het eerst magie gecombineerd met diabolisme.

Elite ontwikkeling

Uit onderzoek is gebleken, dat men in de Middeleeuwen zowel "witte" als "zwarte" magie (malificium) bedreef. Uit voorgaande heb je kunnen opmaken dat sommige magiërs en alchemisten daadwerkelijk aan duivelverering deden. De Kerk begon dus met het veroordelen van heksen, omdat hun visie hen niet aanstond. Later ging men echter mensen veroordelen, omdat ze verdacht werden van collaboratie met de duivel. De kerkelijke rechtbank die ketters en heksen berechtte, de inquisitie, was gewend om georganiseerde godsdienstige sekten te vervolgen, zoals in de 13e eeuw de Katharen. Ook bij het diabolisme dacht de inquisitie te maken te hebben met een collectief en vervolgde ze dan ook op deze manier. Dorpsbewoners werden uitgehoord om verdachten te vinden. Ze lokten bekentenissen uit en dwongen mensen aan te geven.

Het beeld dat onder andere de Kerk vestigde, werd via de elitecultuur verspreid. Zij waren namelijk degenen die naar de kerk gingen en konden lezen. Juristen en theologen schreven in hun werken over een denkbeeld dat ook de heksen aan duivelverering deden. Onder de elite ontstond dus een collectief beeld van duivelverering en hun aanhangers. Waar in het begin de verhalen van dorpsmensen over heksensabbats sterk uit een liepen, vormde zich langzaam (men kon niet lezen) een gelijkenis in de verhalen. Ook hier speelde weer de inquisitie weer een grote rol. Inquisiteurs waren vaak lid van een klooster en de verschillende kloosters hadden regelmatig contact met elkaar. Inquisiteurs waren in verschillende landen actief, zo werden ze de ene keer in Italië, een andere keer in Spanje ingezet. Via de inquisiteurs verspreidden men dus hun kennis van zaken over magie en diabolisme. Een andere belangrijke rol bij de verspreiding van het denkbeeld waren de boeken over de vervolging van heksen. Een van de eerste veel gelezen boeken, was de Malleus Maleficarum ook bekend als Hamer van de zwarte magiërs. Dit boek, geschreven in 1486 door Henricus Institoris (eigenlijk gewoon Heinrich Kremer) en Jacob Sprenger, vertelde in een goed geordend overzicht over alle kennis die deze inquisiteurs op hadden gedaan tijdens processen. Het boek bevatte een twee jaar eerder geschreven pauselijke bul Summis desiderantes affectibus waarin stond geschreven dat heksen echt in staat waren om bovennatuurlijke dingen te bewerkstelligen. Mensen die dit dus niet geloofden of accepteerden, werden ook als ketters beschouwd en dus ook vervolgd.



Volkscultuur

In de volkscultuur verliep de ontwikkeling van het beeld omtrent hekserij iets anders. De ongeletterde massa had weinig boodschap aan boeken geschreven door juristen en theologen. Ten eerste konden ze al niet lezen, ten tweede waren de verschillende theorieën maar moeilijk te begrijpen. Aan duivelverering werd dan ook geen aandacht besteed, maar geloof in hekserij en magie was er wel. Voor de simpele en arme mensen was het moeilijk te geloven dat juist hun oogst mislukte, hun kinderen stierven en zij altijd ongeluk hadden. Als men iemand niet mocht of als men op dat vervelende moment toevallig ruzie had met bijvoorbeeld de buren, dan aarzelde men niet om hen te beschuldigen van "zwarte" magie. Je snapt wel dat er nu twee dingen door elkaar gaan lopen en dat de heksenprocessen een raar verloop krijgen. Het boerenvolk beschuldigd iemand van hekserij, de persoon word ondervraagd en zal natuurlijk niet bekennen voor iets wat hij of zij niet gedaan heeft. Via marteling van de persoon zelf of van een geliefde, bijvoorbeeld een dochter, van de persoon, werd er dan toch een bekentenis afgedwongen. Op dezelfde manier vroeg men naar diabolisme. Was de verdachte een duivelaanbidder? Kende hij of zij nog meer mensen die zijn ziel aan de duivel toevertrouwde? Door de martelingen bekende men uiteindelijk iets wat niet waar was, maar voor de inquisiteurs eigenlijk wel een heel bevredigend antwoord was. Via deze processen leerde ook het simpele volk over hoe heksen en hun duivel te werk gingen.

Processen

De vorm van rechtspraak heeft ook bijgedragen aan de omvang van de heksenjacht. Tot de 13e eeuw, was een proces een zaak die speelde tussen twee partijen, te weten de aanklager en verdachte. Als men zich benadeeld voelde door een andere partij, dan diende hij aanklacht (accusatio) in. Dit proces heet dan ook het accusatoire proces. Vanaf de 13e eeuw ontwikkelde zich een nieuwe procesvorm, het inquisitoire proces. Een proces gebaseerd op onderzoek (inquisitio). Deze vorm van rechtsspraak is onafhankelijk van de pauselijkeinquisitie. Hij werd geleid door de overheid, die zelf een onderzoek kon beginnen als daar aanleiding toe was.

Ondanks dat de Kerk zo'n grote rol had gespeeld in het vormen van het beeld rond hekserij en het vervolgen van heksen, was het niet haar bedoeling om alle heksen tot de brandstapel te veroordelen. Het doel van de inquisitie was om de mensen die zich van het Christendom afkeerden, tot inzicht ofwel inkeer te brengen.

Door het losbandige leven dat de geestelijken leidden verloor de Kerk in de 15e eeuw veel gezag. Ook door de hervorming, het zuiveren van de naam van de Kerk en het ontstaan van protestantse kerken, zorgde ervoor dat de Kerk in aanzien verloor. Vanaf 1550 waren het vooral de wereldlijke rechtbanken die de heksen vervolgden. Dit vond men terecht, want hekserij was een misdaad tegen de gehele maatschappij. God zou door de aanbidding van de duivel zo woedend zijn, dat hij de hele samenleving hiervoor zou straffen. Het werd dus tijd om hard op te treden tegen hekserij, want de bevolking werd een hysterische massa die hun levens veilig wilden stellen. Aangespoord door het volk om resultaten te zien, begon in de 16e eeuw het de grote heksenjacht, die in de 17e eeuw haar hoogtepunt beleefde.

Humanisme

In de 16e eeuw waren er veel invloeden die de haat jegens hekserij aanwakkerde. Maar er waren ook invloeden die er voor zorgden dat de heksenvervolgingen tegen gehouden werden. Het humanisme is een stroming in de letterkunde en in de filosofie, die teruggreep op de klassieke oudheid. Het aandachtspunt van het humanisme was het kritisch en zelfstandig nadenken. Zoals alle Middeleeuwenzen, geloofde ook de humanisten (die maar een kleine aanhang hadden binnen de elitecultuur) in magie, maar niet zo extreem als het volk. Ze minachtten het idee van de heksensabbat en geloofden dat de mens ook kon toveren zonder hulp van de duivel. De kritische ideeën vonden niet genoeg gehoor onder de bevolking en konden zo dus geen eind maken aan de heksenvervolging.



Hoogtepunt?

De reformatie en de contrareformatie, de dertigjarige oorlog, inflatie, epidemieën en hongersnoden zorgden voor een gigantische heksenwaan. Een samenloop van omstandigheden zou je het kunnen noemen, waardoor vele onschuldige mensen het leven hebben moeten laten.

Zoals gezegd: een samenloop van omstandigheden. De piek in de heksenwaan valt samen met een periode van godsdienstige twisten. De Kerk viel in het begin van de 16e eeuw uiteen, en zorgde voor het ontstaan van het Katholicisme en diverse protestantse gemeenschappen. Naar mate de tijd vorderde, groeide het aantal protestanten en daarmee groeide ook het conflict. Tegenover de reformatie lanceerde de Kerk de contrareformatie: een strijd tegen affallige gelovigen en ketters en een poging om de Kerk in haar naam en daden te zuiveren. Wat begon als een twist, is uiteindelijk een oorlog geworden, de dertigjarige oorlog in het Duitse Rijk, van 1618 tot 1648.

In de 100 jaar van 1550 tot 1650 groeiden de spanningen tussen de sociale klassen aanzienlijk. Door de ontdekkingsreizen kwam er een grote handel op gang, wat er toe leidde dat er nieuwe rijke klassen ontstonden. Er werd uit Amerika goud en zilver gehaald, om muntgeld van te maken. Dit leidde tot een inflatie, maar natuurlijk stegen de inkomens van de armen nauwelijks. Grote tegenstellingen tussen arm en rijk ontstonden er dus door economische oorzaken, met als gevolg grote sociale spanningen.

Vooral de economische situatie van het simpele volk, zorgde voor veel argwaan. Ze werden naar verhouding armer, konden dus minder gezond voedsel eten en waren vatbaarder voor ziekten. Meer zwakke mensen betekent een grotere kans op epidemieën. Zieke mensen hebben geen inkomen, dus geen voedsel en weinig kans op herstel. Het arme volk zag dus steeds meer ellende; voor hen bewijs genoeg dat duivel meer macht kreeg. Hoe anders de duivel te stoppen dan door zijn volgelingen aan te pakken? De massa raakte geïrriteerd door de continue honger, ziekte en mislukkende oogsten. Om de onrust te sussen, zorgden bestuurders van steden en dorpen voor heksenvervolgingen. Zo kreeg het volk het idee dat er wat aan hun problemen gedaan werd en kon de elite door het tevreden stellen van het volk, haar macht behouden. Door de verdachte te vragen naar namen van medeplichtigen, kon men nog meer mensen terechtstellen.



Vanaf eind 15e eeuw, begin 16e eeuw was er dus een algemeen beeld over hekserij en diabolisme, onder zowel de elite- als de volkscultuur. Behalve wat een heks was en dat zij (of soms hij) de duivel aanbad, vormden zich nog meer beelden rond de hekserij. Hoe kon men heksen herkennen? Hoe gingen heksen te werk? Wat deden heksen?

Heksensabbat

In plaats van individuele duivelaanbidding, dacht men dus dat er een collectief diabolisme bestond. Ergens moesten deze mensen samen komen. Maar waar, wanneer en wat deden ze? Onderdeel van de volkscultuur was dat sommige vrouwen konden vliegen. Zij accepteerden dan ook zeker dat heksen op bezems 's nachts rondvlogen. Volgens de elite was dit echter een illusie die door de duivel werd veroorzaakt. Net als het veranderen van het lichaam van een heks in een dier. Ondanks dat er nooit een groep heksen betrapt was op het houden van een heksensabbat, dacht men toch dat heksen bij elkaar kwamen. Daar vereerden zij, in het midden van de nacht, de duivel. Soms kregen ze zelfs bezoek van demonen of de duivel zelf. Als eerbetoon aan hem, kusten ze hem onder zijn staart. Er volgden vaak orgieën, waarin geroosterde kinderen werden gegeten en sommigen zich overgaven aan seksuele lusten, met elkaar en met de demonen\de duivel.

Voorkomen

Heksen, in de meeste gevallen vrouwelijk, hadden diergeesten of gezellen die hen hielpen in het beoefenen van magie. Voor hun hulp, kregen de gezellen melk of bloed van de heks. Op veel afbeeldingen waar heksen op staan, staan ook vaak zwarte katten. Het idee dat heksen worden bijgestaan door diergeesten of gezellen is waarschijnlijk een sjamanistisch concept. Sjamanisme maakten namelijk veelvuldig gebruik van de beschermende, helende en voorspellende technieken, met de hulp van geesten. Ook met de hulp van diergeesten. De dieren werden gebruikt voor het stellen van diagnoses en het bepalen van een bron van hekserij. Ze werden ook ingezet bij het vinden van verloren voorwerpen, divineren en soms, opgesloten in flessen, ringen en stenen, als beschermend magisch object. Ondanks dat heksen als kwaadwillende mensen werden gezien, zorgden ze altijd goed voor hun dieren.

Vrouwen

Ondanks dat hekserij een voortvloeisel is van sjamanisme, doorgaans beoefent door mannen, heeft men van hekserij het beeld dat zij alleen door vrouwen beoefent word. De oorzaak hiervan? Allereerst moeten we duidelijk stellen, dat zeker niet alleen vrouwen veroordeeld werden. Ook mannen, echtparen of moeder en kinderen werden veroordeeld. Het beeld, dat alleen vrouwen heks kunnen zijn, is waarschijnlijk gebaseerd op het feit dat meer dan driekwart van de beschuldigden, vrouw was.


Maar hoe is dit te verklaren?

De eerste oorzaak hiervoor vind je in de vrouwenarbeid. Het waren doorgaans vrouwen die actief waren in huis, in de verzorgende beroepen als vroedvrouw en genezers. Hekserij, verbonden aan magie en dus aan het geven van raad bij o.a. ziekte, is op die manier gekoppeld aan de vrouw.

Een tweede verklaring is dat in de patriarchale cultuur van de mens, de vrouw onderschikt is aan de man. Daarmee wordt de vrouw ook dommer en zwakker afgeschilderd als een man. Zij zou dus eerder toegeven aan haar lusten die zij koestert en eerder vallen voor de charmes van een demon of de duivel. Niet alleen vrouwen in het algemeen, maar ook het feit dat armen en alleenstaande vrouwen vaak beschuldigd werden van hekserij is opvallend: men dacht dat zij in hekserij een vorm van bescherming en rijkdom konden vinden, die ze in het dagelijks leven niet hadden of konden bereiken.

Een laatste reden voor het stereotype beeld van heksen, is dat de meeste verdachten van hekserij, ouder waren dan vijftig jaar, voor die tijd bejaarden. Een bejaarde in je omgeving zou wel eens lastig kunnen zijn. Minder gezond, dus minder gezond voor de omgeving, niet helder bij geest en dus een last voor de gemeenschap en natuurlijk hadden ze (o.a. daardoor) vaak conflicten met hun omgeving. En is het niet verdacht dat die oude vrouwen de hele dag zachtjes lopen te mompelen? Zijn ze misschien een toverspreuk aan het uitspreken?



Stereotype


Het stereotype beeld dat mensen vaak hebben, een heks als oud vrouwtje met een enge neus en wratten, lijkt ook te komen door een bekende heks uit de 15e eeuw. Mother Shipton, geboren als Ursula Southeil of Southiel, die trouwde met een timmerman genaamd Toby Shipton, was een natuurlijke heks, die haar gaven van haar moeder had geërfd. In een van de boeken over Mother Shipton, geschreven door Richard Head in 1684, beschreef hij dat ze "een neus buitenproportioneel groot, met hoeken en draaien erin en wratten" had. S. Baker schreef in 1797 dat Mother Shipton "een grote vrouw, met een krom lichaam" was en "een angstaanjagend gezicht en een buitengewone inteligentie" had. Het is niet bekend of Mother Shipton slechts een legende is, of dat ze ook echt bestaan heeft. Ze heeft in ieder geval wel een eigen draai gegeven aan het beeld van de heks.

Hoeveel?

Hoeveel heksen er nou daadwerkelijk verbrand, verhangen of verdronken zijn, is niet bekend. De hoogste schatting die gemaakt is, gaat tot 9 miljoen mensen. Deze schatting is waarschijnlijk aardig overdreven. Er is onderzoek gedaan, waaruit blijkt dat in Europa zo'n 100.000 onschuldige mensen vervolgd zijn. Veel daarvan zijn echter vrijgesproken, of kregen een lichte straf. De gegevens die we hebben, van bijvoorbeeld inquisiteurs, is echter niet zo betrouwbaar. Een extra nul achter de 10, doet een inquisiteurs reputatie altijd goed. We kunnen wel met zekerheid zeggen, dat het in bepaalde landen tot aanzienlijk lagere getallen is gebleven dan in het huidige Duitsland. In Engeland bijvoorbeeld, waar de inquisitie en de foltering niet ingevoerd zijn, is de schade beperkt gebleven tot zo'n 1000 veroordeelden. In het Duitse Rijk werd om en nabij iedere 2 dagen iemand veroordeeld wegens hekserij.

Op wat voor manier?

Veel van de veroordeelden, bekenden pas na een periode van marteling. Men probeerde blijvende schade te voorkomen, maar dat was lang niet altijd mogelijk met de gebruikelijke technieken:

Mensen werden dagen lang wakker gehouden. Dit creëerde bij de gedachte een verward en hallucinerend effect, wat vaak tot een gewenste "bekentenis" leed. Een ander gebruik was het ophangen van de verdachte aan de armen, het uitrekken op een pijnbank, het samen knellen van de voeten, het gebruik van duimschroeven of de verdachte volgieten met water.

Deze foltering werden niet alleen bij heksen toegepast, maar bij allerlei verdachten. Men ging begrijpen dat mensen na foltering een bekentenis aflegde, ook al was men onschuldig. Daarom kwamen men met regels omtrent de toepassing van marteling. Zo moest er een ooggetuige zijn van de misdaad en mocht er maar een keer worden gemarteld. Bij gewone zaken hield men zich hieraan, maar verdachten van hekserij waren zo'n dreigement voor de samenleving, dat men bij hen vaak van de regels afweek.

Naast manieren om bekentenissen af te leggen, waren er ook heksenproeven waaraan men kon zien of iemand een heks was. In de meeste gevallen ging het om het gewicht van de verdachte. Als zij kon vliegen, dan zou ze wel zo licht als een veertje moeten zijn. Een verdachte werd in zo'n geval gewogen, om te kijken of ze wel een reëel lichaamsgewicht had. In ergere gevallen werd de verdachte vastgebonden op een stoel en dan te water gelaten. Als ze bleef drijven, dan was ze te licht om geen heks te zijn. Alleen als ze dus naar de bodem zakte was ze vrij van haar beschuldiging. Vaak was het dan al te laat...

Dat deel van de verdachten dat daadwerkelijk ter dood werd veroordeeld, werd verdronken, opgehangen, gewurgd en/of verbrand. Alleen in Italië en Spanje kwamen beklaagden levend op de brandstapel terecht. In de andere landen werden ze eerst gewurgd, om vervolgens, volgens bijbelse methoden, aangepakt te worden. In Johannes 15 vers 6 staat geschreven: "Wie in mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand."













Lil Kitty Graphics:  http://www.lilkittygraphics.com/

Enchanted Art:  http://www.enchanted-art.com/